Klassieker

Tijdens het slenteren langs het werk van Kees van Dongen (1877-1968) in Museum Boijmans van Beuningen viel mijn oog op een tekening uit zijn Rotterdamse periode: Le Bout de la Route. Ik keek naar de steeg uit 1899 en las in de verte op een uithangbord: Café Sport.

Zo lang bestond het al, de plek waar je tijdens het drinken kon praten over sport. Waar had je het in die tijd over als je met een glas aan de toog hing? De klassieker Feyenoord-Ajax werd nog niet gespeeld. Feyenoord bestond nog niet, zoals De Kuip de skyline van de stad nog niet bepaalde.

Ik keek om me heen in de lange zaal van het museum. Een paar vrouwen tuurden multifocaal naar de kunst, in de hoop iets uit hun jeugd te herkennen; het verdwenen Rotterdam.

Burgemeester Aboutaleb werd rondgeleid door de museumdirecteur. Hij keek naar de bedwelmende ogen die Kees van Dongen altijd in de brede gezichten van vrouwen schilderde. Het was zaterdagmiddag. Iedereen genoot ervan zo dicht met de neus op het werk van Van Dongen te kunnen staan.

De burgemeester moest weer door. Zoals een burgemeester uit een grote stad altijd doormoet. De dag erop zwaaide hij de scepter over het politiecorps dat de stad moest vrijwaren van hooligans. Want zelfs als de Ajax-aanhang niet aanwezig is, kan De Kuip ontvlammen.

Rond het middaguur hoorde ik gisteren een helikopter door de lucht scheren. Een zondagse helikopter boven de stad is synoniem aan onwillige supporters. Het bleek een traumahelikopter te zijn die in de buurt op een plein landde.

Het verlies van Feyenoord was voorzien. Ajax is de afgelopen jaren een maatje te groot geworden voor de Rotterdammers. De meest boze supporters konden niets anders dan Luis Suarez en zijn gevolg uitkafferen met behulp van een medisch standaardwerk vol ongeneeslijke ziektes.

Drie kilometer verderop vergaapten de museumbezoekers zich ondertussen aan de schilderijen uit de Franse periode van Kees van Dongen. Het publiek juichte op fluistertoon voor de arme sloeber uit Delfshaven die later in Parijs uitgroeide tot een van onze beste schilders.

In het voorjaar werd het schilderij La Gitane via Christie’s in Londen verkocht voor ruim 8 miljoen euro. Het was precies 100 jaar geleden dat Kees van Dongen het schilderde. 8 miljoen, daar koopt Feyenoord een heel aardige spits voor.

De voetbalsupporters dropen af zoals alleen Feyenoordsupporters het kunnen; met het verlies als een bochel op de rug en toch proberen kaarsrecht te blijven lopen. Er restte hen nog maar één troostplaats: het stamcafé waar het rood en wit slordig met een dikke kwast voor de eeuwigheid op de ruit was geschilderd.

Met de tap open foeterden ze op het ontbreken van een leider in het veld, op de lege clubkas, op de voorsprong die de Amsterdammers de afgelopen jaren hebben genomen.

De kunstliefhebbers dronken na hun rondgang langs het werk van Kees van Dongen een glas wijn. De alcohol versterkte de herinnering aan de penseelstreken op de doeken. Vroeger, ja vroeger werd er mooi geschilderd.

Ook elders in de stad, laten we zeggen in het universele Café Sport van Kees van Dongen, sloeg de weemoed toe. Vroeger, ach ja, heel lang geleden, toen hier nog goed gevoetbald werd.