Kippendijtjes met salie

Ik herinner me goed hoe hevig ik als als puber kon verlangen naar het weekend. Vooral als er een of ander school-, tennis- of hockeyclubfeest op stapel stond. De vrijdag trok tergend langzaam en saai voorbij met natuurkunde en een blokuur Grieks, maar dan was het eindelijk zover. Na het avondeten verzamelden mijn vriendinnen en ik in een van onze kamers en daar werd dan eindeloos van kleding gewisseld, gelipglosst en gespeculeerd. Zou die en die er zijn en zou a nou eindelijk met b gaan zoenen? Om een uur of negen was de opwinding in de meisjeskamer tot grote hoogte gestegen.

De feestjes zelf waren daarna vaak nogal een anticlimax. Er werd alleen wat geloerd, geschuifeld en om elkaar heen gedraaid. En áls er daadwerkelijk een keer werd gezoend met een naar bier stinkende kakker dan viel dat meestal bitter tegen.

Nog steeds vind ik de voorpret bijna altijd leuker dan de partij zelf. Ik hou ervan om de cadeautjes in te pakken, de slingers op te hangen en de ballonnen op te blazen, maar als het huis zich heeft gevuld met schreeuwende kinderen en moppen tappende ooms wil ik het liefst onder een heel dik dekbed gaan liggen wachten tot iedereen weer is vertrokken.

Het leukst aan een feestje geven is natuurlijk het nadenken over wat je allemaal te eten gaat maken. Deze week een aantal party-proof gerechten. Taart, happen voor bij de borrel, plus enkele gerechten die geschikt zijn om te maken als u een heleboel eters krijgt. Zoals ik, afgelopen weekend, ik had het er vrijdag al even over. Tweeëntwintig man kwamen er uiteindelijk. Bij een dergelijke invasie is het zaak een heldere strategie te bepalen en je beperkingen te kennen. Ik heb nu eenmaal geen professioneel achtpitsgasfornuis, een oven waarin ik een speenvarken kan braden, of personeel dat ik à la chef Ramsay alle hoeken van de keuken kan laten zien.

Dus maakte ik deze kippendijtjes met salie en zest uit de oven:

kippendijen

citroenen

roomboter

olijfolie

salie

zout en peper

Boen de citroenen goed schoon en rasp alleen het dunne gele laagje eraf, de zest. Smeer de kippendijtjes (liefst van de biologische slager) in met zout, peper en de citroenrasp. Besprenkel ze met citroensap en laat dit alles een uurtje intrekken.

Dep de dijtjes droog met keukenpapier en braad ze mooi bruin in een mengsel van olijfolie en roomboter. Leg ze in een braadslee, stop er her en der blaadjes salie tussen, wat knoflooktenen en parten citroen. Giet het braadvet erover en zet ze 35 à 40 minuten in de oven (175 graden). Controleer of ze gaar zijn. Werkje van niks, deze dijtjes, dus heb je lekker veel tijd over voor het voorgerecht. Waarover morgen meer.

Roos Ouwehand

Janneke Vreugdenhil is met ziekteverlof. Roos Ouwehand, actrice, schrijfster en amateurkok, vervangt haar.