Impuls voor Dickson

Met vallen en opstaan, zo heeft het dorp Dickson in het Afrikaanse Malawi zich de afgelopen vijf jaar weten te ontworstelen aan de ergste gevolgen van armoede en uitzichtloosheid. Een reportage in NRC Handelsblad zorgde vijf jaar geleden voor een spontaan initiatief van lezers. Het was de aanzet tot een sprong voorwaarts. Niet dat al het geld goed terechtgekomen is, maar het resultaat laat wel zien hoe een relatief geringe impuls veel teweeg kan brengen.

Dickson is zeker niet het enige voorbeeld van een particulier initiatief dat zich op een specifiek dorp of gemeenschap richt. Overal in Nederland zijn mensen daarmee bezig. De vraag of dergelijke projecten een duurzame kans van slagen hebben, en meer opbouwen dan ze ontwrichten, wordt belangrijk. Het heeft er alle schijn van dat een volgend kabinet zijn oog zal laten vallen op de miljardenbegroting van Ontwikkelingssamenwerking. Nederland heeft zich, net als alle westerse landen, verplicht om 0,7 procent van het nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp te besteden, aangevuld met 0,1 procent voor klimaat- en milieudoeleinden. Het houdt zich daar als een van de weinige landen ook werkelijk aan.

Deze uitgaven staan onder druk van de noodzaak om te bezuinigen en van een verharding van het politieke klimaat rond ontwikkelingshulp. Het particuliere initiatief zal in dit geval aan belang moeten winnen. Hoe succesvol dat zal zijn, is onbekend. Officiële ontwikkelingshulp wordt met enige regelmaat, hoewel te weinig, tegen het licht gehouden. Dat gebeurt met particuliere initiatieven vaak niet, of nog niet. Het is hartverwarmend om een gemeenschap zich aan onderontwikkeling te zien ontworstelen, maar waarom dit dorp, en niet dat daarnaast, en wat doet gerichte hulp met de onderlinge verhouding binnen en buiten een gemeenschap? Enige coördinatie zal wenselijk zijn, en daar ligt een taak voor organisaties die overzicht bezitten.

Incidentele hulp is toe te juichen, maar werkelijke veranderingen kunnen alleen komen door structurele assistentie. Onderontwikkeling is niet alleen een gevolg van slecht bestuur, culturele obstructie en een beroerde uitgangspositie. Het gaat vooral om de gebrekkige mogelijkheden om uit het dal te klimmen. Om een positieve spiraal van productie, winst en investeringen in gang te kunnen zetten.

Hier wreken zich het gebrek aan toegang tot de wereldmarkt en de oneerlijke spelregels die daar gelden. Daar is alleen op het hoogste politieke niveau veel aan te verhelpen. Met name het landbouwbeleid van de Europese Unie en de Verenigde Staten, maar óók van opkomende landen als Brazilië, is voor de armste landen uiterst destructief.

Dickson is gebaat bij de impuls die het kreeg, maar kan daarvan niet afhankelijk blijven. De hulp moet zijn ingebed in een land dat kansen krijgt en biedt om de welvaart duurzaam op een hoger plan te brengen. Dat kan vanuit Nederland alleen de overheid bespoedigen. Laat in ieder geval dát een van de speerpunten zijn. De burgers hebben laten zien dat het draagvlak, ook al krimpt het, nog stevig genoeg is.