Groter, sterker en in de Verenigde Staten geschoold

Neptunus wordt opnieuw honkbalkampioen van Nederland.

De Rotterdamse ploeg verslaat de Pirates in de Holland Series met 4-2.

Terwijl de honkballers van Neptunus juichend hun zojuist behaalde landstitel vierden, liep Nick Urbanus, het 18-jarige talent van de Amsterdam Pirates, teleurgesteld het veld af. Zijn ploeg maakte de finalewedstrijden van het Nederlandse honkbalseizoen verrassend spannend, maar kwam toch tekort tegen favoriet Neptunus. De Rotterdamse recordkampioen hoefde dit weekeinde nog maar een keer te winnen om landskampioen te worden en greep zaterdag in Amsterdam met een 5-2 zege direct de eerste kans. De series eindigden in 4-2 voor Neptunus.

„De spelers van Neptunus waren beter, die jongens zijn gewoon groter en sterker”, verzuchtte Urbanus na afloop. Op hun thuisveld kwamen de Pirates weliswaar op een 2-0 voorsprong, maar ze verloren alsnog. Dat was in deze Holland Series al twee keer eerder gebeurd. In het tweede en in het vijfde duel van de finalereeks boog Neptunus zelfs pas in de voorlaatste inning een achterstand om in een zege. Urbanus: „Als je ze de kans geeft, scoort Neptunus direct. Zij hebben zo veel ervaring.”

Buitenlandse ervaring, bedoelde hij. Neptunus heeft meer internationals en spelers met ervaring in sterkere buitenlandse competities dan de Pirates. En dat maakt verschil in de Nederlandse hoofdklasse.

Nick Urbanus krijgt mogelijk ook een kans zich te verbeteren in het buitenland. Woensdag vliegt hij naar Florida, om Amerikaanse scouts tijdens trainingen en wedstrijden te tonen wat hij kan. Urbanus is een van de grootste Nederlandse honkbaltalenten. Hij wordt vanaf de jeugd gevolgd door Amerikaanse clubs.

Nederland is binnen Europa het land dat verreweg de meeste talenten aan de Amerikaanse competities levert, vertelt Robert Eenhoorn, technisch directeur van de Nederlandse honkbalbond. De oud-honkballer van de New York Yankees zegt dat de relatie met de Major League belangrijk is voor de ontwikkeling van het Nederlandse honkbal. Dat belang is gegroeid nu honkbal sinds 2008 geen olympische sport meer is. Want als gevolg van het verliezen van die olympische status krijgt de honkbalbond nu fors minder geld van sportkoepel NOC*NSF.

Een voorbeeld van de samenwerking met de Major League zijn de zes honkbalscholen in Nederland, die met geld en personeel door de Amerikaanse profcompetitie worden ondersteund. Dat die investering zakelijk moet worden terugverdiend door de Nederlandse honkbaltalenten vervolgens naar de VS te halen, vindt Eenhoorn niet erg. De supertalenten worden er uitgepikt, maar de anderen profiteren er volgens hem ook van. En daarmee het Nederlandse honkbal. Wel hoopt Eenhoorn talenten langer te kunnen houden.

Nick Urbanus is bijvoorbeeld al relatief oud. Een ander Nederlands talent, Rodney Daal, tekende deze zomer al op zijn zestiende een contract bij de San Diego Padres. Urbanus geeft op dit moment zijn mbo-opleiding voorrang en hoopt volgend jaar naar de VS te verhuizen. Hij wil iets achter de hand hebben. De concurrentie is groot en de kans door te breken erg klein, weet hij. Scouts tekenen twintig spelers, zodat misschien een van die twintig het haalt. Urbanus: „En je komt bijvoorbeeld in een ploeg met jongens uit de Dominicaanse Republiek. Die hebben vaak één kans om aan de armoede thuis te ontsnappen. En dat is honkbal.”

Neptunus-speler Dwayne Kemp (22) is net terug uit de VS. Hij stond drie jaar bij de Chicago Cubs onder contract en werd gestald bij een filiaal van de club in een lagere competitie. De constante concurrentie en de afstand tot zijn familie maakte het zwaar, vertelt Kemp. Hij werd er wel een betere honkballer. „Ik stond elke dag van acht tot vier op het veld, ik ontwikkelde me heel snel. En ik werd veel sterker, ook persoonlijk.”

Frits Mulder, bestuurslid van de honkbalbond, raadt het Amerikaanse avontuur aan. „Je moet er wel mentaal sterk voor zijn, en hard willen werken.” De kans op een doorbraak is klein. „Maar spelers die het niet hebben gehaald, zijn weer een aanwinst voor de Nederlandse hoofdklasse.”