Extra cipiers (v) voor uitreiken hoofddoek

De politie moet extra vrouwelijke cipiers aanstellen voor de verzorging van gearresteerde moslima’s. Zo moet worden voorkomen dat zij in de cel blootshoofds bekeken kunnen worden door mannelijke cipiers. In de cel is het dragen van hoofddoek of burka verboden.

Dat adviseert de Nationale Ombudsman na een klacht van een moslima die, na arrestatie, haar hoofddoek moest inleveren in aanwezigheid van mannelijk arrestantenpersoneel. Een poging van de politie Kennemerland om gearresteerde moslima’s te voorzien van papieren hoofddoekjes, bood geen oplossing. Ook daarmee is het mogelijk dat arrestanten hun eigen veiligheid in gevaar brengen, aldus een woordvoerder.

Gearresteerde moslima’s mogen in de arrestantencellen van drie politiekorpsen in Noord-Holland hun hoofddoek wel dragen zodra ze de cel verlaten, bijvoorbeeld om naar recreatieruimtes te gaan. Ze krijgen de hoofddoek dan zo veel mogelijk aangereikt door vrouwelijke arrestantenbewaarders.

Volgens de Ombudsman vinden vrouwen die vanwege hun religie een hoofddoek dragen het vernederend als ze die moeten afleggen in aanwezigheid van mannen. Van de andere kant, aldus de Ombudsman, is de politie verantwoordelijk voor de veiligheid van arrestanten. Daarom worden kledingstukken en scherpe voorwerpen in beslag genomen.

De drie politieregio’s hebben nu in hun huisreglement opgenomen dat het dragen van hoofddoeken in de cel verboden is, maar daarbuiten wel is toegestaan. De Ombudsman neemt daar genoegen mee, maar wijst erop dat er dan, met name in de vreemdelingenbewaring, voldoende vrouwelijke bewakers moeten zijn voor toezicht en controle op vrouwen.