De nieuwe Verhoef

Met stip op één in de bestsellerlijst: de nieuwe Esther Verhoef. Het is een goed geschreven thriller van een schrijfster die in potentie de Nederlandse Ruth Rendell is, maar in dit boek wederom kiest voor het bekende recept. Een effectief boek dat niettemin ook Déjà lu had kunnen heten. Het zal vele lezers niet misnoegen, maar het format van wat men ‘vrouwenthrillers’ of ‘oestrogeenthrillers’ is gaan noemen, is inmiddels ongeschikt voor wie verrast wil worden. Verhoefs schrijfstijl maakt echter veel goed.

In Déjà vu (Anthos, € 19,95) besluit de 27-jarige, zojuist ontslagen journaliste Eva om af te reizen naar het Franse boerderijtje van haar vrijgevochten vriendin Dianne, een paar dagen eerder dan ze hadden afgesproken. Eva, die Dianne al een tijdje niet meer kan bereiken, denkt dat het wel goed zit. Maar ze arriveert in een mooi beschreven plattelandshel. Een verweerde boerderij te midden van vale bossen nabij een triest dorpje bewoond door xenofobe Franse boeren. Van Dianne ontbreekt elk spoor. Verhoefs beschrijving van Eva’s in nevelslierten gehulde dagenlange verblijf op dit ellendige landgoed is uitmuntend en zou de opmaat kunnen zijn voor een zwart psychologisch drama à la Rendell.

Dat Déjà vu dat niveau niet haalt is niet te wijten aan gebrek aan talent van Verhoef, die samen met haar man Berry onder het pseudoniem Escober snoeiharde en psychologisch complexe actiethrillers schrijft; een goede psychologische thriller zit in haar pen. Dat Déjà vu dat niet is, hangt samen met de keuze voor de verplichte ingrediënten van het format der vrouwenthrillers. Alweer is er sprake van een onzekere heldin die haar zelfrespect hervindt, een vluchtig vriendje dat zich ontpopt tot modelmacho, bronstige macho’s die zich ontpoppen tot psychopaat en enkele moderne sociale en maatschappelijke ankers die de lezer erg aan 2010 en zichzelf doen denken. Allemaal valide dramatische middelen, die in vrouwenthrillers alleen zo opzichtig, plichtmatig en voorspelbaar worden ingezet dat ze irritatie wekken – of een weldadig gevoel van herkenning, gezien de verkoopcijfers.

Het is spijtig dat deze nieuwe thrillerconventies de psychologische thrillers van schrijfsters als Rendell of Patricia Highsmith verdringen. Zij schrijven universele boeken over liefde en haat die geen vrouwenthrillers worden genoemd, hoewel je dezelfde thema’s kunt aanwijzen. Hun sjabloonloze manier van schrijven, wars van marktcondities, levert thrillers op die meer onvoorspelbaar en beklemmend en grappig genoeg minder seksistisch zijn dan de huidige stroom oestrogeenthrillers.

Robert Gooijer