China als machtsfactor

Het lijkt een uit de hand gelopen incident. Een Chinese vissersboot wordt op 7 september aangehouden door de Japanse kustwacht: het schip zou bij de Senkaku-eilanden in Japanse territoriale wateren hebben gevaren. Zes dagen later wordt de veertienkoppige bemanning op het vliegtuig naar huis gezet. De kapitein blijft wel in bewaring, waarna een diplomatieke rel uitbreekt. Terwijl Japan een proces tegen de kapitein op gang brengt en de regerende Democratische Partij premier Kan als leider herkiest, eist China onmiddellijke vrijlating en zegt de tweede man van het Volkcongres een bezoek aan Tokio af.

De spanningen escaleerden afgelopen zaterdag, toen in diverse Chinese steden anti-Japanse demonstraties werden gehouden. „Roei de Japanse duivels uit”, scandeerden Chinezen op de dag waarop ze terugkeken op de Japanse bezetting uit 1931.

Het Chinees-Japanse conflict belichaamt zowel de actualiteit van de geschiedenis als de snelle machtsverschuivingen in Azië.

Op de Senkaku-eilanden woont geen mens, maar ze zijn al ruim een eeuw betwist gebied. De eilandjes heten Diaoyu in China en liggen halverwege tussen Taiwan en Okinawa. Japan claimt de eilandjes, omdat het die in 1895 heeft veroverd. Het weigert Chinese aardgasboringen in de buurt toe te laten. China eist op zijn beurt het gebied op, omdat de eilanden al sinds de achttiende eeuw keizerlijk terrein waren en in 1971 door de VS uit „imperialistische” motieven aan Japan zijn gegund. Al een halve eeuw leidt dit meningsverschil tot oprispingen van patriottisme aan beide zijden.

Dit historische dispuut is, zoals bijna altijd met territoriale aanspraken, een labyrint. En is dus onoplosbaar zolang beide partijen geen arbitrage van derden dulden.

Wat China zeker niet zal doen; Peking lijkt er eerder op uit het vissersincident bij de Diaoyu-eilanden politiek verder te benutten. Zo wordt er gepreludeerd op het opschorten van de bilaterale besprekingen over de exploitatie van de aardgasvelden in de Oost-Chinese Zee.

Dit zelfvertrouwen heeft uiteraard veel te maken met de economische machtspositie van China, dat in augustus dit jaar Japan is gepasseerd als tweede industrienatie ter wereld. Die positie is zich in rap tempo aan het vertalen, niet alleen in economische maar ook in groeiende politieke assertiviteit.

Behalve Japan weet ook Amerika zich daar nog niet goed raad mee. Enerzijds zetten de VS allerlei diplomatieke middelen in om China over de streep te trekken als het gaat om Iran. Anderzijds voegde kort na het incident met de Chinese kotter een Amerikaanse onderzeeër zich bij de basis van de zevende vloot in Japan. Dat signaal heeft meer te maken met de spanning tussen Noord- en Zuid-Korea, maar wordt door China in een bredere context begrepen.

Peking trommelt zich op de borst dat het, zolang de nationale belangen niet in het geding zijn, een non-interventiebeginsel hanteert. Maar China is wel degelijk bezig alle ruimte op te vullen die de nieuwe multipolaire wereldorde biedt. De kapitein van een Chinese vissersboot is daarbij nu even de toevallige pion.