Appèl CDA werkt niet meer

De focus op macht verhult de existentiële crisis waarin het CDA zich nu bevindt. Alleen een draai naar Groen Rechts voorkomt erger, meent Marnix van Rij.

Sinds de oprichting, in 1980 heeft het CDA nooit in een diepere crisis verkeerd. Op dit moment zweeft de partij in opiniepeilingen rond de veertien zetels. Dat is veertig zetels verwijderd van het hoogtepunt in de jaren tachtig. Het CDA moet zich dan ook de raison d’être-vraag stellen. Dat gebeurt nog niet. De afgelopen weken wordt een heftig debat gevoerd over de machtsvraag. Moet het CDA wel of niet deelnemen aan een minderheidskabinet met de VVD, gedoogd door de PVV in de Tweede Kamer? Het klinkt wellicht vreemd, maar dat is slechts een tijdelijke kwestie in dit volatiele politieke tijdperk. Fundamenteler is de toekomst van de christen-democratie.

Eerst een korte terugblik. Het CDA kwam eind jaren zeventig tegen de stroom in tot stand. Velen voorspelden een tweestromenland tussen links (PvdA) en rechts (VVD). Voor de afkalvende christen-democratie zou geen plaats meer zijn, orakelde vooral links Nederland. Dat pakte anders uit. Het CDA gefundeerd op een gemeenschappelijke inspiratiebron (het leer van Jezus Christus) bracht katholieken en protestanten onder één banier samen. Het CDA deed met vier vernieuwende kernbegrippen (gerechtigheid, solidariteit, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap) een krachtig appèl op de samenleving.

Buiten het traditionele afbrokkelende confessionele electoraat toonde het CDA ook na forse tegenslagen (1994 en 1998) veerkracht. Zo wist de volkspartij diverse malen weer zwevende kiezersgroepen aan te trekken: van hoogopgeleide kosmopolitische cultuurchristenen in de stedelijke gebieden tot de laagopgeleide traditionele burgerij op het platteland. Zo veroverde het CDA in 2002 weer de positie van grootste partij (43 zetels) in Nederland en behield die eerste plek tot de laatste Tweede Kamerverkiezingen.

Wat zegt dit over de toekomst? Niet veel. Sterker nog: ik denk dat het succesvolle concept voor een deel is uitgewerkt. Dat heeft enerzijds te maken met een aantal maatschappelijke ontwikkelingen, zoals secularisering, ontzuiling en individualisering, anderzijds met de ‘Verelendung’ van ons politieke bestel. In meerdere of mindere mate zien wij dezelfde ontwikkelingen in andere West-Europese landen. Ook daar lijkt de christen-democratie op zijn retour. Het CDA moet zich opnieuw positioneren in een sterk veranderende en polariserende samenleving.

De christen-democratie kan kansrijk terugkomen, mits haar moreel appèl te herleiden is tot diep doorleefde filosofische ideeën.

De niet-christelijke Franse filosoof Philippe Lenoir schreef in zijn boek Le Christ philosophe (2007) terecht dat democratie en de rechten van de mens in het Westen zijn bedacht en niet in China, India of het Ottomaanse Rijk. Die radicale boodschap zou in politieke zin door het CDA veel krachtiger vertaald moeten worden.

In plaats van een zinloze discussie te voeren over de vraag of de islam een religie is of een politieke ideologie, zouden christen-democraten het debat naar zich toe moeten trekken door scherp voor de positieve en traditionele waarden van het christendom en daarmee de westerse beschaving te pleiten. Die positieve waarden zijn menselijke gelijkwaardigheid, gerechtigheid, het eerlijk delen van geluk en welvaart, geweldloosheid, de emancipatie van het individu en de vrouw, een scheiding van staat en religie, gemeenschapszin en het wereldwijd opkomen voor de minder bedeelden. Zelfbewust voor de eigen cultuur staan.

Dat is veel constructiever dan het cynisch en stelselmatig veroordelen en vernederen van minderheden, zoals autocratische populistische leiders in Europa doen. Maar zij krijgen die ruimte, omdat de christen-democraten vergeten zijn pal te staan voor typische westerse waarden. Kiezen voor de door het christendom doordrenkte westerse cultuur zal de eigen van oorsprong conservatieve katholieke en protestantse achterbannen aanspreken, terwijl er tegelijkertijd een brug geslagen kan worden naar gematigde niet-kerkelijke kiezers. De conservatieve Britse premier David Cameron heeft dat goed begrepen. Dat betekent vooral minder staat en minder regels, maar ook minder mensen afhankelijk maken van subsidies van de overheid. In plaats daarvan moet er meer ruimte komen voor ondernemerschap en eigen initiatieven van burgers.

Streng en rechtvaardig in het handhavingsbeleid, de criminaliteit hard aanpakken, maar wel altijd sociaal blijven voor zij die echt niet kunnen. Noem dat rechts beleid. Zelf noem ik het vernieuwend. Daarnaast kan dat heel goed samengaan met groen. Christen-democraten moeten de verbondenheid met de schepping in concreet beleid vertalen, denk aan behoud van natuur het bestrijden van klimaatproblemen en armoede. Door nadrukkelijk voor Groen Rechts te kiezen kan het CDA weer grote kiezersgroepen (terug)winnen. In die zin is de kritiek van Herman Wijffels c.s. terecht, omdat de neiging naar macht thans belangrijker wordt geacht dan de inhoudelijke profilering.

Marnix van Rij is voorzitter van de Eduardo Frei Stichting, een internationale stichting van het CDA, en voormalig partijvoorzitter (1999 tot 2001) van die partij.