Afghanen verdeeld over nut verkiezing

Veel Afghanen hebben door de corruptie en de onveiligheid hun geloof in de democratie verloren. Anderen vonden het desondanks belangrijk om zaterdag toch te stemmen.

Dat Afghanistan een nieuw parlement heeft gekozen, maakt niet veel uit. Buitenlandse spelers zoals Pakistan en de Verenigde Staten maken de dienst uit. Van president Karzai hoeft men geen sterke leiding te verwachten. Hij heeft zich omringd met dubieuze machtsspelers.

Professor M.A. Taniwal, hoogleraar Chemie aan de Universiteit van Kabul, koestert niet veel illusies. ,,De Talibaan worden alleen maar sterker ondanks de grootschalige aanwezigheid van Amerikaanse en andere buitenlandse troepen. Kunt u mij uitleggen hoe dat kan?”, zegt hij met een peinzende glimlach op zijn gezicht.

Veel Afghanen denken zoals professor Taniwal. Zij betwijfelen sterk of het aantreden van een nieuw parlement iets zal uitmaken voor de toekomst van hun land, los van de vraag of de verkiezingen zaterdag wel eerlijk zijn verlopen. Binnen- en buitenlandse waarnemers hebben al gewezen op omvangrijke onregelmatigheden. Maar hoe groot de fraude deze keer is geweest, is nog moeilijk vast te stellen. In veel gebieden kon helemaal niet worden gestemd wegens de onveiligheid en bij veel stembureaus in afgelegen streken waren geen onafhankelijke waarnemers.

Ook Mohammed Reza Khir Abadz, ambtenaar op het ministerie van Justitie, gelooft niet in sprookjes. Overal heerst corruptie, weet hij. Op elk ministerie, ook dat van Justitie, vergeven ministers en hoge ambtenaren baantjes aan familieleden en kennissen. Maar hij is wel enthousiast gaan stemmen. ,,We hebben het recht om onze eigen toekomst te bepalen en van dat recht moeten we gebruik maken”, zegt hij als hij zaterdag zijn stem uitbrengt in een school in Kabul.

Abadz noemt nog een reden waarom hij ging stemmen: ,,Hoeveel mensen zijn in de afgelopen decennia niet om het leven gekomen door het geweld in Afghanistan? We zijn het aan hen verplicht om te gaan stemmen. Het is onze plicht voor het vaderland.”

Ruim acht jaar na de verdrijving van het Talibaan-regime uit Kabul balanceert Afghanistan opnieuw tussen hoop en vrees – met toenemende onveiligheid in het zuiden en nu ook in het noorden van het land. Volgens de eerste cijfers – de officiële uitslagen komen pas over weken – schommelde de opkomst rond de 40 procent. Dat is 10 procentpunt minder dat bij de vorige parlementsverkiezingen in 2005. Maar het is hoger dan veel waarnemers hadden verwacht, gezien de terreurdreiging van de Talibaan.

Het genoemde opkomstcijfer zegt niet veel. Het geldt alleen voor díe stembureaus die open waren en die zich na afloop van de stembusgang hadden gemeld bij de verkiezingscommissie in Kabul. Ook is nog niet gekeken naar de geldigheid van de stemmen; bij de presidentsverkiezingen van vorig jaar werden veel spookstemmen uitgebracht. Volgens een eerste ruwe schatting bleef ongeveer 20 procent van het totaal aantal stembureaus dicht, vooral in het roerige zuiden.

Waarnemers zeggen dat de echte test pas komt als de komende dagen de stemmen worden geteld. Juist in die fase haalde Karzai vorig jaar op frauduleuze wijze zijn herverkiezing tot president binnenboord.

Belangrijke internationale spelers als de Verenigde Staten en de Verenigde Naties reageren voorzichtig. VN-gezant Staffan de Mistura zei dat het nog te vroeg is om te spreken van een succes. Ook de Amerikaanse generaal Petraeus, commandant van de Navo-troepen in Afghanistan was diplomatiek. Volgens hem heeft de bevolking een krachtige boodschap afgegeven. ,,De stem van Afghanistans toekomst behoort niet toe aan de gewelddadige extremisten en terreurnetwerken. Die behoort toe aan het volk.” Dat is iets anders dan zeggen dat de verkiezingen succesvol waren.

De mensen die zaterdag wel gingen stemmen zeiden zich niet te laten afschrikken door de Talibaan. Velen zeiden ook geen hoge pet op te hebben van president Karzai en zijn regering, en evenmin van de meeste zittende parlementariërs, onder wie voormalige krijgsheren. Maar ze voegden er aan toe toch te gaan stemmen op ,,een goede kandidaat” uit verlangen naar ,,een betere toekomst”.

Suraiq (48), die zaterdagochtend met haar dochters van achttien en twintig ging stemmen in een school in Kabul, zegt dat het niet belangrijk is of haar keuze op een man of een vrouw valt. ,,Het gaat er om dat we een deskundig parlement krijgen.” Haar jongste dochter valt onmiddellijk bij: ,,Iedereen stelt zich maar kandidaat. Ook al heeft men geen enkele ervaring of een fatsoenlijke scholing. Ik hoop dat er mensen worden gekozen die niet denken aan hun eigen belang maar aan het belang van het land.”

In Afghanistan stemmen mannen en vrouwen strikt gescheiden. In het dorpje Sargana in de Panjshir-vallei, verscholen achter boomgaarden van moerbeien en walnoten, gaan veel vrouwen gehuld in burqa. ,,We willen een betere school, betere gezondheidszorg en schoon drinkwater”, zegt onderwijzeres Zarmin Fajzi in een kleine moskee die is ingericht als stembureau. De achttienjarige Marina, met een zwarte hoofddoek om, zegt dat ze op een van de twee vrouwelijke kandidaten in de vallei heeft gestemd. Die zal haar beloftes wel nakomen, denkt ze.

Onveiligheid en corruptie zijn belangrijke thema’s. Maar de stembusgang ging ook over gebrek aan banen. Volgens gepensioneerd onderwijzer Abdul Salam (55), die tegen de bezettingsmacht van de voormalige Sovjet-Unie en tegen de Talibaan vocht, besteedt de internationale gemeenschap haar hulpgelden op een verkeerde manier. ,,Alles gaat naar projecten in het zuiden waar wordt gevochten. In de gebieden waar vrede heerst, gebeurt niets.”

De werkloze Abdul Ghayor (27) denkt dat met een nieuw parlement weinig zal veranderen. De regering luistert niet. Toch houdt hij toezicht op het stembureau voor mannen in Sargana. De 7.500 Afghani (ongeveer 150 dollar) die hij daarmee verdient, kan hij goed gebruiken, zegt hij.