Waarschuwing aan nieuw kabinet: neem pensioenakkoord niet over

Het is goed dat de sociale partners de realiteit van de vergrijzing erkennen. Maar het akkoord is politiek riskant, door het uitstel van de verhoging van de pensioenleeftijd.

Roel Beetsma is hoogleraar macro-economie aan de Universiteit van Amsterdam, en voormalig lid van de Commissie-Goudswaard. Sweder van Wijnbergen is hoogleraar staathuishoudkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

De pensioenwereld is ondergedompeld in tumult. Ook demissionair minister Donner (CDA) doet zijn duit in het zakje blijkens een artikel in deze krant gisteren. Allereerst natuurlijk weer het renteprobleem. Donner: „Er is geen enkele aanwijzing dat de lage rente incidenteel is.” Breed in financiële markten ingeprijsde inflatieverwachtingen van 2 procent en anderhalve eeuw historie van een reële rente daarbovenop van circa 2,5 procent is voor hem kennelijk geen aanwijzing, net zo min als voor de juristen van De Nederlandsche Bank (DNB).

Maar Donner gaat verder: hij stelt voor om alvast met wetgeving te komen om het recente akkoord tussen werkgevers en werknemers – het STAR-akkoord (STichting van de ARbeid) – in de wet te verankeren, voor een nieuw kabinet uit. De nu onderhandelende VVD/CDA/PVV-combinatie schijnt dit akkoord over te gaan nemen, en Donner neemt daarop vast een voorschot. Dat de renteperikelen een crisisgerelateerde anomalie zijn, wil natuurlijk niet zeggen dat er niets aan de hand is – daar heeft Donner gelijk in. De vergrijzing gaat ons pensioenstelsel onderuit halen als er niet op gereageerd wordt. Wat Marcel van Dam ook zegt, je kunt niet de verhouding werkenden/gepensioneerden halveren zonder dat er iets hoeft te gebeuren in een stelsel, waar uiteindelijk werkenden moeten betalen voor de pensioenen van de niet-meer-werkenden. Alleen is het STAR-akkoord geen goede oplossing voor die structurele problemen. Een nieuwe regering zou dit akkoord daarom niet moeten overnemen, want het kent te veel fundamentele zwaktes.

Allereerst het voornemen om de AOW-leeftijd – en daarmee ook die van de aanvullende pensioenen – pas in 2020 te verhogen, en dan slechts met één jaar. Dat is een totaal onverantwoordelijke oplossing: het betekent in feite dat er niets gebeurt en dat er nog in 2019 over gepraat wordt. En dat noemt zich een hervormingskabinet! Zo blijft er onzekerheid of deze verhoging daadwerkelijk doorgaat: in 2019 loopt de economie weer als een trein en is het draagvlak voor hervormingen flinterdun.

Een beter alternatief is de pensioenleeftijd vanaf nu met een maand per jaar verhogen, zoals ook in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zal gebeuren en al jaren gebeurt in de VS. Dat levert nu al besparingen op, terwijl de toekomstige heropening van het debat vermeden wordt, zoals gebleken in de VS.

Het tempo van de verhoging is dan zo traag in elk gegeven jaar dat het geen onderwerp van discussie meer wordt in welk jaar dan ook.

De tweede zwakte is de doorlopende ‘underfunding’ van het systeem. De opbouw van de pensioenrechten zal met ingang van 2011 vertraagd worden voor pensionering op 66 jaar: voor een gegeven premie krijg je dan wat minder pensioenopbouw terug. Vanaf 2015 wordt de opbouw dan verder vertraagd voor een pensioneringsleeftijd van 67. Maar op deze manier worden de al eerder opgebouwde rechten niet gecorrigeerd voor de stijging van de levensverwachting. Voor die al opgebouwde rechten is in het verleden feitelijk te weinig betaald om het pensioen over een langer leven te financieren. Zo zal de verhoging van de pensioenleeftijd achter de toenemende vergrijzing aan blijven hobbelen en zullen jongere werknemers daarvoor moeten opdraaien.

Het derde bezwaar betreft de nadruk op reële dekking. Natuurlijk gaat het gepensioneerden uiteindelijk om koopkracht. Maar een pensioen dat zeker is in termen van koopkracht krijg je niet door enkel te indexeren aan inflatie: inflatie is maar één van de risico’s waaraan pensioenen blootstaan, en is in Nederland zeker niet het grootste. Risico’s van de financiële markt, productiviteitsveranderingen en demografische schokken veroorzaken veel meer volatiliteit dan de inflatie. Bovendien kunnen pensioenfondsen het inflatierisico niet afdekken en moeten dus hoge buffers aanhouden om toch zo’n garantie te kunnen geven. Dat maakt een inflatieveilig pensioen heel duur, en dus heel laag. Gezien de lage volatiliteit van inflatie in de eurozone is die prijs veel te hoog.

Demissionair minister Donner stelde gisteren de ultieme gotspe voor. Inflatierisico moet volledig afgedekt worden, maar financiële marktrisico’s moeten doorgegeven worden aan de gepensioneerden door een „met de financiële markten meeademend pensioen.” Maar de inflatie bevindt zich al jaren in een bandbreedte van hoogstens 5 procent. En dat blijft ook zo, zolang de Europese Centrale Bank zonder politieke inmenging haar werk kan doen. Aandelenmarkten zijn daarentegen de afgelopen tien jaar gehalveerd, verdubbeld en weer gehalveerd. Hoe je het gigantische financiële-marktrisico aanvaardbaar kunt vinden en het verwaarloosbare inflatierisico juist onoverkomelijk, is niet te volgen.

Dan de volgende tijdbom. Het pensioenakkoord beperkt de mate van risicodeling tussen generaties aanzienlijk. Letterlijk staat er: „De pensioenambitie kan nooit hoger zijn dan de feitelijk betaalde pensioenpremie en de feitelijk behaalde rendementen.”

Hier staat nogal wat, namelijk dat het systeem moet overgaan naar een beschikbare premieregeling: je krijgt wat het systeem op je pensioeneringsdatum opgeleverd heeft. Zo is er geen sprake meer van risicodeling tussen generaties en loopt iedere generatie die met pensioen gaat een enorm risico op een laag pensioen door bijvoorbeeld de dagstand van de effectenmarkten of een lage dagrente. Hebben de opstellers van het akkoord wel begrepen wat voor ingrijpende wijziging hier via de achterdeur naar binnen wordt geloodst?

Het is natuurlijk goed dat de sociale partners de realiteit van de vergrijzing erkennen. Maar het akkoord loopt door het feitelijk uitstel van de verhoging van de pensioenleeftijd grote politieke risico’s, en levert bovendien maar een gedeeltelijke oplossing voor de onderdekking die het gevolg is van die vergrijzing. Verder worden er slecht doordachte ambities nagestreefd wat betreft inflatiedekking en leggen de plannen een bom onder een van de pijlers van het Nederlandse pensioensysteem: de mogelijkheid om risico’s over generaties heen te spreiden. Hierdoor worden werkenden en gepensioneerden met onaanvaardbare en onnodige risico’s opgezadeld. Het nieuwe kabinet moet dit plan niet overnemen.