Vol spaarvarken is een rijk bezit

Huizen, beleggingen, pensioenen. Nederland is een renteniersland. De lage rente doet renteniers pijn. Waarom spaart Nederland dan toch stug door?

De rente is laag, Nederland spaart. Klinkt tegenstrijdig?

Nederlanders zetten per maand per saldo 1,5 miljard euro meer opzij op een spaarrekening dan zij opnamen. Inmiddels wordt het zicht op het sparen belemmerd door een wijziging van de statistiek door De Nederlandsche Bank. Op spaarrekeningen staat nu bijna 290 miljard euro.

Op de top van de kredietcrisis, najaar 2008, concurreerden de banken met oplopende rentetarieven om spaarders voor zich te winnen. De rust werd hersteld. De hoogste rente voor een jaar is nu 2,6 procent. Mensen blijven sparen. „Als je leeft van je spaargeld is deze lage rente niet leuk”, zegt chefeconoom Han de Jong van ABN Amro.

Het gedrag van spaarders is precies het tegenovergestelde van dat van beleggers in aandelen. Als de prijs van aandelen (koersen) hoog is, gaan mensen beleggen. De prijs op spaargeld is laag, maar het deert mensen niet.

Waarom? Een vol spaarvarken is een rijk bezit als de onzekerheid (banen, inkomen, pensioenpot) toeneemt. En wie spaart voor een specifiek doel heeft geen andere keus, legt De Jong uit: hoe lager de rente, hoe meer je moet inleggen om het beoogde doel te bereiken.

Het spaarverlangen schaadt de consumptiegroei. „De consument helpt de economie niet uit het slop”, zegt een woordvoerder van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De Nederlandsche Bank in haar deze week gepubliceerde halfjaarverslag: „Het lijkt erop dat de Nederlandse huishoudens zich nog altijd terughoudend opstellen.”

Lekker sparen is wel een nieuw Nederlands fenomeen. Consumeren was de trend de afgelopen tien jaar. Consumenten gaven in vijf van de laatste zeven jaar meer geld uit dan zij aan lonen, uitkeringen en andere inkomsten binnenkregen. Waar deden zij het van? Zij gebruikten de rendementen op hun bezittingen om de tekorten te compenseren. De rente op spaargeld, de koerswinsten op aandelen, de gestegen waarde van een huis, het ging deels op aan extra consumptie.

De rendementen op de bezittingen werkten als een vermogensversneller: je kon als consument én meer geld uitgeven én ook nog geld sparen. Nederland had zich ontwikkeld tot een renteniersnatie. De hoogte van de rente, de koersen op de beurs en de financiële positie van de pensioenfondsen zijn zeker zo belangrijk als de loon- en prijsstijgingen.

Samen bezitten Nederlanders spaargeld, beleggingen, verzekeringspolissen en pensioenrechten ter waarde van 1.668 miljard euro, blijkt uit CBS-cijfers per eind maart. Tel daar de waarde van huizen plus grond bij (1.431 miljard euro) en het bezit stijgt naar 3.099 miljard euro. Trek daar de schulden af, met name hypotheekleningen, en er blijft ruim 2.400 miljard over. Dat is per huishouden 325.000 euro. Zo vermogend is Nederland, al is in elk geval een deel van het vermogen (zoals beleggingen) ongelijk verdeeld.

De grootste pijn voor Nederland renteniersland zit 'm in de bijna 8 procent gedaalde huizenprijzen. De waarde van de pensioenen in de statistieken groeit weer na het crisisjaar 2008. Dat weerspiegelt de recordbeleggingen én de recordverplichtingen van de fondsen. De lage rente drijft de verplichtingen op. Dat werkt zo: om het beloofde pensioen te bereiken moeten de pensioenfondsen meer kapitaal hebben nu de lage rente de pensioenpot veel trager doet groeien. Daar staat tegenover dat de lage rente ook de waarde van beleggingen in obligaties opdrijft. Maar niet genoeg.

Ook andere beleggers in obligaties profiteren van deze waardegroei. Twee springen eruit: De Nederlandsche Bank en de zorgverzekeraars. De centrale bank belegt zo'n 25 miljard euro in obligaties. Extra winst daarop kan leiden tot extra dividend voor de staatskas. Bij de zorgverzekeraars kunnen extra beleggingswinsten ruimte geven voor een gereduceerde verhoging van de zorgpremies komend jaar. Nog een meevaller.

De twijfel over de houdbaarheid van de pensioenen roept de vraag op wat een consument zelf kan doen. Ook dan wacht de confrontatie met diezelfde lage rente die de pensioenfondsen pijnigt. Econoom De Jong van ABN Amro oppert dat je primair moet kijken naar de spreiding van je bezittingen. Heb je al een huis, moet je dan nog meer in vastgoed? Wat zijn de belangrijkste beleggingen van je pensioenfonds? De pensioenwereld heeft risicovollere beleggingen, zoals aandelen, gereduceerd, weet hij. Je kunt er als consument voor kiezen daar juist iets extra's te doen. Maar bovenal moet je ervoor zorgen dat je in staat bent om je baan te behouden. „Dat is je bezit dat je in staat stelt alle andere financiële risico's aan te gaan.”