Piraeus bruggehoofd voor Chinese toestanden

De Chinese containerrederij Cosco zorgt voor nieuw leven in de Griekse havenstad Piraeus. Over de hoofden van verontruste havenwerkers bouwen Chinese investeerders aan een nieuwe springplank in Europa.

Het is een lome, luie dag in de haven van Piraeus. In de baai liggen tankers en vrachtschepen voor anker. Binnenvaren heeft geen zin. De truckchauffeurs staken. Sinds het hoogtepunt van de Griekse financiële crisis volgen werkonderbrekingen elkaar in net zo’n hoog tempo op als hervormingen. Deze week legde ook het spoorwegpersoneel het werk neer enkele keren stil.

„Aan ons ligt dit keer nu niet. Wij staan klaar”, zegt Nick Georgiou van de vakbond van Dokwerkers in de haven van Piraeus. Pier nummer 1 heeft zelfs een overschot aan personeel. Drie jaren vol protestacties tegen privatisering van de haven en verkoop aan de Chinese containerrederij Cosco hebben ertoe geleid dat diverse reders hun routes hebben verlegd en Piraeus overslaan. „We zullen moeite moeten doen die terug te winnen.”

Nick Georgiou weigert verslagen te klinken, maar door de financiële crisis kregen de toch al vruchteloze protesten de definitieve nekslag. De grootste van de twee pieren is sinds 1 juni en voor de komende 35 jaar in handen van Cosco, het beursgenoteerde en sterk winstgevende bedrijf dat de machtige Chinese staat achter zich weet. De havenarbeiders met vaste contracten zijn bij hun oude baas OLP gebleven, dat nu nog maar een fractie van de haven runt. Ook een staatsbedrijf, maar Grieks en dus zonder geld voor investeringen.

Op de tweede verdieping van het verouderde OLP-gebouw schuiven Nick Georgiou en Giorgos Gogos honderden uitnodigingen secuur in enveloppen. Het zijn de laatste voorbereidingen voor het bezoek van een delegatie van de Internationale Dokwerkers Raad, een verbond van vakbonden. Collega’s uit onder meer Spanje, Italië en van de Amerikaanse westkust komen poolshoogte nemen. Ze zijn door de Grieken gealarmeerd over de gevolgen van de Chinese overname van hun haven.

„Op pier 2 bestaan sindsdien geen normale verhoudingen tussen werkgever en werknemers meer”, zegt Georgiou. Volgens zijn bond werkt het door Cosco overgenomen havenbedrijf PCT alleen nog met kleine onderaannemers. Het zou havenwerkers verbieden om lid van een vakbond te zijn, niemand houdt zich aan een CAO en daglonen bedragen 40 euro. „Chinese toestanden”, zegt Georgiou geringschattend. Ook met de veiligheidsvoorschriften zou een loopje worden genomen.

Chinese bedrijven die participeren in bijvoorbeeld de Antwerpse en Hamburgse haven, zegt hij, „weten zich wel te gedragen. Maar hier gaan ze voor goedkoop en gemakkelijk.” Zijn negatieve commentaren gelden niet alleen de wijze waarop de Chinese investeerder met het personeel omgaat, maar ook de opstelling van de Griekse regering. Die doet volgens Georgiou veel te veel concessies om maar mee te profiteren van de Chinese koopdrift.

Het is moeilijk te controleren of de beweringen over het personeel kloppen. De bronnen van de vakbond blijven anoniem en alleen de bestuursvoorzitter van Cosco mag namens de onderneming spreken. Maar deze Wei Jiafu, of ‘Kapitein Wei’ zoals hij in de Griekse pers wordt genoemd, wijst een verzoek om een vraaggesprek af.

Tijdens een bezoek aan de Chinese pier zijn het vooral Grieken die in de zon hun veiligheidshelmen hebben afgezet of verruild voor een zonnehoedje. Een man in camouflagebroek, strak zwart shirtje en modieuze zonnebril rijdt op een vorkheftruck. De ploeg Chinezen op de pier, druk met de afstelling van nieuwe containerkranen, draagt identieke rode pakken met lange mouwen, fluoriserende strepen en een oranje veiligheidshelm.

In de kantine is de voertaal nog Grieks, maar de gesprekken worden overstemd door drilboren en cementmolens. Een nieuwe verdieping met kantoren komt bovenop de vertrouwde hal en balies. Aan de managementbureaus klinkt Engels en Chinees. De kamers kijken uit op een lege kade waar over twee jaar de nieuwe, derde pier moet liggen. De Chinezen hebben beloofd ten minste een half miljard euro te investeren.

Bewaker Angelos leidt rond. Hij coacht het Griekse nationale Kung Fu-team en spreekt daardoor een enkel woord Chinees. Dat gaf de doorslag bij de sollicitatie, vertelt hij met een schaapachtige lach.

„Wij hebben voor jullie een nest gebouwd om Chinese adelaars te trekken”, zei ‘kapitein Wei’ volgens Griekse media tijdens een recent bezoek.

Dat soort uitspraken is muziek in de oren van Vivian Boufounou, directeur van het agentschap Invest in Greece van het ministerie van Economische Zaken. „Griekenland heeft de ambitie uit te groeien tot de voornaamste entreeroute voor China tot de Europese ruimte”, schrijft ze in antwoord op vragen. Ze voegt eraan toe dat de Chinese investeringen in Europa in 2008 3,2 miljard dollar (2,5 miljard euro) bedroegen en snel toenemen.

Aan dek van de Zeng Hua werkt Pantelis Tsoupis, een ervaren scheepsbouwkundige in dienst van een door PCT ingeschakelde onderaannemer. Het vak bracht hem de afgelopen jaren van Abu Dhabi tot Nederland, maar niet naar Griekenland, vertelt hij. Het zijn eerder de Griekse communisten dan de Chinese die hij vreest.

Tsoupis: „Als de Grieken niet in staat zijn om te investeren, laat een ander het dan doen. Zelfs Griekse reders geven miljarden uit aan de bouw en reparatie van schepen in Azië. Door de stakingen en de politiek vertrouwen ze er niet op dat het hier af komt.” De communistische metaalwerkersbond, waar hij al zijn hele leven lid van is, „wil niet dat we werk hebben”, aldus Tsoupis. „Die ziet ons liever op straat om revolutie schreeuwen.”

De socialistische regering was voor de havenbonden de laatste strohalm. De huidige premier George Papandreou toonde zich tijdens de verkiezingscampagne van vorig najaar nog solidair met de dokwerkers. Zijn PASOK-partij stemde tegen de overeenkomst met de Chinezen.

Maar kort na de verkiezingsoverwinning van de socialisten bleek het begrotingstekort spectaculair veel omvangrijker dan de conservatieve regering-Karamanlis had voorgespiegeld. De financiële nachtmerrie die volgde, bracht Griekenland op de rand van bankroet en stortte de europartners in een nog diepere crisis. Ter redding legden de Europese Unie, het Internationaal Monetair Fonds en Europese Centrale Bank een uniek noodverband van 110 miljard euro.

Tijdens de onderhandelingen over de voorwaarden hielden de Grieken het gerucht levend dat ook de Chinezen bereid waren met vele miljarden te hulp te schieten. Van de verkiezingsbelofte van Papandreou om te proberen de overeenkomst met de Chinezen terug te draaien, werd nooit meer iets gehoord. De computer van de dokwerkersbond bevat talloze spotprenten van de premier, die ze nu zien als verrader.

Een maand na de reddingsoperatie werden tijdens een bezoek van de Chinese vice-premier Zhang Dejiang veertien handelsovereenkomsten gesloten. Zo zal de export van olijfolie en feta naar China worden opgevoerd, want, zo zei ‘Kapitein Wei’ opgewekt, de Chinese consument begint langzaam maar zeker aan die vreemde smaken te wennen. Verder gaat het Chinese telecombedrijf Huawei nauw samenwerken met de Griekse branchegenoot OTE en krijgt Kreta mogelijk Chinese hulp bij de aanleg van een nieuw vliegveld. Over overname van de spoorwegen en de aanleg van nieuwe havens en logistieke centra wordt druk gespeculeerd en dat zal niet minder worden nu het voor begin oktober aangekondigde bezoek van de Chinese premier steeds dichterbij komt.

Terwijl het IMF en de EU de rol van boeman vervullen door pijnlijke bezuinigingen en hervormingen af te dwingen, bieden de Chinezen de regering-Papandreou de mogelijkheid ook af en toe iets leuks te melden. „Voor de Olympische Spelen van 2004 bestonden er geen Grieks-Chinese banden, tegenwoordig leren de Grieken Chinees”, merkt Jens Bastian spottend op.

Bastian, van Duitse komaf en gehuwd met een Griekse, is economisch analist bij de in buitenlandse betrekkingen gespecialiseerde denktank Eliamep in Athene. „De Griekse minister van Cultuur is zelfs naar de boekenbeurs in Shanghai geweest.” Ook met Libië, Saoedi-Arabië, Abu Dabi haalt Griekenland de banden aan.

Opvallend afwezig zijn volgens Bastian Griekenlands Europese partners. „Toegegeven, Europeanen kunnen nu niet zo diep in de buidel tasten. En Europese bedrijven maken misschien meer behoudende risicoanalyses. Maar de Nederlanders, Fransen en Duitsers staan letterlijk en figuurlijk dichter bij je. Hoe transparant zijn die andere investeerders?”

China ziet in dat de financiële crisis een uitgelezen kans biedt om zijn positie in Europa te versterken, zegt Jonathan Holslag, onderzoeksdirecteur van het Institute of Contemporary China Studies in Brussel. Hij is als adviseur betrokken bij pogingen van de Europese Commissie om een gezamenlijk handelsbeleid ten opzichte van China van de grond te krijgen.

Die inspanningen verlopen tot nu toe uiterst moeizaam. De EU-landen zijn onderling te verdeeld om tot harde afspraken te komen die het Europese bedrijven gemakkelijker maken met China te concurreren. Met investeringen in EU-landen die moeilijk op de kapitaalmarkten kunnen lenen, koopt China volgens Holslag ook loyaliteit en voorkomt het met succes dat de EU een front vormt.

De mannen van de dokwerkersbond in Piraeus hopen met hun internationale collega’s tot een actieplan te komen om werknemers wereldwijd te beschermen tegen Chinese ‘opkopers’ als Cosco. Een pasklaar antwoord hebben ze niet, geven ze toe. Hun stakingsacties hebben niet echt geholpen.

Misschien halen langzaamaanacties meer uit, zegt Giorgos Gogos van de dokwerkersbond. Bij containeroverslag draait immers alles om tijd en efficiëncy. Welke containers moeten wachten, welke worden snel afgehandeld. „Dokwerkers kunnen gezamenlijk besluiten Cosco’s operaties te vertragen door ze als laatste te lossen”, zegt Gogos. „Structureel een uur vertraging, is zelfs voor Cosco veel.” Onlangs heeft hij actiestickers gestuurd naar collega’s in andere havens. Om op Cosco-containers te plakken.