Ook de machtigen moeten slapen

Politici en wereldleiders zijn eraan gewend dat ze dagen of nachten moeten doorhalen. Toch kan de moeheid soms fataal zijn.

Den Haag, 18 sept. - Uitgeput is licht uitgedrukt. Na 72 uur crisisberaad met fractiegenoten strompelde Maxime Verhagen vorige week naar de microfoon in de Tweede Kamer. Dat beeld bracht de woorden van Kamervoorzitter Van Thiel in herinnering, in de Nacht van Schmelzer: „Wie flauw valt valle flauw, maar wij gaan door tot we klaar zijn.”

Het gestrompel en de stoere taal: beide karakteriseren de politicus en zijn slopende vak. Beide manifesteren zich ook bij uitstek in tijden van crisis en gedurende kabinetsformaties. Neem de formatiebesprekingen in België. Verkiezingswinnaar Bart de Wever vertelde tijdens de verkiezingscampagne nog trots over zijn favoriete menu: curryworst speciaal, een „berenlul” met veel mayonaise, en chocoladerepen „tegen de stress”. Een maand geleden zakte hij in elkaar. Letterlijk.

Hij sprak over een „optelsom van slaapgebrek, druk en emoties”. Bij Verhagen gebeurde iets soortgelijks. Natuurlijk, rugklachten achtervolgen hem al langer: hij heeft een versleten nekwervel waar operatief niets aan te doen is. „Hij heeft daarom een hoge pijngrens”, zegt CDA-Kamerlid Sybrand van Haersma Buma. „Maar de mate van pijn verraadt ook het niveau van de stress.”

Iedereen zag het. Verhagens optreden wierp bij sommigen zelfs de vraag op: zijn politici die nachtenlang hebben vergaderd nog wel volledig toerekeningsvatbaar?

Onderzoek daarnaar bestaat, zegt hoogleraar Henk Dekker, die aan de Universiteit van Leiden het vak politieke psychologie onderwijst. Problematisch bij dat onderzoek is dat politieke leiders zich op de toppen van hun macht niet laten onderzoeken. „Het ontbreekt ze aan tijd en bereidwilligheid. En dus moeten we het hebben van de verslagen van lijfartsen.”

Die artsen spelen zelf vaak een actieve rol in het machtsproces. Zo zou de wereld de Cuba-crisis te danken hebben aan de amfetamine- en speedinjecties die de Amerikaanse president Kennedy kreeg toegediend van zijn arts Max Jacobson, bijnaam: dr. Feelgood.

De conclusie over Kennedy is te lezen in het vorig jaar verschenen boek In Sickness and in Power, geschreven door David Owen.

Vervolg Vermoeidheid: pagina 3

Zombies dolen door het Binnenhof

Als arts – neuroloog zelfs – bevond David Owen, voormalig Britse minister van Buitenlandse Zaken en voormalig Balkan-onderhandelaar, zich in een goede positie om zich met enige autoriteit over deze „angstaanjagende problematiek” te buigen, zoals hij het zelf in zijn boek noemt.

Zo was de Suez-crisis volgens hem het gevolg van de benzedrinepillen waaraan de Britse premier Anthony Eden verslaafd was geraakt na een moeilijke galblaasoperatie. Een bijwerking van die pillen, zo is later vast komen te staan, is roekeloosheid, opgeblazen zelfvertrouwen en zelfs waandenkbeelden. Dat verklaart hoe de ooit zo prudente, evenwichtige Eden de blunder beging om, zonder overleg met de Amerikanen, in te stemmen met een suïcidaal Frans-Israëlisch invasieplan.

Minder spectaculair dan drugs en pillen, maar „minstens zo belangrijk”, aldus professor Dekker, is de invloed van vermoeidheid. Ook in Nederland wordt de politieke geschiedenis dikwijls geschreven door een chronisch slaaptekort.

Als meest pregnante voorbeeld memoreren Nederlandse politici de nacht van de val van het kabinet-Balkenende II. Het is eind juni 2006: na weken van politieke spanning over het Nederlanderschap van Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) volgt een Kamerdebat. Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, ook VVD) lijkt daarin overeind te blijven: Hirsi Ali moest een verklaring tekenen, dat is alles. Toch gaat het mis. Verhagen, die door zijn interruptiebeurten heen is, speelt zijn laatste vraag door aan Willibrord van Beek (VVD). Maar het is laat: Van Beek vergist zich. Hij stelt de vraag niet aan Verdonk, maar aan premier Balkenende. Die is ook moe. „Doodmoe”, zegt Van Haersma Buma nu. Om precies half drie ’s nachts neemt Balkenende in zijn antwoord afstand van Verdonk. Voor de verklaring van Hirsi Ali, zegt hij, bestaat geen juridische noodzaak, die is vooral bedoeld om Rita Verdonk aan boord te houden. Een uitglijder. De kamer is ontzet, coalitiepartner D66 gaat in spoedberaad. Balkenende probeert om half vijf ’s ochtends de schade nog te repareren. Tevergeefs.

Frans Weisglas, destijds Kamervoorzitter en VVD’er, zegt nu over die nacht: „Kamerleden liepen erbij als zombies. Het leek mij beter te schorsen en de volgende ochtend verder te gaan. Maar de oppositiepartijen waren tegen, die roken lont.” Een nachtje slapen zou de woede bij de D66 wellicht tot bedaren brengen.

De cruciale vergissing van Balkenende die nacht is opvallend, omdat hij nu juist zo vaak vertelt met hoe weinig slaap hij toekan. Vier tot vijf uur, niet meer. „Als ik zeven uur nachtrust nodig had, zou ik geen premier kunnen zijn”, zei hij vorig jaar in een radioprogramma. Hij plant zijn werkdag zonder pauzes: een half uurtje rust tussendoor maakt hem ongelukkig.

Tijdens de formatiebesprekingen in 2006 in Beetsterzwaag ontdekte Balkenende hoe hij zijn geringe behoefte aan slaap politiek kon gebruiken. Zijn team voerde een ‘uitputtingsstrategie’. De gedachte: Verhagen en hij houden het het langst vol, de anderen zullen diep in de nacht inbinden. Om ervan af te zijn. Den Uyl werkte op dezelfde manier, vertelt oud-informateur Jan Vis (D66). Zijn doorzettingsvermogen boezemde anderen zelfs angst in, nog voor ze de strijd aangingen.

Hans Wiegel (VVD) hoorde over de ellenlange vergaderingen van het kabinet-Den Uyl en gruwde ervan. „Alleen al daarom ben ik blij dat ik van dat kabinet geen deel uitmaakte. Ik ben een ochtendmens.” Toen Wiegel minister van Binnenlandse Zaken was, botste dat met premier Van Agt, een avondmens. Bekend is dat Wiegel soms de ministerraad moest openen omdat Van Agt nog in bed lag. Wiegel nu: „Dat was nog in het Catshuis, de premierswoning. Als we dan na enige tijd boven in het pand gerommel hoorden, deelde ik de vergadering mede: waarschijnlijk heeft de minister-president zijn sponde verlaten.”

Al legt de formatie een enorme druk op de onderhandelaars, een rondgang langs voormalige onderhandelaars leert dat het niet de besprekingen zelf zijn die de grootste wissel trekken. Jacques Tichelaar (PvdA), onderhandelaar in Beetsterzwaag die de Haagse politiek na hartproblemen verliet, bevestigt dat en spreekt van „een onzichtbare ring rond de vergadering” die bestaat uit achterban en, vooral, fractieleden. „Die krijgen allerlei berichten uit de media, niet van jou, terwijl je hun groeiende onrust voelt.” Vis, de oud-informateur: „Realiseer je wel: onderhandelaars zijn niet elkaars grootste vijand. De leider van de VVD wil niet opeens leider van het CDA worden; geen zorgen daarover. Maar de eigen fractiegenoten, dát zijn je grootste politieke vijanden. Bij een formatie ruiken die hun kans om steun te mobiliseren tegen jou, want op het onderhandelingsresultaat valt natuurlijk altijd wel wat af te dingen.”

Vis gelooft niet zo in de uitputtingstrategie. „Bij formatiebesprekingen moeten alle partijen met hetzelfde gevoel een akkoord sluiten. Coalities kunnen niet bouwen op fysieke uitputting van één van de deelnemers, dat soort trucs kun je maar beter bewaren voor de Trèveszaal of, nog beter, het Kamerdebat.”

Maar hoe zit het dan met dat stoere gedoe over weinig slaap? Neuroloog Hans Hamburger, slaapexpert van het Amsterdamse ‘WaakSlaapCentrum’, erkent dat de één met minder slaap kan dan de ander. „Maar uit onderzoek blijkt ook dat als mensen langere tijd achter elkaar minder dan vijf uur slapen, hun cognitieve vermogens daar stevig onder lijden.” Met andere woorden: een opgelopen slaapschuld maakt mensen dommer. Zo ook politici.

En Jan Peter Balkenende dan? Kon die het land wel goed besturen met zo weinig slaap? Gevraagd naar zijn geheim zei Balkenende altijd tegen zijn spindoctor Jack de Vries: „Jack, je moet niet sporten, daar wordt je lichaam moe van.” Slaapexpert Hamburger: „Wees voorzichtig met conclusies. Misschien sliep hij wel helemaal niet zo weinig. Uit onderzoek blijkt namelijk dat vooral zij die weinig slapen, lijden aan slaapmisperceptie. Ze slapen veel langer dan ze zelf denken.”