nrc.nl/eurocrisis

Amerikaanse CFO net zo somber als tijdens recessie

Nog anderhalve maand en Amerikanen gaan naar de stembus. In de peilingen staan de Democraten van president Obama er slecht voor. De Republikeinen, en ook de Tea Partybeweging, boeken electorale successen door te zeggen dat Obama onmachtig is de economie op gang te krijgen. Nu blijkt dat ook een andere factie Amerikanen ontstemd is over het regeringsbeleid, namelijk financieel directeuren, ofwel Chief Financial Officers.

Deze week publiceerde Duke University, in samenwerking met Universiteit van Tilburg, de Global CFO Survey, een onderzoek over de stemming onder bijna duizend financieel directeuren, onder wie bijna zeshonderd Amerikanen. Wat blijkt: Amerikaanse directeuren zijn net zo somber en chagrijnig als tijdens de recessie. Ook zijn de Amerikanen somberder en chagrijniger dan hun Aziatische en Europese collega’s.

De Amerikaanse bestuurders vinden het moeilijk financiering te krijgen voor hun bedrijven. Ze verwachten dat de economische opleving na de recessie maar van beperkte duur zal zijn. En de

financieel directeuren hebben nogal wat bezwaren tegen het handelen van Obama. Volgens het onderzoek is slechts 5 procent van de CFO’s positief gestemd over de wetgeving die Wall Street moet hervormen. De wet moet het toezicht op banken, hedgefondsen en private-equityfirma’s versterken. De bestuurders zeggen ook dat een deel van het herstel niet zal resulteren in groei, door een toename aan importgoederen.

Dat laatste klinkt bijna als een pleidooi voor protectionisme. Vorig jaar maakte Obama bekend dat het importtarief op banden uit China omhoog ging, een beslissing die mede was bedoeld om de steun van de machtige vakbonden in de staal- en auto-industrie te behouden. En ook nu staat Obama onder druk. Een deel van het Amerikaanse congres vindt dat China de munt structureel te laag houdt en wil represailles van de regering. Gezien de naderende verkiezingen is het de vraag hoe lang Obama deze roep kan weerstaan. (MG)

Goed nieuws uit Europa en China

Goed geluimd begon de financiële wereld aan de week. Een samenvatting van het goede nieuws:

De Chinese economie groeit nog steeds onverminderd hard, blijkt uit cijfers die deze week zijn bekendgemaakt. Lange tijd werd gespeculeerd dat de tweede economie van de wereld minder hard zou groeien. Voor bedrijven en landen die rekenen op een sterk China om handel te stimuleren is het een opluchting dat China maar door dendert.

De groei in Europa valt ook hoger uit dan verwacht. De Europese Commissie heeft vandaag haar groeivoorspelling voor de EU met 0.75 procentpunt omhoog bijgesteld. Dit jaar zal de Europese Unie met 1,8 procent groeien, verwacht de Europese Commissie. Voor de eurozone-landen is dit 1,7 procent. Volgens de Commissie was het economisch herstel in het tweede kwartaal van dit jaar sterker dan verwacht door aantrekkende wereldhandel

De economie zal niet opnieuw afglijden in recessie. Dat verwacht Dominique Strauss-Kahn, topman van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Op een congres van het International Labour Organization stelde Strauss-Kahn: ”Het is natuurlijk onmogelijk om zeker te zijn. Er ijlen altijd risico’s na. Daarom zeg ik niet dat het absoluut onmogelijk is, maar ik geloof echt niet dat het gaat gebeuren.” Demissionair Minister Jan Kees de Jager van

Financiën had gisteren ongeveer dezelfde boodschap. (MG)

De echte crisis wordt nu zichtbaar

Een financiële crisis? Een schuldencrisis in Europa? Dat waren toch de twee boosdoeners?

Allemaal waar, maar toch te makkelijk. Er is meer aan de hand, waardoor het herstel juist in Europa nog heel lang kan duren. Misschien wel decennia, zoals econoom Azad Zangana van vermogensbeheerder Schroders donderdag op een bijeenkomst in Amsterdam zei. Zolang kan het duren voordat Europese landen de benodigde strategische hervormingen hebben getroffen. En daarbij gaat het vooral om het flexibiliseren van de arbeidsmarkt. Kortom aan het werk krijgen van mensen, terwijl hun loonkosten worden teruggedrongen. De reden daarvoor wordt duidelijk door bijgaande grafiek.

Sinds begin jaren negentig is de productiviteit van Europese arbeidskrachten sterk achtergebleven bij de VS, bij het Verenigd Koninkrijk en zelfs bij Japan, dat sinds die tijd in een tijd van economische neergang verkeert.

Europa is zelf ook op twee snelheden gekomen. Landen als Duitsland en Nederland komen nog aardig mee, in tegenstelling tot het Zuiden van Europa. Dat kan een bedreiging zijn voor de Europese Unie. Kortom een opsplitsing. Verschillende economen in de Londense City houden daar, vaak nog stilletjes, al rekening mee. Maar Zangada is nog hoopvol. „De belangen zijn te groot”, zegt hij. “Politici zullen de boel toch bij elkaar proberen te houden. (DvL)

Discussieer over deze onderwerpen op nrc.nl/eurocrisis