Meisjes te kerke met krop sla om de nek

Beeldende kunst Dutch Utopia. Amerikaanse kunstenaars in Nederland 1880-1914. T/m 17/1 Singer Museum, Oude Drift 1, Laren. ****

De negentiende eeuw is een goudmijn voor wie graag goede schilders ontdekt. De lat lag hoog, er werd veel gemaakt en er raakte veel in de vergetelheid. Op de tentoonstelling Dutch Utopia in het Singer Museum in Laren is werk bijeengebracht van Amerikaanse schilders die rond 1900 in Nederland verbleven. George Hitchcock, Gari Melchers en William Merritt Chase zijn de bekendste, maar zelfs van hen zullen de meeste bezoekers nooit hebben gehoord.

De Amerikanen gingen bij de schilders van de Haagse School op bezoek en bestudeerden de Hollandse meesters van de zeventiende eeuw. Robert Henri moet aan Frans Hals hebben gedacht toen hij zijn Lachend Nederlands meisje (1907) schilderde. Henri was geen Hals, maar de lach van het kind is echt en het stroachtige haar is geschilderd in dikke vegen verf die mooi het volume van het hoofd definiëren. Walter MacEwen schilderde een zeventiende-eeuws interieur met een vrouw die een document ondertekent. Dat deed hij minder goed dan Vermeer of Ter Borch, maar ook zeker niet slecht.

Vervelender zijn de schilders die zich aan de Haagse School spiegelden. Het ‘gekleurde grijs’ wordt iets te gezellig. Te paars, te romantisch. William Edward Nortons schilderij van paarden en vissers op het strand lijkt van veraf op een Mauve of Maris, maar ziet er van dichtbij zacht en kitscherig uit.

Interessanter zijn de Amerikanen die Holland schilderden zonder op Hollandse schilders te willen lijken. George Hitchcock maakte een reeks schilderijen van tulpenvelden. De pastelkleurige strepen liggen als een dekbedovertrek in de zon; Joseph Raphael maakte van de tulpen een duizelingwekkend colourfield van gele, oranje, groene en blauwe toetsjes.

Het kleurgebruik van Gari Melchers is hoogst curieus. Een boerenmeisje in een witte jurk met een groen motief en een paars vest draagt twee knalblauwe emmers water. Vrouwen gaan in het geel, paars, blauw en oranje naar de kerk. De sjaaltjes zijn zo fel groen, dat het lijkt alsof ze kroppen sla om hun nek hebben geknoopt.

Melchers onderscheidt zich verder door een goed geregisseerde interactie tussen zijn figuren. Het hoogtepunt van de tentoonstelling is zijn vroege, nog niet zo bontgekleurde kerkscène De preek (1886), waarin een oudere vrouw afkeurend naar een slapend meisje kijkt. Daglicht valt door een hoog raam de kerk binnen, strijkt langs de harde houten stoelen en streelt de nekken en schoten van de meisjes die erop zitten. Je kunt de monotone stem van de dominee haast horen. De echo’s die wegsterven in de stiltes tussen zijn zinnen. De preek is vast niet om uit te houden, maar in Melchers’ vertelling zit geen enkele saaie plek.