Lekker lui lenen voor de overheid

Op Prinsjesdag zal blijken dat de overheid nu al profiteert van de historisch lage rente. Op termijn gloort een meevaller van miljarden euro per jaar.

Bij alle zorgen over oplopende tekorten en een groeiende staatsschuld heeft de overheid één opsteker. De rente is bijzonder laag. Fijn voor schuldenaren en dat is de Nederlandse staat bij uitstek. De overheid is met afstand de grootste debiteur van Nederland. Eind augustus bedroeg de staatsschuld 295 miljard euro – 18.000 euro per hoofd van de bevolking. Het Rijk was vorig jaar 10 miljard euro kwijt aan rentelasten, nog meer dan het ministerie van Verkeer en Waterstaat in 2009 aan infrastructuur uitgaf.

Een lagere rente kan snel tot grote meevallers leiden. Zeker bij een overheid die door de kredietcrisis meer schulden moest maken. Lang schommelde de staatsschuld rond de 220 miljard euro, maar in het najaar van 2008 knalde die naar een niveau rond de 300 miljard. De vraag is echter in hoeverre de staat meer kwijt is aan rentelasten. De tienjaarsrente schommelt rond de 2,7 procent tegen 4,7 procent een paar jaar geleden. En je kan nog altijd beter 300 miljard lenen tegen 2,7 procent dan 220 miljard tegen 4,7 procent.

Maar zo eenvoudig ligt het niet, legt Erik Wilders, de Agent van Financiën uit. Wilders is de schatkistbewaarder van de staat. Het agentschap zorgt ervoor dat de overheid op tijd zijn rekeningen kan betalen. De staatsschuld van 295 miljard euro is verdeeld over een keur aan leningen met wisselende looptijden. „Wij zorgen ervoor dat de schuld tegen zeven jaar is gefinancierd”. Anders gezegd: als er een schok is op de kredietmarkt duurt het zeven jaar voordat deze helemaal is doorgewerkt op de Rijksbegroting. „Zo wordt de begroting beschermd tegen al te grote renteveranderingen.” Ieder jaar wordt gemiddeld een zevende van de schuld opnieuw afgesloten tegen de dan geldende marktrente.

Bij 295 miljard euro zou de staat 6 miljard goedkoper uit kunnen zijn dan een paar jaar geleden. Maar dit effect werkt pas door als het tarief zeven jaar gelijk blijft. „En tegen die tijd is de wereld weer anders”, zegt Wilders.

De staatsschuld is nog altijd fors kleiner dan de verplichtingen van pensioenfondsen. Doordat zij hun toekomstige verplichtingen terug moeten rekenen naar de beleggingen, hebben zij bij een lagere rente meer vermogen nodig om aan dezelfde verplichtingen te voldoen. De fondsen hebben ruwweg het dubbele van de staatsschuld aan verplichtingen. Wilders: „Wij hebben in dat opzicht minder plezier van de lage rente dan dat de pensioenfondsen er last van hebben.”