Kunstenaars zijn echt niet wereldvreemd

Met groeiende verbazing lazen we het artikel ‘Kunst nog niet in actie tegen Wilders’ (NRC Handelsblad, 11 september) dat begint met het voorbeeld van een kunstenaar die zichzelf afbeeldt als Wilders-doder en dit motiveert met: „Wilders wil de kunstsubsidies afschaffen en hij heeft meer ideeën waar ik het niet mee eens ben.” Deze introductie, nog versterkt door een aantal quotes van personen uit het culturele veld, wekt de suggestie dat Nederlandse kunstenaars alleen politiek geïnteresseerd zijn wanneer hun inkomsten bedreigd worden, dat ze bang zijn om consequenties van politieke uitspraken te dragen, en dat ze zich liever uitsluitend met esthetiek willen bezighouden. Wij, zelf beeldend kunstenaars, herkennen ons niet in dit beeld. Ook uit contacten met collega’s weten we dat maatschappelijke issues, islamfobie en populisme wel degelijk leven, en we zien ook dat dit weerslag krijgt in kunstwerken. Veel kunstenaars willen echter niet platheid met platheid bestrijden en bieden op indirecte wijze tegenwicht.

Nederland, Europa of, nog breder, ‘het Westen’ neemt een paradoxale positie in: als hoeder van zijn verlichte erfgoed en tegelijkertijd als global player, met materiële belangen die behartigd moeten worden. Hoe verhouden cultuurrelativisme en populisme zich tot deze paradox? Hoe ‘eigen’ is ‘ons erfgoed’? Net als wij onderzoeken veel van onze collega’s dergelijke vragen in hun werk.

Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan

Beeldend kunstenaars, Amsterdam