Keepervijandig

Maarten Stekelenburg is van een zeldzame klasse. De doelman van Ajax en Oranje is een muur in zijn eentje. Soms ranselt hij zelfs de schaduw van zijn imponerende gestalte uit de kruising. Een volstrekt autonoom leven, op het veld. Zie hem toch oprijzen, en je valt bijna in schilfers uiteen.

In Bernabeu zorgde hij andermaal voor een glansprestatie. Stekelenburg behoedde Ajax voor een historische vernedering. Na de wedstrijd had hij weinig toe te voegen aan zijn parades. Maarten spreekt in woorden van gehakt stro, zo hij al spreekt. Altijd is er die tic van verlegenheid: het eindeloze strelen van de linkerslaap met twee vingers, tijdens interviews. Van doelmannen is geweten dat ze niet veel op hebben met de zelfverklaring, maar de keeper van Ajax is de overtreffende trap van het onzegbare. Het is niet eens nonchalance, het is beroepsmisvorming. Het afweersysteem heeft het overgenomen van de mens. Voor een guitige oogopslag is geen plaats meer. De ogen van Maarten lachen nooit.

Keepers in Nederland zoeken graag de anonimiteit. Alsof ze buiten hun club geen eigen leven willen hebben. Je hoort ze zelden over liefde en party’s, over hobby’s en bezit. Terwijl ook doelmannen natuurlijk prachtige vrouwen hebben, maar dat hoeft dus niemand te weten. Half rots, half mens is de gekoesterde status. En liefst niet gestreeld door al te veel moderniteit.

De commentaren op de prestatie van Maarten Stekelenburg in Madrid waren ook nu weer niet echt felicitatietelegrammen. Gewoon: prima werk. Terwijl coaches en media het einde van hun lyriek niet kennen als het over Wesley Sneijder en Robin van Persie gaat, moet Stekelenburg het redden met een paar tussenzinnetjes. Martin Jol was ook weer erg zuinig in de lofbetuiging voor de enige Ajacied op niveau. Voor hem was de prestatie van zijn keeper vanzelfsprekend, zei hij dodelijk vermoeid en verveeld.

Ik denk weleens dat doelmannen nog steeds gezien worden als onderklasse van het Nederlands voetbal. Nuttige idioten, zoiets. In ieder geval mannen die niet gebouwd zijn op trots, communicatie en flair. Mevrouw en meneer Van der Sar zijn nooit gevraagd voor een realitysoap. Edwin van der Sar was nochtans jarenlang een wereldvedette. Gelauwerd en gekroond in de grote voetbalcompetities van Europa. Maar je kon het niet aan hem afzien. Natuurlijk heeft hij thuis, in het schuurtje, ook een zilvergrijze Bentley staan, maar bij Edwin blijf je denken aan een Hollandse fiets. Aan schrale tegenwind, vooral. Hij heeft zichzelf alleen maar geformuleerd met zijn handen. Ik kan mij niet één ronkende verklaring van deze doelman herinneren.

Altijd wekt hij de indruk dat hij geboren is om niet op te vallen. Tussen de palen natuurlijk wel, maar aan gekke kapsels en tattoos heeft deze legende zich nooit gewaagd. Al loopt hij de laatste jaren wel rond met een dun, leren armbandje, waarin de namen van zijn kinderen zijn gegrift. Maar zelfs dat houdt hij zoveel mogelijk verborgen. Immer contrapunt van luxe en gala. Van intimiteit.

In klasse moeten Van der Sar en Stekelenburg niet onderdoen voor Lev Yashin, Sepp Maier, Dino Zoff, Gianluigi Buffon en Iker Casillas: evenveel heilige sacramenten van volksgunst. Onvervreemdbaar in de herinnering. Zij waren en zijn zelfs het gezicht van hun club en land. Cultuurpausjes, op het snijpunt van mythe en romantiek. Niet voor niets hebben Nabokov, Vestdijk, Camus en Claus prachtige teksten geschreven over de doelman. Misschien moet Harry Mulisch daar maar eens aan denken bij het nakende afscheid van Edwin van der Sar.

Eigenlijk is Nederland een keepervijandige sportnatie. Alle aandacht gaat naar de erfgenamen van Johan Cruijff en Willem van Hanegem. En uitgerekend in dat land is Michel Preud’homme bezig geschiedenis te schrijven met FC Twente. De man die tot zijn veertigste tussen doelpalen stond, wordt nu toegezongen als tactisch en strategisch brein. Na de fenomenale wedstrijd van FC Twente tegen Internazionale is Preud’homme toegetreden tot het pantheon der coaches. AC Milan had hem eerder al hoog op het verlanglijstje staan.

Doelmannen zijn dus niet noodzakelijk stoethaspels.

Ook pikant voor een oud-keeper: Preud’homme kiest resoluut voor aanvallend voetbal. Het stugge verdedigen, laat staan catenaccio is aan hem niet besteed. Hij bewaakt de vleugelslag van FC Twente. Nog explicieter dan Steve McClaren.

In het plebisciet van Michel Preud’homme ligt iets van een Wiedergutmachung voor het ras der keepers. Hoezo onderklasse? Wie weet kan de Belg ook nog Edwin van der Sar en Maarten Stekelenburg tot spreken wekken. Ik hunker zeer naar een gekrulde monoloog van beide mysteries.