Kampala Cycling heeft tien racefietsen

De Oegandese wielercoach Yusufu Mbaziira is in Nederland om te leren over zijn sport. Twee rensters van Kampala Cycling zijn rolmodel voor meisjes in Oeganda.

Van de Oegandese hoofdstad Kampala naar een wielercriterium in het Zuid-Hollandse Abbenbroek, Yusufu Mbaziira kijkt zijn ogen uit. „Bij ons rijden wielrenners hun wedstrijden gewoon tussen de auto’s, de bodaboda’s (motortaxi’s) en het andere verkeer”, vertelt de wielercoach uit Oeganda. „Hier is alles keurig afgezet. Elke ploeg houdt een bespreking voor de wedstrijd en beschikt over een ploegleidersauto met fietsen. Bij ons krijgen de deelnemers voor de wedstrijd een fiets uitgereikt en rijdt iedereen voor zichzelf. We hebben tien echte racefietsen voor de 42 renners van onze club, Kampala Cycling. Dan fietsen we meestal vijftig kilometer heen en vijftig terug. Zo’n criterium is veel leuker, met al die rondjes. Als ik thuis ben, ga ik het stadsbestuur vragen of de wegen af en toe twee uur kunnen worden afgezet voor een wielerkoers.”

Wielrennen in Oeganda, een land op de evenaar in Oost-Afrika, waar meer dan eenderde van de bevolking onder de armoedegrens leeft? „Als je naar het aantal deelnemers kijkt is het een kleine sport”, zegt Mbaziira (35). Maar in het oosten van Oeganda zie je dat veel gewone fietsen worden gebruikt als ongemotoriseerde, goedkope bodaboda. Kampala Cycling is de grootste van in totaal 21 wielerclubs, de meeste hebben vier of vijf renners. Maar het enthousiasme voor wielrennen is enorm. Mensen zien de Tour de France op televisie. Bij onze wedstrijden staat het publiek rijen dik. Bij het nationaal kampioenschap waren dit jaar twee keer zoveel toeschouwers als hier bij het criterium in Abbenbroek.”

Het enthousiasme voor de Europese sport wielrennen viel ook Conrad Alleblas op, toen hij in 2006 in Oeganda kwam. De voormalig manager van schaatser Bart Veldkamp bezocht het land als sportvrijwilliger om de lokale coaches op te leiden om kinderen te begeleiden bij sport- en spelactiviteiten. „Tijdens een workshop kwam Yusufu aanrijden. Vooral zijn fiets trok mijn aandacht. Deze man was net terug als coach van de nationale wielerploeg bij de Commonwealth Games (vierjaarlijks topsportevenement van de landen van het Gemenebest). Op een fiets die bij ons allang zou zijn weggegooid. Dit kon niet waar zijn.”

Met de fiets kwam het verhaal. „Ik ben in 1989 begonnen met wielrennen”, vertelt Mbaziira. „Ik huurde wat ze bij ons een local bike noemen, een fiets met een gewoon stuur en een paar versnellingen. Omdat ik het leuk vond, ging ik meedoen aan wedstrijden. Met wat prijzengeld begon ik onderdelen van de gehuurde fiets te kopen. Uiteindelijk kreeg ik alles bij elkaar en had ik mijn eigen fiets. Toen kwam ik in 1992 in de nationale selectie en moest ik het met mijn local bike opnemen tegen renners met echte racefietsen. Dat ging best goed en uiteindelijk werd ik bij mijn club gekozen tot coach. Ik heb wat cursussen gedaan en ben nu hoofdcoach. Voor de Commonwealth Games van 2006 heb ik handen geschud met koningin Elizabeth.”

Alleblas en partner Jamillah van der Hulst, die samen het sportmaketingbureau World of Sport runnen, waren geraakt door het verhaal van Mbaziira. Vanuit Nederland begonnen ze kleding en materiaal in te zamelen. Dus rijden de renners van Kampala Cycling in shirts met reclame voor Dingeman Schoenen, Elmar Metaalbewerking of Snacktaria’s Dicky’s. Voor de allerbesten is er een oranje Raboshirt. Inmiddels zijn er door particulieren in Nederland ook al dertig racefietsen beschikbaar gesteld. „Daar hebben we niet eens veel promotie voor hoeven te doen”, zegt Alleblas. „Het meest dringende probleem is opgelost, maar nu dient de volgende moeilijkheid zich aan. De fietsen moeten worden verscheept naar Kenia, en vervolgens naar Oeganda getransporteerd. Dat kost veel geld. En dan heb je het nog niet over opslag en onderhoud.”

Naast materiaal ontbreekt het de Oegandezen vooral aan kennis. Alleblas: „We hebben trainingschema’s uitgewisseld, geholpen bij het opstellen van een jaarplanning en Yusufu in contact gebracht met de Nederlandse baancoach Jacques Helderop. Vorig jaar kwamen we op een punt dat er meer nodig was. Een bezoek aan Nederland zou Yusufu veel verder brengen. En nu is hij hier, om wedstrijden en trainingen te bezoeken, achter de schermen te kijken bij de wedstrijdorganisatie in Abbenbroek en de Gerrie Knetemann Classic, of bij fietswinkels. Deze week waren we bij Edco, fabrikant van professionele wielen. Ze boden Yusufu meteen een baan aan toen bleek dat hij wielen kon maken. Uiteindelijk kreeg hij vijf sets wielen mee.”

Volgende maand komen de wielen direct van pas, als de beste renners van Oeganda meedoen aan de Commonwealth Games in het Indiase Delhi. Deelname aan een buitenlandse wedstrijd is zeldzaam. „De grote wedstrijden in West-Afrika – in Burkina Faso en Senegal – zijn te duur”, zegt Mbaziira. „Voor ons is de Tour of Rwanda het hoogtepunt van het seizoen, een koers van tien dagen. We noemen het de Tour de France van Afrika. Daar doen onze beste zes renners aan mee.”

Voor de Commonwealth Games zijn naast zes mannen voor het eerst ook twee vrouwen geselecteerd. „Bij Kampala Cycling hebben we Marion Ayibali”, zegt Mbaziira. „Ze is pas 21 en haalde onlangs een gemiddelde snelheid van 33,4 over een afstand van 78 kilometer. Niemand kon het geloven, ze liet de meeste jongens achter zich.”

Zijn kopvrouw heeft een belangrijke voorbeeldfunctie, zoals atlete Docus Inzikuru toen ze in 2005 wereldkampioen werd op de steeplechase. Mbaziira: „Er gaapt in Oeganda een enorm gat tussen jongens en meisjes. De regering houdt deelname van meisjes aan een sport als wielrennen af, alleen al omdat ze niet worden geacht om een korte broek te dragen. Marion durfde in eerste instantie ook niet. Ze droeg een lange rok over haar fietsbroek, ging huilen toen ik zei dat het zo niet kon. Toen deed ze twee broeken over elkaar, een korte en een lange. Ze fietste vijf kilometer weg en deed daar pas haar lange broek uit. Nu is ze eraan gewend en is het geen probleem. En andere meisjes doen haar na.”

Door wielrennen en andere sporten verdwijnt geleidelijk de ondergeschikte positie van de vrouw in zijn land, stelt Mbaziira, die naast wielercoach ook sportleraar is. „Meisjes in Oeganda zijn erg verlegen. Als je in een familie op bezoek komt, verdwijnen ze snel naar de keuken. Ze vinden dat ze niet in de positie zijn om gelijkwaardig te praten met mannen. Negentig procent wordt rond hun veertiende zwanger omdat ze niet weten dat je ook nee kunt zeggen tegen een jongen. Bij ons op de club leren ze zelf keuzes te maken. Jongens en meisjes komen op een andere manier met elkaar in contact, ze moeten samenwerken. In de groep is er sociale controle, ze zien voorbeelden van sterke vrouwen als Marion. Sinds we in 2006 zijn begonnen is er geen zwangerschap meer voorgekomen.”

Zie ook de website van de club: kampalacycling.com