Kabul wacht op echte vooruitgang

Veel Afghanen betwijfelen of vandaag de verkiezingen eerlijk zijn. Die zullen de spanningen alleen maar opvoeren.

A donkey collapses after being overloaded with election materials to be transported to a village unreachable by vehicles, in Panjshir province, north of Kabul September 17, 2010. Afghanistan will hold parliamentary elections on September 18. REUTERS/Ahmad Masood (AFGHANISTAN - Tags: ELECTIONS POLITICS IMAGES OF THE DAY) REUTERS

De vijftienjarige Hadeed en zijn vriendje sjouwen een grote boodschappentas. Sinds vier maanden woont Hadeed in Kabul, in een flat in de nog door de Russen gebouwde wijk Microrayan. Hadeed, geboren in de Pakistaanse stad Peshawar, is maar wat blij terug te zijn in zijn vaderland. ,,Hier woont mijn familie. Hier heb ik vrienden”, zegt hij. Alleen het speelveld aan de overkant van de straat zou wel opgeknapt mogen worden, vindt hij.

De moeder van Hadeed, Mashal Bahar is arts. Ze had een goede baan in Peshawar. Daar vluchtte zij zestien jaar geleden met haar man naartoe toen de Talibaan bezit namen van Afghanistan. Ze werkte in een ziekenhuisje en bij een hulporganisatie die voorlichting geeft over geboortebeperking. Als het aan haar had gelegen, was ze nog niet teruggekeerd in Afghanistan. ,,Maar de kinderen wilden zo graag”, zegt ze.

Vandaag kiest Afghanistan een nieuw parlement. Volgens sommige analisten is dat een kleine, maar belangrijke stap op de weg naar echte democratie. Anderen zeggen dat de stembusgang beter had kunnen worden uitgesteld. In veel gebieden blijven de stembureaus (ongeveer 15 procent van het totaal) dicht door terreurdreiging van de Talibaan.

Los daarvan, zeggen critici, hebben de verkiezingen het karakter van een machtsstrijd tussen persoonlijkheden, van wie velen met een corrupt en gewelddadig verleden. Ze zijn geen eerlijke volkspeiling over politieke voorkeuren. Verkiezingen in een klimaat van grote onveiligheid en met een grote kans op een frauduleuze uitkomst, net als bij de presidentsverkiezingen vorig jaar, zullen de spanningen alleen maar opvoeren.

Ook dokter Bahar betwijfelt of het vandaag wel eerlijk zal toegaan. Daarom vindt ze het niet erg dat zij niet kan stemmen, ze heeft nog geen stemkaart. Over president Karzai oordeelt ze laconiek: ,,Hij is geen goede regeringsleider, maar we hebben niemand anders.”

Nee, erg optimistisch is Bahar niet. Maar er is een lichtpunt. Haar drie kinderen gaan naar school, net zoals steeds meer ouders in Kabul hun zonen en dochters naar school sturen. Alle leed in de afgelopen decennia is veroorzaakt door onwetendheid van de bevolking. Nu er een nieuwe generatie opgroeit die wel onderwijs volgt, wordt misschien de basis gelegd voor ,,een grote verandering. Het is onze enige hoop”, zegt ze.

Die hoop wordt gevoed in de pas gerenoveerde Rabia School in de wijk Kalola Pushta. Die telt 3.137 leerlingen, van wie 2.400 meisjes. In de tijd van de Talibaan mochten meisjes niet naar school, nu komen er elk jaar weer meer aanmeldingen, zegt directrice Dansh Sadeed Safri (41). ,,Voor het eerst groeit een generatie op zonder oorlog”, zegt ze. Althans in de hoofdstad Kabul. ,,Ouders en kinderen staan te popelen. Ze komen met een glimlach op het gezicht naar school.”

In de tijd van de Talibaan gaf Safri in het geheim les aan meisjes bij haar thuis. Nu zegt ze dat verkiezingen belangrijk zijn. Alleen zo kunnen de mensen de regering kiezen die ze willen. Daarom gaat ze vandaag wel stemmen. Op wie wil ze niet zeggen. De verkiezingen zijn nu eenmaal geheim. Daarom ook kunnen mensen stemmen op de kandidaat die ze echt willen, zegt ze. Ze laat wel doorschemeren dat ze op een vrouw stemt. ,,Versterking van de positie van vrouwen helpt Afghanistan vooruit.”

Safri kent ook de verhalen over corruptie en over deals achter gesloten deuren die president Hamid Karzai sluit met vroegere krijgsheren. Ze haalt haar schouders op. ,,Corruptie begint bij jezelf. Ik laat geen corruptie toe op mijn school”, zegt ze. ,,We hebben tientallen jaren van oorlog gekend. Je kunt niet verwachten dat alle problemen in een keer worden opgelost. We hebben meer tijd nodig.”

De cruciale vraag is hoeveel tijd Afghanistan nog heeft. Na negen jaar aanwezigheid van Amerikaanse en andere buitenlandse troepen verslechtert de situatie buiten Kabul steeds verder. De Talibaan beheersen het zuiden en ook in het noorden laten ze zich steeds nadrukkelijker gelden. Tegelijkertijd begint de internationale gemeenschap Afghanistan moe te worden. President Obama heeft aangekondigd dat in juli een begin wordt gemaakt met terugtrekking van de Amerikaanse troepen. In 2014 moeten het Afghaanse leger en de politie in staat zijn de burgers zelf te beschermen.

Tegelijkertijd zoekt president Karzai toenadering tot de Talibaan. Hij noemde hen afgelopen zomer ,,mijn boze broeders”. Karzai wil verzoening. Weliswaar alleen met die Talibaan die de Afghaanse grondwet erkennen, die geweld afzweren en die de banden met Al-Qaeda doorsnijden. Dat klinkt ook in sommige buitenlandse hoofdsteden niet onredelijk. Maar velen in Afghanistan vrezen dat hiermee een nieuw doemscenario wordt geschreven.

,,Het is het begin van het einde. We begeven ons op een doodlopende weg waarbij geen ontsnappen mogelijk is”, zegt politiek analist Haroun Mir. ,,Denk je werkelijk dat de Talibaan bereid zijn concessies te doen? Hun leiderschap en hun ideologie zijn nog steeds hetzelfde als in de jaren negentig. Ze wachten rustig af. Karzai is onberekenbaar geworden en raakt steeds verder geïsoleerd, en zij worden alleen maar sterker. Ze wachten misschien nog een half jaar, een jaar. Dan zullen ze directe onderhandelingen beginnen met de Amerikanen, met bemiddeling van Pakistan dat hen in het leven heeft geroepen en nu hun beschermheer is. Dat weet iedereen. De Talibaan willen Karzai vernederen en ze willen uiteindelijk ook de Amerikanen vernederen.”

Veel tijd voor een drastische koerswijziging resteert er niet meer, de Talibaan staan voor de deur van Kabul, zegt Mir. Hij stelt voor om de Noordelijke Alliantie en gematigde Pashtun-groeperingen opnieuw te bewapenen. Als zij de gebieden buiten het zuiden veilig houden en de internationale gemeenschap daar investeert in de economie, kan een alternatief worden geschapen. Het kan nog tien jaar duren voordat het Afghaanse leger de veiligheid van Afghanistan in eigen hand kan nemen.

Daarom heeft hij zich kandidaat gesteld bij de verkiezingen. ,,Ik weet ook wel dat ik geen potten kan breken in het parlement. Maar ik hoop een beweging onder jongeren op gang te zetten die de internationale gemeenschap laat zien dat er ook Afghanen zijn die de Talibaan niet tolereren, die laten zien dat de Afghanen bereid zijn te vechten voor hun vrijheid.”

Wie in het zwaarbeveiligde Kabul rondrijdt, ziet ook vooruitgang. Overal zijn nieuwe panden verrezen en in moderne winkelcentra zijn dure westerse spullen te koop. Maar het is de weerspiegeling van ,,een nep-economie”, zegt Mir. Een bedrijvigheid die kunstmatig wordt gevoed door de grootschalige aanwezigheid van buitenlandse donoren en zwart geld, afkomstig uit onder andere de drugshandel. ,,Op het moment dat de buitenlandse troepen weggaan, zal niets de Talibaan meer tegenhouden. Dan verdwijnen al die mooie spiegelpaleizen van de een op de andere dag.”

Niet erg hoopgevend. Maar het is wel een scenario waarmee ook Amena (24), een studente theaterwetenschappen, rekening houdt. Vijf jaar geleden kwam ze vanuit Iran naar Kabul. ,,Ik zou heel graag willen stemmen. Maar ik doe het niet. De regering doet toch wat ze wil. Ik ga niet stemmen op een parlement dat in handen is van misdadige elementen”, zegt ze als met haar zoontje aan de hand de gloednieuwe Allama Iqbal-faculteit voor Letteren binnenstapt op de campus van de Universiteit van Kabul.

Amena zegt dat ze het woord ‘Talibaan’ niet kan horen. ,,Zij hebben alle ellende veroorzaakt. We moeten niet met hen praten”, zegt ze beslist. ,,Wij hebben de internationale troepen hard nodig. Pas als er vrede is in het hele land, kunnen ze weggaan. Als ze eerder vertrekken, zullen de Talibaan winnen. Dan vlucht ik opnieuw naar Iran, hoe slecht we het daar ook hadden.”

Veel vrouwen denken zo. Sommigen maken een onderscheid tussen de Afghaanse Talibaan en de Talibaan die worden aangestuurd door Pakistan en de buitenlandse strijders van Al-Qaeda. Met de Afghaanse Talibaan is misschien toenadering mogelijk, indien ze de grondwet onderschrijven, en dus de gelijkheid van man en vrouw. Maar met de anderen is geen vergelijk mogelijk. Alleen als zij definitief zijn verslagen, en het Afghaanse leger sterk genoeg is, kunnen de geallieerde troepen van de NAVO vertrekken. ,,De internationale gemeenschap mag ons niet is de steek laten”, zeggen ze.