Hoe god verdween uit het zuiden

Zelfs in het katholieke Zuiden heeft het CDA verloren van de PVV. Hoe kan dat? Een reis langs lege kerken en lokale tradities. ‘Mensen wisselen net zo makkelijk van vrouw als van partij.’

Koewacht is ver. De kortste weg erheen vanuit Utrecht voert door de toltunnel bij Antwerpen. Koewacht is een idyllisch lintdorp in Zeeuws-Vlaanderen, met oude bomen en hier en daar een paardenweitje. Een uithoek, denk je, maar bewoners noemen juist „alles dichtbij”. Dan bedoelen ze bijvoorbeeld de Vlaamse steden Antwerpen, Gent en St. Niklaas, met „het grootste winkelcentrum van België”. Traditioneel is het CDA groot in het katholieke dorp. Maar bij de parlementsverkiezingen werd de partij vierde. De meeste stemmen gingen naar de PVV.

Heel Nederland maakte in juni een ruk naar rechts, maar ‘het katholieke zuiden’ spande de kroon. Een omslagpunt was bereikt: het groen van het CDA verschoot naar lichtblauw (VVD) en donkerblauw (PVV). Het CDA verloor in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland op een totaal van 2,2 miljoen uitgebrachte stemmen in één klap 350.000 kiezers (de PVV trok 262.000 extra stemmen en de VVD 114.000). De uitslag stortte het CDA in een crisis en dreef de partij in de armen van de rechtse winnaars VVD en PVV. Waarom liet juist het zuiden de traditionele partijen zo massaal in de steek, en bleek het zo ontvankelijk voor de Partij voor de Vrijheid?

Een reis door Zeeuws-Vlaanderen, Noord-Brabant en Limburg langs lege kerken en abdijen, een weggevaagd middenveld, oplevende lokale tradities en cliëntelisme in de positieve zin van het woord.

Verbaasd was Etienne van Waes, oud-voorzitter van de dorpsraad en VVD-stemmer, over de steun voor de PVV in zijn dorp. Proteststemmen kunnen het nauwelijks zijn – Koewacht is een hechte gemeenschap met weinig reden tot klagen. Voor bakker, supermarkt, tennisclub, biljartvereniging, bibliotheek, huisarts, brede school en open lucht-zwembad hoeven de bewoners het dorp niet uit. De werkloosheid is laag door de nabijheid van Dow Chemicals in Terneuzen, een kunstmestfabriek in Sluiskil, en de Belgische steden. De internationale jaarmarkt trok een week geleden weer duizenden bezoekers. Na afloop was de band ‘De bevlekte ontvangenis’ een groot succes.

Goed, er is ‘import’, vooral van gepensioneerden uit de Randstad. En er zijn drie ‘Polenpensions’ die volgens Van Waes geen problemen geven maar sommigen toch een doorn in het oog zijn. „Die zeggen: ‘ze pakken hier de banen weg’. Ja, omdat andere mensen dat werk niet willen doen.”

Maar dat noemen dorpelingen niet als belangrijkste reden voor hun PVV-stem, zegt Van Waes. Ze stemden op PVV-leider Wilders, zeggen ze, omdat hij vasthield aan de AOW-leeftijd van 65 jaar – een belofte die hij een dag na de verkiezingen brak.

Op het eerste gezicht hebben Zeeuws-Vlaanderen (107.000 inwoners), Noord-Brabant (2,5 miljoen inwoners) en Limburg (ruim 1 miljoen inwoners) niet veel gemeen. In Limburg brachten de mijnen welvaart, maar ook een minderwaardigheidscomplex. „Het vuile werk in de mijnen werd gedaan door autochtone Limburgers en gastarbeiders, de opzichters en ingenieurs kwamen uit Holland”, zegt publicist Cyrille Offermans, geboren in een liberaal katholiek arbeidersgezin in Geleen. „Dat zette kwaad bloed. Het naar binnen gekeerd zijn nam toe.” Na de sluiting van de mijnen in de jaren 70 („het verraad van Den Uyl”) volgde de verpaupering van Heerlen en Kerkrade. Het was een breuk in de economische ontwikkeling.

Brabant heeft zo’n breuk niet gekend, de Brabanders zijn juist gestaag opgeklommen uit zand en veen, zegt Gerrit Braks (77), boerenzoon uit Odiliapeel en oud-minister van Landbouw voor het CDA. „Wij waren vroeger straatarm, we leefden met hele grote gezinnen op slechte grond, er was geen zorg en geen goed onderwijs. Maar de landbouw is geleidelijk vervangen door industrie en dienstverlening. Het is hier eigenlijk altijd crescendo gegaan. Brabant is een homogeen, stabiel gebied. De tolerantie is groot, plannen om een eigen vlag of volkslied in te voeren zijn op niets uitgelopen.”

Zeeuws-Vlaanderen heeft al een eigen volkslied sinds de Eerste Wereldoorlog, in reactie op Belgische annexatieplannen. Uit het refrein spreekt een ambivalente houding tegenover Nederland: ‘Van d’Ee tot Hontenisse/ Van Hulst tot aan Cadzand/ Dat is ons eigen landje,/ Maar deel van Nederland.’ De eigen vlag die het gebied vorig jaar kreeg is populair. Binnen en buiten hun streek staan Zeeuws-Vlamingen bekend als dwarsliggers met een ‘calimerosyndroom’. Hun streek is slecht bereikbaar en vergrijst. Ze voelen zich vaak achtergesteld.

Maar er zijn ook overeenkomsten. Onder de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, de bestuurlijke voorloper van het huidige Nederland, waren Brabant, grote delen van Limburg en Zeeuws-Vlaanderen ‘generaliteitslanden’: gebieden die wel onder het bestuur van de Staten-Generaal vielen maar er geen stem in hadden. Katholieken werden lang als tweederangsburgers beschouwd en uit staatsambten geweerd.

Brabant trad na de Tachtigjarige Oorlog in 1648 toe tot de Republiek en kreeg pas in 1796 een eigen provinciaal bestuur. Zeeuws-Vlaanderen werd in 1814 toegevoegd aan Zeeland: daarvoor hoorde het een paar maanden bij Brabant en negentien jaar bij Frankrijk. Limburg werd zelfs pas in 1839 contrecoeur definitief bij Nederland ingelijfd: de Limburgers waren liever bij België gebleven. Eerder was het een lappendeken van verdeelde vorstendommetjes onder Pruisische, Kleefse, Franse, Oostenrijkse of Vlaamse heerschappij. „Zoveel wisselingen van de macht werkt onverschilligheid in de hand”, zegt kerkhistoricus Peter Nissen, geboren in een baggersfamilie in Swalmen bij Roermond. Het besef dat bestuurders ver weg zijn zit Brabanders, Limburgers en Zeeuws-Vlamingen in de genen. Wie is nu eigenlijk de overheid? Waar horen we bij?

Lang was er het katholieke geloof dat bond. Het zuiden leunde zwaar op de kerk en de Katholieke Volkspartij, een van de voorlopers van het CDA. Dat is voorbij. Nergens in Europa verloopt de secularisering zo snel als in Nederland, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De rol van de kerk lijkt uitgespeeld, de afkalving van het CDA is in volle gang. Gerrit Braks ziet dat als logisch sluitstuk van de katholieke emancipatie. „De georganiseerde verbanden zijn weg, de boerenbond, de vakbeweging en nu ook de partij.” Hij had de klap al eerder verwacht. „In het CDA woedt nu ook een discussie over de vraag of de partij niet omgevormd moet worden in een gewone conservatieve middenpartij.”

Limburgers verlangen naar ‘voorspraak’, eigen vertegenwoordigers in de landelijke politiek. Maar aansprekende katholieke politici als Gerd Leers of Camiel Eurlings zijn in Den Haag niet meer te vinden. En het CDA is onder Balkenende een calvinistische club geworden. Limburg heeft een traditie van anti-Haags stemmen – berucht was de steun voor de NSB in de jaren dertig. Volgens socioloog Ad van Iterson uit Maastricht zegt de Limburger Wilders in Den Haag tenminste waar het op staat. „Limburgers hebben zich in de armen gestort van iemand die grof in de bek is en foute dingen doet.” Dat waarderen ze, omdat ze het zelf niet durven.

Sinds de PVV de formatie domineert, is religie opeens weer een politieke factor van betekenis. Het is geen toeval dat de drie ‘dissidenten’ in de CDA-fractie die tegen samenwerking met de PVV zijn (Klink, Koppejan en Ferrier) alledrie een protestantse achtergrond hebben. Uit onderzoek van de Evangelische Omroep blijkt dat veel meer katholieke dan protestantse CDA-kiezers die samenwerking zien zitten.

„Katholieken volgen heel makkelijk het gezag”, verklaart Braks, die zelf kerkt in de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. Ze zijn pragmatisch. De plotselinge principes van Klink, die zich halverwege de formatie keerde tegen verder onderhandelen met de PVV, hebben hem verbaasd. „Wij Brabanders houden niet van getuigen in het openbaar.” Ook vrijheid van godsdienst zegt katholieken minder dan protestanten, merkt Co van Schaik, PvdA-wethouder in Terneuzen. „Katholieken hebben absoluut geen moeite de gemeente geld te vragen voor hun godsdienstexploitatie. Ze vinden eigenlijk dat wij het onderhoud van de kerken moeten doen. Protestanten wíllen niet eens geld hebben. Een compleet andere denkwijze. Katholieken zijn echt niet bezig met godsdienstvrijheid, niet voor zichzelf en niet voor moslims.”

De secularisering voltrekt zich in de katholieke kerk sneller dan in de protestantse. In de enorme abdij van Berne in het Noord-Brabantse Heeswijk, ooit de bakermat van katholieke standsorganisaties als de Boerenbond en de Boerenleenbank, wonen nog slechts 25 kloosterlingen. „Vroeger speelden wij een belangrijke rol bij de katholieke arbeiders- en werkgeversorganisaties”, zegt abt Ward Cortvriendt (59). „Nu hoor je de kerk helaas niet meer in het maatschappelijke debat.” Het conservatieve Rome heeft de progressieve katholieken in Nederland ook niet verder geholpen, erkent hij. „Mensen zitten niet te wachten op dogmatische antwoorden op hun levensvragen.” En dan zijn er de aanhoudende schandalen, zoals de ophef over het seksueel misbruik door katholieke geestelijken.

In Zeeland loopt het kerkbezoek in Zeeuws-Vlaanderen het sterkst terug. De priester van Koewacht woont in Hulst, de parochie is gefuseerd met twaalf andere parochies. Petra Martens (42) van tankstation Martens, die in het kerkkoor zingt en in de kerk de bloemen verzorgt, ervaart dat als een verlies. „Vroeger kwam de priester nog wel bij deze en gene over de vloer.” Ongeveer honderd dorpelingen wonen nog wekelijks de mis bij.

Paul Verbeek, de jonge energieke deken van Zeeland, dat valt onder het bisdom Breda, houdt de teruggelopen ‘pastorale mankracht’ deels verantwoordelijk voor de ontkerkelijking. „Teruggaan naar de tijd van de pastoor die in een jaar al zijn parochianen bezoekt – dat kan niet”, zegt Verbeek, die zelf uit Brabant komt. „Wat dat betreft kun je lang niet altijd bieden wat je zou willen. Het is wel zo dat de Brabander meer tijd claimt. Die blijft wel bellen, als men nood heeft. De Zeeuw niet, die denkt: het is toch te druk. Zo wordt men nog meer teruggeworpen op zichzelf.”

In de Koepelkerk in Maastricht groeit het aantal kerkgangers nog wel. Het geheim van pastoor Jan Schafraad (72): een vlammende preek, een goed koor, persoonlijk contact en een eigenzinnige interpretatie van de liturgie. Op een zondagmorgen in september zitten 300 mensen in de banken. Het koor Eendracht uit Sibbe/IJzeren luistert de dienst op, die wordt afgesloten door een zangeres-zonder-naam die in onvervalst Maastrichts een loflied op de heer aanheft.

Pastoor Schafraad verklaart de omslag in het zuiden uit het verdwijnen van trouw. „Mensen wisselen net zo makkelijk van vrouw en van man als van elektriciteit, van krant, slager, bank, partij en kerk. Ze denken dat ze zonder instituties kunnen. Maar het loslaten van oude verbintenissen heeft grote consequenties. Dat zie je in de politiek: wie PVV stemt hoeft zich niet te verantwoorden. We leren niet meer dat je niet weg moet lopen voor je verantwoordelijkheid.”

Met ontzuiling en secularisering houdt het niet op. Ook liberalisering, verzakelijking en schaalvergroting weken mensen los uit grotere verbanden. PvdA-wethouder Co van Schaik van Terneuzen, sinds 1974 actief in de lokale politiek, ziet dat als de grootste oorzaak voor het opstandige kiezersgedrag. Gemeentelijke fusies reduceren het persoonlijk contact tussen burgers en bestuur. „Het is voorgekomen dat mensen uit Koewacht met hun eigen gemeente, Terneuzen, belden en van de ambtenaren te horen kregen dat ze bij Hulst moesten zijn.” Concurrentie verpest het werkplezier van mensen in de zorg, de bouw, de post. „Wij hadden in het stadhuis vaste schoonmakers. Die maakten het hier schoon alsof het hun eigen huiskamer was. Toen is het Europees aanbesteed. Nu krijgen ze een laag loon, vlíégen door die ruimte en horen niet meer bij het gemeentelijk team. Die mensen zeggen: de samenleving wás zo goed voor ons. Hun positie is slechter geworden. Het is allemaal afstand, afstand, afstand.”

„Mijn bejaarden hebben allemaal op de PVV gestemd”, zegt pastoor Schafraad in Maastricht. „Ze voelen zich in de bejaardentehuizen verwaarloosd en denken dat Wilders daar wat aan kan doen. Met moslims heeft het niks te maken, maar ze denken wel: als je uit een vreemd land komt wordt er van alles voor je gedaan en als wij wat nodig hebben kan er niks.”

Wat zuiderlingen merken van het verre Den Haag zijn al te vaak maatregelen waar ze niet op zitten te wachten en die oude zekerheden aantasten, zoals pensioen en WW. Of landelijke regels die in de regio slecht uitpakken. Haags gedoogbeleid leidt tot drugstoerisme in de grensstreek. De steenmarter wordt landelijk beschermd, maar in Limburg zijn ze een plaag.

In het ergste geval raken Haagse besluiten aan de fundamenten van het bestaan. Brabant kreeg het massaal ruimen van dieren wegens veeziekten voor de kiezen, de laatste jaren onder verantwoordelijkheid van CDA-ministers Verburg (Landbouw) en Klink (Volksgezondheid). „Het is triest om te zien hoe de overheid daarmee omgaat”, zegt Raymond van den Bos (35), ex-VVD-wethouder in de Brabantse gemeente Heusden, waar wegens Q-koorts twee geitenfokkerijen werden geruimd. „Die boeren krijgen wel een vergoeding, maar geen schadeloosstelling voor het niet meer kunnen fokken.” Dat heeft het CDA in Noord-Brabant beslist stemmen gekost, beaamt Gerrit Braks.

Het Zeeuwse CDA-Kamerlid Ad Koppejan schudt de voorbeelden voor Zeeland moeiteloos uit zijn mouw. In het voorjaar van 2008 maakte een vergunningkwestie bijna een eind aan de mosselvisserij. De gemoederen liepen hoog op. „Dat raakt alle Zeeuwen.” En dan de ontpoldering van de Hedwigepolder, in Zeeuws-Vlaanderen. „Er kunnen best goede overwegingen voor zijn. Maar denk ook mee met de mensen die er wonen. Hun familie is er van generatie tot generatie opgegroeid. En dan bedenken ze in Den Haag en bij de provincie opeens dat er maar water overheen moet.” Koppejan verzette zich tot het einde toe tegen de ontpoldering; tevergeefs. „Als mensen zien dat het toch gewoon doorgaat, ontstaan woede en onmacht.”

Lokale bestuurders begrijpen heel goed dat mensen zich afkeren van de traditionele partijen in Den Haag. Dat zijn ‘bestuurderspartijen’ geworden. Ze voelen hun burgers niet meer aan, investeren daar ook niet in. Zij vaak nog wel. Co van Schaik in Terneuzen houdt elke vrijdag ‘burgerdag’ – zijn PvdA haalde bij de raadsverkiezingen in maart 24 procent van de stemmen, nog net iets meer dan de PVV bij de landelijke verkiezingen.

In Roermond houdt ook wethouder en locoburgemeester Jos van Rey nauw contact met zijn kiezers. „De afstand tussen kiezer en gekozene is hier heel klein.” Zijn VVD is in Roermond al 12 jaar de grootste partij, bij de parlementsverkiezingen stemden de meeste Roermondse kiezers op de PVV. De slagerszoon koos al op zijn 19de voor de VVD, omdat hij een „gruwelijke hekel had aan de bemoeizucht van de overheid”. „Ik moest als 12-jarig jongetje op zondag zoutloos vlees afleveren bij zieke klanten. Mijn vader zei: pas op dat ze je niet zien op straat, want het mag niet van de KVP!”

Jos van Rey, die Geert Wilders graag had behouden voor de VVD, kent de „enorme onvrede” in Limburg. „Hele wijken gaan naar de verdommenis door een handvol raddraaiers, maar de lokale bestuurders hebben sinds de Politiewet van 1994 niks te vertellen over de politie (de korpsbeheerder voor Roermond is de burgemeester van Venlo, red.). Dat is mijn grootste frustratie. En ik kan het niet uitleggen aan de burgers. Vanmiddag was ik nog bij een mevrouw die is overvallen en vastgebonden en de politie laat niks horen. Let wel: onze kiezers zijn rechtser dan onze leden. Als een rechts kabinet mislukt, wordt Wilders volgende keer de grootste.”

De politiek vult het vacuüm van de ontzuiling en secularisering niet op. Dat doen de mensen zelf. Bijvoorbeeld door oude tradities te laten herleven. In Koewacht vieren de bewoners begin september ‘de kermis’ – zonder draaimolens, dat is te duur, maar met zelfgebakken Koewachtse vlaaien. In een speciale mis worden de dorpelingen herdacht die het afgelopen jaar zijn gestorven. Honderden Brabantse schutterijen houden wekelijks hun schietwedstrijden met geweer of kruisboog, de passiespelen in het Limburgse Tegelen trekken duizenden bezoekers.

„Limburg is wel geseculariseerd, maar de parochiestructuur blijft belangrijk”, zegt Joep Leerssen, hoogleraar moderne Europese letterkunde aan de universiteit van Amsterdam, die publiceert over nationale stereotypen. Leerssen woont in de Randstad maar speelt nog steeds piccolo in de harmonie St. Cecilia van zijn geboortedorp Mheer. Voor processies loopt het hele dorp uit, waarbij mensen nu eerder toeschouwer dan deelnemer zijn. „Het is niet meer knielen, maar filmen met videocamera’s.” Leerssen noemt dit een „civiel ritueel”. In Mheer en de omringende kerkdorpen werkt het, zegt hij. „Sociale cohesie is een verdienste van de katholieke kerk.” In Margraten bleef het CDA in juni met 21,8 procent nipt de grootste partij (de PVV haalde 21,3 procent).

Op een zonovergoten zondag in september verzamelen zich tien Zuid-Limburgse harmonieën op een hooggelegen weiland buiten het dorp Banholt voor de strijd om de wisselbeker van Margraten. De hele omgeving is toegestroomd, rondom dampt Wilders-land in de zon. Aan de horizon de Pietersberg, Maastricht en de Belgische Voerstreek. Na een optocht door het dorp geven alle tien een demonstratie voor een jury uit de regio. De vrolijke middag wordt afgesloten met een gezamenlijk concert. „Het klinkt misschien wel allemaal erg retro, maar het is niet conservatief”, zegt Joep Leerssen. „Jongeren doen volop mee en ze lopen allemaal met tattoos en grungekapsels. Heus, het valt hier erg mee met de droefenis. Limburgers feesten zich kapot.”