Haags museum vindt vroege tekening van Mondriaan in een la

Mondriaan tek-1971-0103 0557354

„Alsof je op je eigen zolder een Rembrandt ontdekt.” Zo omschrijft Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum in Den Haag, de vondst van een tekening uit 1906 van Piet Mondriaan (1872-1944). Eigenlijk gaat het om een herontdekking, want Veld met bomengroep bevond zich al sinds 1971 in het depot. Maar omdat de tekening in zeer slechte staat verkeerde, en bijna veertig jaar opgerold in een ladenkast lag, keek niemand er naar om.

Nu, na een uitvoerige restauratie, blijkt dat de vroege Mondriaan „een enorm goed werk” is, aldus Tempel. Met afmetingen van 95 bij 152 centimeter is het bovendien de grootste tekening die van Mondriaan bekend is. De latere abstracte schilder tekende met houtskool een realistisch Twents landschap, met kale bomen langs de rand van een veld. De tekening is deze week toegevoegd aan de tentoonstelling Koel modern – Realisme in Nederland 1907-1944, waar het een hoogtepunt vormt.

Net als de meeste Mondriaans van het Gemeentemuseum komt de tekening uit de collectie van Salomon Slijper, de Joodse verzamelaar die bij zijn overlijden in 1971 zo’n tweehonderd Mondriaans aan het museum naliet. Slijper en Mondriaan leerden elkaar tijdens de Eerste Wereldoorlog kennen in Laren. Slijper, volgens Tempel een „excentrieke man”, kocht in die tijd al Mondriaans vroege werken.

Maar Slijper bewaarde ze niet goed. Tempel: „Het papier was vergeeld, ernstig gekreukt en gescheurd. En de houtskoollijnen waren vervaagd en hadden afdrukken nagelaten op andere delen van het papier.” Zo kon het gebeuren dat het werk in de vergetelheid raakte. „We wisten wel dat de tekening bestond”, zegt Tempel, „maar we dachten al die tijd dat het niets bijzonders was”.

In 2009 kon het Gemeentemuseum met geld van de BankGiro Loterij veel schilderijen en tekeningen van Mondriaan restaureren. Zo stuitten de museummedewerkers ook op Veld met bomengroep. Nu de tekening is schoongemaakt en opgeknapt, blijkt volgens Tempel pas hoe „verbluffend goed” de compositie is. „Je ziet de diepte er weer in, en de weidsheid van het landschap. In dit werk is mooi de overgang te zien die Mondriaan in deze periode maakte van het naturalisme van de Haagse school naar een meer sferische en symbolistische duiding van het landschap.”

Volgens Tempel werpt de tekening nieuw licht op het oeuvre van Mondriaan. Hij is van plan een tentoonstelling te wijden aan Mondriaans grote tekeningen.