Farmareuzen azen op koopjes

Als het bod van farmareus Johnson & Johnson op Crucell lukt, verdwijnt weer een biotechnologiefonds in de Benelux van de beurs. „Dit is goed voor de sector.”

De farmaceutische industrie is dringend op zoek naar nieuwe geneesmiddelen. De octrooien op de kaskrakers van dit moment lopen bijna allemaal binnen enkele jaren af. Zonder die bescherming van hun marktpositie dreigt de winstmotor van de grote farmareuzen stil te vallen. Door overnames van kleine biotechnologiebedrijven proberen zij hun pijplijn weer te vullen.

In dat licht moet ook het bod van 1,75 miljard euro van het Amerikaanse Johnson & Johnson op het Leidse biotechnologiebedrijf Crucell gezien worden. Gisteren werd bekend dat beide bedrijven vergevorderd zijn in gesprekken over een overname. Johnson & Johnson heeft het boekenonderzoek al afgerond, alleen de details van de overeenkomst moeten nog worden uitonderhandeld.

Crucell verkoopt vaccins en ontwikkelt nieuwe vaccins, onder meer een universeel vaccin tegen griep op basis van een antilichaam. Johnson & Johnson heeft nog geen vaccindivisie, maar kan zich met deze acquisitie in één keer een aantrekkelijke marktpositie verwerven. „Als dit griepvaccin gaat werken, betekent het dat een patiënt zich niet meer jaarlijks hoeft te melden voor een griepprik, maar dat een spuitje eens in de tien jaar voldoende is”, zegt analist Fabian Smeets van Rabo International. „Dat geeft natuurlijke enorm concurrentievoordeel ten opzichte van de traditionele vaccins.”

Dit is al het tweede biotechnologiefonds in korte tijd dat in de Benelux van de beurs zou worden gehaald, merkt Oscar Izeboud van zakenbank Kempen & Co op. Twee weken geleden kocht het Brits-Ierse Shire het Belgische bedrijf Movetis op voor 428 miljoen euro.

In maart 2009 breidde het Zwitserse Roche zijn 56 procentsbelang in het Amerikaanse Genentech voor 46,8 miljard dollar uit tot honderd procent. En vorige maand bood het Franse Sanofi-Aventis 19 miljard dollar voor biotechnologiebedrijf Genzyme. Genzyme verwierp het onmiddellijk, maar de strijd is nog niet gestreden.

De farmareuzen zien hun kans schoon omdat de waardering van biotechnologiebedrijven op de beurs door de financiële crisis relatief laag is. „Wat opvalt is dat de farmareuzen allemaal contant willen afrekenen”, zegt Izeboud. „Ze bulken van het geld, en hun eigen koersen staan ook onder druk.” Het is een strategie om toekomstige groei zeker te stellen, terwijl zij tegelijkertijd hun eigen aantrekkelijkheid als overnameprooi verminderen.

De overname van Crucell hing al langer in de lucht. De geruchtenstroom daarover kwam op gang nadat het Amerikaanse farmaciebedrijf Wyeth in januari 2009 een bod van naar verluidt „meer dan een miljard euro” op het bedrijf uitbracht. Maar voordat het contract gesloten kon worden, werd Wyeth zelf overgenomen door concurrent Pfizer. In september 2009 nam Johnson & Johnson een belang van bijna 18 procent in Crucell. Het was naar nu blijkt een voorbode op de volledige acquisitie.

Nettie Buitelaar, directeur van het Leiden Bio Science Park waar Crucell is gevestigd, merkt op dat Johnson & Johnson nu de grootste klant is geworden. Tien jaar geleden werden de Amerikanen al eigenaar van het biomedische bedrijf Centocor dat in het park een fabriek heeft en twee jaar terug namen ze fabrikant van borstimplantaten Mentor over. Buitelaar verwacht niet dat de overname nadelige gevolgen zal hebben voor de werknemers van Crucell. „In tegendeel, Johnson & Johnson heeft flink geïnvesteerd in de fabriek van Centocor en ze zijn heel actief met het werven van nieuw personeel voor Mentor.”

Door de overname zal het succesvolste Nederlandse biotechnologiebedrijf van de beurs verdwijnen. Maar de deal zal afstralen op anderen. „Het is goed voor de sector”, zegt Izeboud. „De koersen van andere biotechnologiefondsen en vaccinmakers schieten nu de lucht in”. Het is goed voor het sentiment, zegt ook Smeets.