De stelling van Frank van Kappen: We zeggen toch ook niet tegen Texel 'hoepel op uit het koninkrijk'?

Is de nieuwe band met de Antillen een voorbeeld van moderne dekolonisatie of juist verder uitstel van problemen? Een gesprek tussen VVD-senator Frank van Kappen, die tien jaar als marinier op de Antillen doorbracht, en Folkert Jensma.

De opheffing van de Antillen wordt gepresenteerd als historisch. Maar wordt er nu ook iets opgelost?

„Er is volledig vrijwillig door de eilanden gekozen om toch binnen ons koninkrijk te blijven en niet onafhankelijk te worden. Dat is historisch. Maar de meeste problemen houden we.”

U zegt ‘ons koninkrijk’ – maar dat idee bestaat nauwelijks meer.

„Het koninkrijksgevoel is gebaseerd op een paspoort, op een vaag gevoel van historische verbondenheid. Dat aan beide kanten van de oceaan ook nog verschillend wordt ervaren. Er zijn enorme verschillen in taal en cultuur. De Antillen hebben een schaamtecultuur. Als ze het gevoel hebben dat hun eer wordt aangetast, kunnen ze enorm opgewonden raken. Nederland heeft de meer individualistische schuldcultuur. Dat gaat niet goed samen. Het gevoel dat je bij elkaar hoort, elkaar nodig hebt, dat heeft nooit bestaan.”

Moet je dat nu alsnog uit de grond stampen? En hoe dan?

„Op dezelfde manier zoals we destijds met Europa zijn begonnen, vanuit de economie. Het koninkrijk heeft een Europees en een Caraïbisch deel. Die brug zou je moeten uitbouwen. Van het Caraïbische deel zou je een etalage kunnen maken van Europese kennis en kunde. Het Caraïbische deel kent het Latijns-Amerikaanse gebied, de mentaliteit, spreekt Spaans, Portugees, Engels, Papiaments, Nederlands. Zon, strand en hotels kunnen niet de enige inkomstenbron blijven. Aruba richt zich nu op duurzame energie. Dat is interessant. Ze kunnen een springplank zijn, voor Nederland, misschien voor Europa. De trans-Atlantische dimensie is wel een uniek aspect van het koninkrijk.”

Is dat koninkrijk niet een dood paard? De onderlinge band staat er slecht voor. Als je het aan de kiezer hier overlaat is het zo afgeschaft.

„Ik vrees dat dat waar is. Ik maak me daar ook zorgen over. Het enige wat de gemiddelde burger hier over de Antillen weet is dat er jongeren vandaan komen die hier problemen veroorzaken. Aan de andere kant heerst ook wantrouwen. Wij zijn macamba’s die het altijd beter weten, die onze wil opleggen. Wij vormen een neokolonialistisch complot. Er zit veel frustratie in die relatie. En dat los je ook niet op met deze hervorming. Het is een stapje in de goede richting, maar een babystapje. Als we willen dat het werkt, moet er veel meer gebeuren.”

Nederland is net zo autonoom als Curaçao straks. Kunnen wij het koninkrijksstatuut niet opzeggen?

„Het enige land dat het statuut niet kan opzeggen is Nederland. Veel mensen realiseren zich dat niet. Maar dat volgt uit de VN-verdragen: alleen de voormalige koloniën kunnen beslissen onafhankelijk te worden en uit het statuut te stappen. Wij niet.”

Dus die historische schuld slepen we eeuwig met ons mee!

„Zeker. Je kunt wel zeggen: ‘We storen ons niet aan de rest van de wereld, we schoppen ze gewoon het koninkrijk uit.’ Dat hoor je wel in bepaalde kringen. Dat is leuk voor de bühne. Maar het kan helemaal niet, nog afgezien van de morele dimensie. Antillianen en Arubanen zijn staatsburger van het koninkrijk, net als wij. Dat hebben we in 1954 zo bepaald. Vroeger hadden we twee soorten paspoorten: iemand uit Nieuw-Guinea was Nederlands onderdaan. Maar toen we dat statuut schreven kozen we ervoor iedereen het staatsburgerschap te geven. Dat poets je niet weg. We kunnen ook niet tegen Texel of Friesland zeggen ‘hoepel maar op’. Hoe je het ook wendt of keert, we zitten in hetzelfde schip. Dan kun je ruzie blijven maken tot in de eeuwigheid. Of je kunt stapje voor stapje proberen de relatie te verbeteren.”

De Nederlandse Antillen zijn bestuurlijk en politiek mislukt.

„Ja, dat Aruba er destijds uit wilde was het eerste teken dat het niet functioneerde. Dat wilde niet los van Nederland, maar van Curaçao. Er zijn enorme spanningen tussen Curaçao en de kleinere eilanden. Dat heeft zich nu gemanifesteerd in deze keuzes. Loskomen uit de Antillen is loskomen van Curaçao.”

Heeft Nederland voldoende aandacht voor de Antillen gehad?

„Nederland heeft zich lang nauwelijks bekommerd om wat zich daar afspeelde. Het interesseerde ons niet. We hebben nooit ingegrepen toen dat had gemoeten. Dus een deel van de ellende is ook wel aan ons te wijten.”

U was steeds kritisch over deze hervorming, maar u stemde in de Eerste Kamer toch voor. Waarom?

„Omdat het alternatief erger was. Dan hadden we het land Nederlandse Antillen overeind moeten houden, met een gigantische staatsschuld, waarvan de renteschuld elke dag opliep. Wij hebben steeds gezegd dat wij de keuze steunen die de eilanden zelf maken. Zij wilden zelf niet samen verder. Om hun een frisse start te geven, lossen we die schuld af. Daar is tussen de anderhalf en twee miljard euro naartoe gegaan. Anders had zo’n nieuw ‘autonoom land’ geen schijn van kans.”

Welke garanties hebt u dat het niet weer mislukt?

„We hebben een Commissie van Financieel Toezicht die de begroting controleert en aanwijzingen geeft. Dat is een autonoom instituut. Als de aanwijzingen niet worden opgevolgd kan de Rijksministerraad ingrijpen. Daardoor hebben we veel meer invloed. Bovendien hebben we maatregelen genomen om de rechtshandhaving en behoorlijk bestuur te borgen. Die plicht hebben we voor alle staatsburgers.”

Maar u weet ook dat Curaçao en Sint- Maarten nog niet voldoen aan de normen.

„Ja. Dan kun je kiezen. Of je zegt: geen autonomie. Maar dan moeten we door met de Nederlandse Antillen, met een falende staat, een lege dop. Daarom is er een ‘algemene maatregel van rijksbestuur’ afgekondigd die de landen verplicht een plan van aanpak te maken, zodat wel aan de criteria wordt voldaan. De voortgang wordt voortdurend getoetst. Die maatregel kan worden verlengd totdat aan de criteria voor behoorlijk bestuur is voldaan. We hebben hierdoor echt invloed op de gang van zaken. Daarom zijn we uiteindelijk omgegaan. Het alternatief was desastreus.”

U zit gewoon in een fuik en kan niet anders.

„Als ex-kolonisator ben je verplicht de dekolonisatieresoluties van de VN te respecteren. Dat Statuut hebben we zelf opgesteld en daarin staat dat de inwoners van de eilanden net als wij staatsburgers zijn, geen onderdanen. We zijn dus de gevangene van het Statuut en de VN-resoluties. Het koninkrijk bestaat, maar het koninkrijksgevoel niet. Wil het koninkrijk overleven dan moet het wel op meer gebaseerd zijn dan op een paspoort en wat geschiedenis. Als dat niet gebeurt, ruziën we vrolijk verder.”

Maar het blijven examens met één kandidaat. En bij falen betaalt de examinator de rekening.

„Dit soort dekolonisatieprocessen heeft een eigen dynamiek. We kunnen niet uit de internationale rechtsorde stappen. Dus laten we er het beste van maken. We verdienen 80 procent van onze welvaart in het buitenland! De keuze om uit elkaar te gaan is niet aan ons. De burgers van Caraïbisch Nederland mogen dat. Wij niet. Dan kun je blijven sippen wat je wilt, maar het helpt niet.”

Waarom is dit akkoord niet benut om de toestroom van Antilliaanse jongeren in te dammen?

„Daar kunnen we alleen uitkomen als we over de emoties heen stappen. Die zitten vooral aan de andere kant. Men is dan bevreesd voor een ‘minderwaardig soort staatsburgerschap’. Men wil zich het vrije verkeer niet laten ontnemen. Er bestaan onderbuikgevoelens over een mogelijk racistisch motief. Je moet dat niet negeren, anders blijft het een bron van ellende. Maar het is uiterst onrechtvaardig dat Nederland zich niet kan beschermen tegen ongekwalificeerde Antilliaanse jongeren die nauwelijks Nederlands spreken en veelal hier in de criminaliteit komen.

„De eilanden stellen óók eisen aan Europese Nederlanders. Je komt er niet in als je niet in je levensonderhoud kunt voorzien of een criminele achtergrond hebt. Ik begrijp best dat er restricties gelden voor vestiging op de eilanden. Je kunt hier ook niet zomaar op de Waddeneilanden gaan wonen. Dat heeft met kleinschaligheid te maken en cultuur. Prima, maar er moet wederkerigheid zijn.”

Het probleem met de toestroom van Antilliaanse jongeren had toch al lang opgelost moeten zijn?

„Ik hoop nog steeds dat we eruit komen. Iedereen wordt nu over één kam geschoren. Dit is ook voor de Antillianen niet leuk. Er was een wetsvoorstel personenverkeer, maar dat is geparkeerd omdat het zoveel emoties opriep dat de hele staatkundige hervorming gefrustreerd dreigde te raken. Nu is het moment gekomen om daarover te gaan praten. Als die wet er niet komt, raken we in een situatie waarin Nederland eenzijdig regels gaat stellen. Daarbij is de andere kant van de oceaan dan niet betrokken. Dus dat leidt tot geweldige ergernis. En dan hebben we de volgende twistappel. Het probleem is dat de Antillianen dit óns probleem vinden, dat zich afspeelt in onze steden met jongeren die hier soms ook geboren zijn. Dus ze voelen zich niet betrokken. Maar het onderkennen van elkaars problemen en die samen oplossen, dát is een bewijs van staatsmanschap. Blijven kiften helpt niet.”

Haalt het koninkrijk in deze versie het volgende decennium of kiest men toch voor onafhankelijkheid?

„De nieuwe autonome landen realiseren zich dat de voordelen van het koninkrijk groter zijn dan de nadelen. Ondanks de wrijvingen. Wat er met Suriname is gebeurd, was voor veel Antillianen een schrikbeeld; staatsgrepen, misdaad, corruptie. Eigenlijk hebben ze het best goed in het koninkrijk. Ze vinden ons niet aardig, maar echt de pest hebben ze ook niet aan ons. Een Antilliaanse vriend zei me ooit Nederlanders te zien als een soort natuurverschijnsel: ‘Ze zijn er altijd geweest en we hebben met ze leren leven.’ Daar zit wel wat in.”

U wilt er zelf ook niet vanaf.

„Als ze in het diepe durven springen zeg ik meteen ja. Voor nu zeg ik: geef het koninkrijk meer inhoud, laat het werken, bouw aan een economische band waar we beide profijt van hebben. Welke andere keus hebben we?”