De kale kern van de klassieken

Hoe kan het dat bij het toneel in Nederland vaak zo feilloos en trefzeker klassieken opgevoerd worden, terwijl ik bij de opera in Nederland geregeld uitvoeringen zie met spectaculaire beelden, die de kern van de tekst aan hun laars lappen? Vorig jaar was er een opvoering van Op hoop van zegen bij Het Toneel Speelt. Natuurlijk was er het een en ander bewerkt door regisseur Jaap Spijkers. Ik heb de toneeltekst van Spijkers niet vergeleken met de oorspronkelijke tekst van Herman Heijermans, maar zeker is dat de betekenis ervan onaangetast was. In het stuk staan machthebbers tegenover machtelozen die moeten zien te overleven door zich te schikken. Het aangrijpende van het stuk is dat zelfs het moederinstinct sneuvelt als het om die worsteling gaat. Kniertje maakte zonder enige melodramatiek de handen van haar jonge zoon Barend los die zich wanhopig vastklampte aan het decor, omdat hij niet naar zee wilde. Hij wist dat het zijn dood zou zijn, en het strakke gezicht van Kniertje verried dat zij het ook wist. De uitvoering was in alle opzichten een hommage aan het klassieke stuk van Herman Heijermans.

Kort na die voorstelling in de Amsterdamse schouwburg zag ik in de Stopera Der fliegende Holländer van Richard Wagner in een regie van Martin Kusej. Nu is Wagners eigen tekst bij de muziek niet te vergelijken met die van Herman Heijermans. Waar Heijermans’ zinnen stuk voor stuk raak zijn en in het geheugen blijven hangen, is de tekst van Wagner clichématig. Die doet er ook minder toe, bij opera. Wel belangrijk is de fabel zelf, en die is grandioos. De vliegende Hollander is gedoemd om eeuwig rond te varen op zee en kan alleen maar verlost worden door de liefde van een vrouw die hem trouw blijft tot in de dood. Elke zeven jaar mag hij aan wal gaan om een dergelijke vrouw te zoeken. Maar wanneer een vrouw zich aan hem geeft en daarna haar gelofte breekt, zal ook zij eeuwig verdoemd worden. Senta, een schippersdochter, wil met hem trouwen. De Hollander wijst haar af, bang als hij is dat zij haar belofte niet kan houden en dan met hem voor eeuwig moet dwalen. Hij vaart weg, waarop Senta zich van een rots in zee stort. Daarmee is de Hollander bevrijd van de vloek. In de muziek is de melancholie van het naargeestige ronddolen schrijnend hoorbaar, en Senta’s liefdesverklaringen zijn altijd doordrenkt van noodlottige onderklanken. Een regisseur kan veel kanten op met Der fliegende Holländer. Hij kan de opofferende liefde benadrukken of de vloek die zichzelf herhaalt doordat de dood van Senta nodig is om de Hollander te verlossen. De regisseur kan de tijd als een doem zien. Wanneer er geen einde aan de tijd komt, verliest het leven zijn aantrekkelijkheden. Senta is dan inderdaad de verlossende dood. Hoe dan ook: Senta’s zelfmoord is cruciaal voor de betekenis van het stuk. Kusej koos ervoor het stuk zich deels op een cruiseschip, deels in een beautysalon te laten afspelen. Niet heel voor de hand liggend, maar vanuit een bepaalde interpretatie wel verdedigbaar. Blijkbaar wilde Kusej iets met de vraag: ‘hoe dood je de tijd?’. Op het eind van het stuk laat hij de vroegere verloofde van Senta de beslissende rol spelen en de Hollander en Senta doodschieten. Van de kern van Wagners dolingsfabel is dan niets meer overgebleven. Senta offert zichzelf niet, en de spookachtige ondode kan gewoon met een pistoolschot verlost worden van de vloek. Een regisseur die zo omgaat met de kern van een stuk zou met zijn handen van andermans werk af moeten blijven.

Een paar dagen geleden ging ik weer naar een voorstelling in de Stadsschouwburg, weer van Heijermans, en weer in de regie van Jaap Spijkers. Ditmaal was het De wijze kater. Zelden heb ik zo’n plezier om de tekst van een stuk gehad als bij deze opvoering. Ik was zo gegrepen door de rake ironie en de volstrekt eigentijdse politieke satire, dat ik ervan overtuigd was dat Spijkers de boel grondig naar het heden toegeschreven had. Thuis greep ik in mijn boekenkast naar de uitgave van Heijermans’ toneelwerk in de oorspronkelijke versie. Tot mijn grote verrassing bleek de tekst vrijwel letterlijk gevolgd te zijn. De regie liet Heijermans’ geestigheden in alle hoeken van het toneel zien. Camilla Siegertsz is een fabuleuze wijze kater, die als vertegenwoordiger van de hardvochtige maar tegelijk rechtlijnige natuur geen moment uit haar/zijn hilarische rol valt. De kater kent geen lieve Jean Jacques Rousseau-romantiek, maar wel de pret van de directe instincten en de machinaties die nodig zijn om daaraan toe te geven. Eten is primair en de motor van alles. Liefde is flauwekul, het gaat om seks en die moet snel genoten worden. Taal heeft geen dubbele betekenissen bij de kater en dus vat die alles letterlijk op.

Enkele dagen vóórdat ik met de lachtranen nog op mijn wangen uit de Stadsschouwburg kwam, zag ik Les Vêpres Siciliennes van Giuseppe Verdi. De Nederlandse Opera had de Duitser Christof Loy als regisseur ingehuurd. Hoewel het verhaal in de dertiende eeuw speelt, is negentiende-eeuws nationalisme eigenlijk waar alles om draait. De Fransen bezetten Sicilië, en er wordt een samenzwering tegen de Fransen beraamd. Een van de meest vechtlustige Sicilianen is Henri, die verloofd is met een Siciliaanse prinses. In een confrontatie met de Franse leider blijkt hij diens natuurlijke zoon te zijn. Dat leidt tot grote vertwijfeling bij Henri, en hij verhindert een geplande moord op zijn vader. De Sicilianen en ook zijn verloofde zien hem vervolgens als verrader. De opera eindigt in een bloedbad. Welke interpretatiemogelijkheden levert dit verhaal? Een regisseur kan, denk ik, alleen maar het nationalisme centraal stellen, en dat is ook in onze tijd een aansprekend onderwerp. Bekrompen nationalisme als oorzaak van familieveten, broedermoord, onmogelijke liefdes, moord en doodslag. Familiebanden en liefde zijn niet in staat dwaze ideologieën te overwinnen, dat is de verdrietige kern. Wat maakte Loy van Verdi’s muzikale meesterwerk? Een potpourri van visuele effecten die met geen mogelijkheid tot een visie te herleiden waren. Er waren ingenieuze filmbeelden van de zangers die langzaam verjongden tot kinderen. De verloofden bleken thuis in hun jeugd incestueuze spelletjes met stokbroden uit te halen. Te pas en te onpas viel er een rood gordijn uit de coulissen. Kortom: effectbejag buiten Verdi en zijn opera om.

Regisseurs mogen wat mij betreft heel ver gaan in omzettingen van stukken uit het verleden. Echt klassieke stukken laten veel interpretaties toe. Enige voorwaarde is respect voor de kale kern van de tekst. Spijkers liet in De wijze kater een paar personages weg, schrapte wat passages en legde Mark Rietman in zijn melancholieke koningsrol nog wat extra wijze observaties in de mond. Maar nergens had ik het gevoel dat Heijermans zelf niet welkom zou zijn geweest als toeschouwer bij de voorstelling. Dat was anders in de opera. Ik had daar het gevoel dat de directie aan Verdi en aan Wagner geen uitnodiging gestuurd had.

Deze column over wetenschap wordt afwisselend geschreven door de natuurkundige Robbert Dijkgraaf, de socioloog Paul Schnabel (over proefschriften), de voedingsdeskundige Martijn Katan, de neerlandicus Marita Mathijsen en de medicus Piet Borst.