De extreem zelfbewuste jeugd is als een danser op een vulkaan

In Amerika maar ook in Nederland hebben jongeren het erg met zichzelf getroffen. Gevolg van een opvoeding gericht op het kweken van prinsjes en prinsesjes. Als dat maar goed gaat.

Schrijver en columnist van nrc.next. Schreef de romans Art. 285b en Via Cappello 23.

Wandel op een zonnige namiddag eens over de universiteitsterreinen rond de Oudemanhuispoort in Amsterdam. De colleges zijn afgelopen en een stroom studenten gutst alle kanten op. Het is alsof je op een filmset belandt, zo trendy zijn ze gekleed en gekapt, zo onaantastbaar, zo overrompelend zelfverzekerd, zo verpletterend fris – je weet niet waar je kijken moet.

Behalve weggelopen uit modeglossy’s lijken ze ook levende illustraties bij het nieuws dat de Review of General Psychology deze maand bracht over het zelfvertrouwen van Amerikaanse scholieren en studenten. Dat blijkt zo explosief te zijn gestegen dat de gangbare meetmodellen tekort schieten (NRC Handelsblad, 7 september). Anders gezegd: de wijzer slaat vol uit. Tot in het rood, zou je haast toevoegen, want hoeveel eigendunk is nog gezond?

Een deel van de verklaring is specifiek Amerikaans. Vanaf de jaren negentig zijn in de Verenigde Staten allerlei programma’s in stelling gebracht om het zelfvertrouwen onder jongeren te vergroten. Dat ging zover dat soms zelfs schoolfouten niet meer werden gecorrigeerd: daar kon je immers een lelijke deuk van oplopen.

Vermoedelijk kunnen die onderzoeksresultaten bij ons worden herhaald. Ook onze eigentijdse opvoeding lijkt er namelijk op gericht te zijn prinsesjes en popsterretjes te kweken, blakend van zelfwaardering. Een basisschoollerares vertelde me laatst dat er in haar klas steeds minder kinderen in het bezit zijn van regenjasjes. Ze komen toch altijd met de auto. Regenen ze onverhoopt nog nat tussen autodeur en klaslokaal dan vragen de ouders achteloos: „Zeg, waar liggen hier de droge kleren?”

Als kleine celebrities rijdt de mama-limo ze naar sport-, muziek- en toneelles, waarna ze toegejuicht worden bij elke stap. Alle opvoedboekjes die ik zelf het afgelopen jaar als verse vader kreeg, drukken mij op het hart ‘gewenst gedrag’ te ‘belonen’ in plaats van ‘ongewenst gedrag’ te ‘bestraffen’. Vallen en opstaan is bovendien passé: met hun eerste driewieler krijgen ze hun eerste valhelm.

Goed, maar dan héb je ook wat. Kijk ze gaan, die studenten, met hun smartphones en hun iPods; zie ze stralen op hun Facebook-pagina’s, hoor ze uit hun dak gaan op zaterdagnacht!

Geluk, zelfwaardering en succes zijn sociaal wenselijk, zo niet een sociale plicht. Hoe gaat het? Super! Nog lekker geneukt? Fantastisch! En met jou? Ja, helemaal top. Wat gedaan het weekend? Heb je m’n Hyves niet gecheckt dan?

Even illustratief is het nieuwsbericht afgelopen week dat steeds meer kinderen voor havo of vwo kiezen, tegen een lager schooladvies in. Aan zelfvertrouwen blijkbaar geen gebrek.

Zoals iedereen zijn ook die zelfvoldane jongeren kinderen van hun tijd. Ik heb hun productieproces met eigen ogen kunnen volgen. Ik was kleuter in de laatste helft van de jaren zeventig, kind in de jaren tachtig, tiener in de jaren negentig. In die drie decennia vatte in het Westen de gedachte post dat ongebreideld comfort in principe voor iedereen beschikbaar was, en het louter aan je eigen stompzinnigheid te danken was als je de boot miste.

Oorlogen waren voorgoed voorbij, de Koude incluis, de economie groeide ongeremd, elk kind kreeg een pc en later een mobiel, elke ouder een vaatwasser, droger en een tweede auto.

Inmiddels dient leven met hetzelfde gemak te gaan als icoontjes aanklikken. Elk obstakel dat tussen jouw verlangen en de bevrediging ervan opduikt, is een defect dat oplosbaar is. Niet langer is het lot verantwoordelijk voor jouw welzijn, welnee, jijzelf bent het. Ongeacht z’n sociale milieu heeft iedereen toegang tot dezelfde scholingsmiddelen. Het individu kan zich in alle vrijheid ontplooien, of nauwkeuriger geformuleerd: z’n ding doen. Broadcast yourself is ons levensmotto.

In een wereld waarin anderen het jou hoogstpersoonlijk mogen aanrekenen als je niet bij de overwinnaars behoort, en daarmee dus automatisch bij het type verliezer dat zich adequater laat typeren met het Engelse loser, is een hoge eigendunk een onontbeerlijk wapen.

Wie niet over dit magische karaktertrekje beschikt, zal dit publiekelijk moeten veinzen. Een logische ontwikkeling in een maatschappij met gelijke kansen, snoeiharde concurrentie en prestatiedwang is dat de leden zich pantseren met zelfwaardering en zich tooien met de trofeeën van hun status. Tegenover wetenschappelijke onderzoekers en Facebook-bezoekers zullen ze daarom in superlatieven over zichzelf moeten spreken.

Onze beschermend-stimulerende opvoeding en de narcistische jeugdcultuur die daarop volgt, bant gevaren, onzekerheid en twijfel zoveel mogelijk uit. De gedachte dat je juist kunt groeien door af en toe onderuit te gaan en dat perioden van emotionele of existentiële onzekerheid je kunnen verdiepen, zijn al bijna blasfemisch.

Zo. En is die ouwe nu klaar met z’n gezeik over De Jeugd Van Tegenwoordig? Bij het schrijven over dit onderwerp bestaat dat gevaar altijd, dat je je profileert als oude zeurpiet.

Maar begrijp me niet verkeerd: ik kijk juist naar die extreem zelfbewuste jeugd met ademloze bewondering. Ik kijk naar hen als naar een virtuoze ballerina, die de meest waanzinnige sprongen uitvoert op het podium. Ik ben gehypnotiseerd en houd ook m’n hart vast: als dat maar goed gaat.

Want de gelegenheden om te struikelen en hard te vallen zijn lastig over het hoofd te zien. Hoe leert een generatie die gewend is aan ongelimiteerde groei te bezuinigen? Want dat zal moeten, en stevig ook. Het fantoom van een ongebreidelde groeiende economie liep al schrammen op. In de toekomst kan alleen maar duidelijker blijken dat er grenzen aan de groei zijn, al was het maar omdat het aantal deelnemende spelers aan het wereldpiramidespel zich niet eindeloos kan uitbreiden, en de grondstoffen niet onuitputtelijk zijn.

Kan iemand die systematisch op de pof leeft sparen? Hoe reageren mensen die drie, vier keer per jaar per EasyJet de party’s afstruinen in Europese hoofdsteden op de energiecrisis? Wie informeert voor ze waar de droge kleren liggen als de klimaatverandering haar tanden toont? Is er een icoontje voor valhelmen voor een decadente generatie die danst op de vulkaan? Wat gebeurt er met die schitterende zelfwaardering als Azië ons straks overschaduwt als wereldmacht?

Ik houd mijn hart vast, en tegelijkertijd besef ik dat die filmsterren bij de Oudemanhuispoort juist dáárom zo mooi zijn. Gevaar werkt als schijnwerper op elke schoonheid.

En ach, die ballerina komt op de dansvloer doorgaans weer heel netjes op beide benen terecht. Ja, dat kan natuurlijk ook nog. Misschien komt het allemaal vanzelf wel goed.