'Cuba betaalt om uit bed te komen'

Cubanen kunnen niet meer rekenen op een baan bij de overheid. Zijn ze eraan toe te worden losgelaten door de communistische staat?

Op de brede stoep bij het Spaanse consulaat in Havanna verzamelen zich rond negen uur drommen mensen. Drie politiemannen regisseren de toegang, af en toe blaast er een op een fluitje om de menigte weer in het gelid te krijgen. Iedereen wil naar Spanje, zegt een vrouw uit de rij. Om te wonen en om te werken. Ze hebben familie in Spanje en zeggen daarom te worden toegelaten.

Een vrouw is bezig formulieren in te vullen waarmee haar familie in juli volgend jaar hoopt te vertrekken. Als ondergrond gebruikt ze de muur naast het consulaat, waar in grote letter Todo para la revolucion op staat. In Cuba is geen werk zegt haar 45-jarige man, wat verbitterd.

Even verderop staat een 73-jarige man die het daar niet mee eens is. Hij is lang geleden naar Cuba geëmigreerd, vanaf de Canarische eilanden, en heeft geen behoefte om definitief terug te keren. Hij heeft het hier goed, zegt hij. Als voormalig petrolero – hij wijst naar de raffinaderijen aan de overkant van de haven – heeft hij een goed pensioen en ook zijn familie in Spanje draagt wat bij. Over de aankondiging door de Cubaanse communistische regering dat een half miljoen ambtenaren worden ontslagen en moeten doorstromen naar private banen om de stagnerende economie leven in te blazen heeft hij nog niets gehoord. Maar het klinkt hem als muziek in de oren. „Ík heb altijd gewerkt voor mijn geld”, zegt hij. Waarmee hij wil zeggen dat veel Cubanen dat niet doen. „De Cubaanse staat betaalt mensen om te studeren. Om ’s ochtends uit hun bed te komen. Om te eten. Daarom gaat het nu zo met de economie.” Hij wijst heel diep naar beneden.

Vindt hij het een goed idee overtollige ambtenaren te dwingen een private baan te zoeken? „Wat voor baan dan ook”, roept hij. „Als ze maar werken!” Is er dan wel genoeg werk? „O, jawel hoor”, zegt hij. „In de landbouw zijn banen zat.”

Is de bevolking er aan toe te worden losgelaten door de staat? Een serveerster met een moederlijk gezicht duidelijk niet. Ja, de serveerster heeft gehoord dat er staatsbanen gaan verdwijnen maar maakt zich absoluut geen zorgen. „Als je baan verdwijnt, zoekt de staat altijd weer een andere voor je”, zegt ze. „Ook weer bij de staat. Werkloosheid bestaat niet.”

Vervolg Cuba: pagina 5

Regering liet per communiqué ‘bom’ vallen

Het café waarvoor de serveerster werkt is een staatsbedrijf. Er zijn drie klanten, twee andere obers staan werkloos achter de bar.

Maandag liet de Cubaanse regering met een communiqué van de enige legale vakbond CTC een bom vallen. Om de stagnerende economie nieuw leven in te blazen zullen 500.000 mensen die nu in dienst zijn van de staat (zoals 95 procent van de beroepsbevolking van 5 miljoen) tussen nu en april worden ontslagen. Helemaal een verrassing was het wellicht niet, aangezien president Raúl Castro in april al meedeelde dat een miljoen ambtenaren ‘overtollig’ is, bijvoorbeeld omdat ze wel betaald krijgen maar niets doen. Maar een schok moet het zijn in het socialistische paradijs waarin de staat voorziet in gratis gezondheidszorg, gratis onderwijs, gesubsidieerde huisvesting, een klein salaris en maaltijden op het werk.

Het is de vraag of het vertrouwen van Cubanen, zoals de serveerster in het toeristische centrum, nog terecht is. Volgens een officieel document dat circuleert in regeringskringen en waarover persbureau Reuters bericht, heeft de regering ingrijpende voornemens. De vakbond, die gelieerd is aan de communistische partij, gaat bepalen welke mensen overtollig zijn. Zij stromen door naar private banen, zo is de bedoeling, waarin ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun inkomen en belasting afdragen aan de staat. Van zulke banen wil de regering er eind volgend jaar 450.000 meer hebben dan nu (600.000). Om dat mogelijk te maken zou ze allerlei beperkingen willen opheffen voor ondernemers, zoals het verbod geld te lenen bij een bank om te groeien, en het verbod op het in dienst nemen van mensen die geen familie zijn.

Ruim de helft van de nieuwe banen moet worden ingenomen door ‘kleine zelfstandigen’ als loodgieters, huwelijksfotografen en bed & breakfast-houders. Van deze geregistreerde kleine ondernemers zijn er nu naar schatting 143.000. Sceptici vragen zich af of de regering de grondstoffen, gereedschappen en materialen geïmporteerd krijgt om zoveel nieuwe ondernemers uit te rusten. Ook zouden ze door onervarenheid het risico lopen binnen een jaar failliet te gaan. Sceptici erkennen dat het arbeidspotentieel er zeker is.

Wie wandelt door Havanna raakt daar snel van overtuigd. Deze vrijdagochtend staan bouwvakkers vroeg op de tientallen meters hoge steigers rond het Museo de la Revolucion in Havanna, een gebouw dat vóór de Cubaanse revolutie het paleis was van dictator Batista en zijn voorgangers. Brokstukken van de kennelijk broze muren vallen van grote hoogte naar beneden. In de parken van de oude stad zijn schoolklassen bezig met hun lichamelijke oefening. Tussen de propvolle bussen, pick up-trucks met arbeiders, vrachtwagens en rode Cubataxi’s houdt de bestuurder van een riksja halt om in alle rust de ketting om de tandwielen te leggen. Met pikzwarte handen stapt hij weer op.

Particulier initiatief is in Havanna niet moeilijk te vinden, zij het nog onder zware overheidscontrole. De bestuurder van de riksja bijvoorbeeld werkt voor zichzelf, maar volgens zijn vergunning mag hij alleen Cubanen vervoeren. Als hij wordt betrapt op het veel lucratievere meenemen van een toerist krijgt hij een boete en is hij zijn riksja kwijt. De 35-jarige man met sportschoenen van het merk John Smith heeft gehoord over de veranderingen die op stapel staan. Hoewel het verdwijnen van staatsbanen hem niet direct treft, knijpt hij hem toch – bang zijn vergunning kwijt te raken aan andere gegadigden.

In een plantsoen met palmbomen zit een 75-jarige man die ook voor zichzelf werkt. Hij geniet een pensioen van 300 pesos per

maand, waarvan nauwelijks rond te komen is. Daarom klust hij legaal bij als inner van parkeergelden. Motoren 30 centavo, auto's 50 en vrachtwagens 1 peso, staat op zijn bord. Van wat hij verdient mag hij de helft houden, de rest gaat als belasting naar de staat. Hij doet het graag, zegt hij, gouden tanden bloot grijnzend. Hij is sterk genoeg en het is beter dan de hele dag thuis voor de tv.