Buffer tegen de barbaren

Wetenschapsbijlage 11-09-10

In Buffer tegen de barbaren staat een citaat van de historicus Jona Lendering: “Caesar beweert zelf dat hij alle Eburonen als straf voor de vernietiging van een Romeins legioen heeft gedood.” In feite wordt deze opzet door Julius Caesar gerelativeerd in zijn beschrijving van de Gallische oorlog (boek VI-31). Daarin wordt beschreven dat ‘van de Eburonen er een gedeelte vluchtte naar het Ardennerwoud en anderen naar de uitgestrekte moerasgebieden (het latere Peelgebied?). Wie nabij de zee woonden verborgen zich op de eilanden die bij vloed ontstonden (nu Zuid-Holland?). Een groot deel is zelfs uit het land getrokken en hebben met have en goed bij wildvreemde mensen toevlucht gezocht.’ Daarbij kan gedacht worden aan Britannia, waar nu in York de oorspronkelijke naam Eburacum herinnert aan de gevluchte Eburonen. Als latere legioenstad sinds 79 zelfs de hoofdstad van Romeins Britannia. Te vergelijken met Batavodurum, de Romeinse legioenvesting bij Nijmegen. In genoemd boek (V-24) noteert Caesar dat de Eburonen als oorspronkelijk Germaanse stam zich grotendeels hadden gevestigd tussen de Rijn en Maas onder leiding van Ambiorix en Catavolcus. Hiertoe behoren ook de Betuwe en Maas en Waal, waarheen na de genocide op en de verdrijving van de Eburonen de Germaanse stam der Bataven door de Romeinen werd gedirigeerd.

Thijs van Woerkom

Oosterhout (Gld.)