Bij de voorplaat

Wereldberoemd zijn de kraaien van het Zuidzee-eiland Nieuw Caledonia om hun handigheid. Het beroemdst is kraai Betty, die van een recht stukje ijzerdraad een perfecte haak maakt om voedsel uit een buisje te vissen (voor filmpjes van Betty en anderen, google op ‘behavioural ecology research group oxford movies’). Sindsdien doen deze kraaien mee in de cognitieve eredivisie van het dierenrijk. Maar waarom nu juist die Caledonische kraaien zo veel handiger zijn dan andere kraaiachtigen was nooit helemaal duidelijk. Vermoed werd dat ze zo handig zijn geworden omdat ze voor hun voedsel sterk afhankelijk zijn van larven van de boktor Agrianome fairmairei die ze met een stokje uit hun gaatje in een boom vissen (zoals op de drie foto’s hiernaast is te zien). Maar omdat de kraaien in het wild leven in onherbergzaam gebied is dat nooit goed onderzocht. Andere voedselbronnen zijn de kemerinoot, die de vogels kraken door ze van grote hoogte laten vallen, en fruit, hagedissen, slakken en aas. Engelse onderzoekers hebben nu in Science (17 september) door isotoopanalyse in kraaienveren en in kraaienbloedmonsters vastgesteld dat de kraaien inderdaad voor de helft van hun vetten afhankelijk zijn van de larven. En dat levert een enorme selectiedruk op om handig om te gaan met stokjes. [HS]