Amateurs zien twee meteorieten opgloeien in atmosfeer van Jupiter

Astronomen hebben voor het eerst de lichtflitsen van grote meteorieten in de atmosfeer van een andere planeet waargenomen. Die planeet is Jupiter, waar in de afgelopen maanden tweemaal een vuurbol is gesignaleerd. Astronomen hadden niet verwacht dat zulke vuurbollen überhaupt op zo’n verre planeet zouden kunnen worden waargenomen. Nog opmerkelijker is het feit dat de inslagen niet werden ontdekt met grote telescopen op professionele sterrenwachten, maar met bescheiden amateurtelescopen.

De eerste vuurbol werd op 3 juni waargenomen door de amateurs Anthony Wesley (Australië) en Christopher Go (Filippijnen). Hun videocamera’s registreerden een opgloeiend lichtpuntje dat twee seconden zichtbaar bleef. De korte duur van de flits was vergelijkbaar met de intense flitsen van zeer heldere vuurbollen in de aardatmosfeer. Latere opnamen, gemaakt met de ruimtelescoop Hubble en grote telescopen op aarde, lieten geen inslagsporen zien. Het ging om een meteoriet die volledig was verdampt en geen atmosferische verstoringen had veroorzaakt. Hij zou zo’n tien meter groot zijn geweest.

Op 20 augustus werd door twee Japanse amateurs een soortgelijke inslag gefilmd. Ook deze meteoriet was tien meter groot en liet geen sporen achter. Het is bekend dat de aarde gemiddeld éénmaal per tien jaar door een meteoriet van dit formaat wordt getroffen. Vorige week woensdag vloog er nog eentje op een afstand van 80.000 kilometer langs de aarde. Een eerste schatting suggereert nu dat Jupiter eenmaal per week zo’n rotsblok ontmoet. Jupiter is veel groter dan de aarde en oefent een veel sterkere aantrekkingskracht uit, maar misschien zwerft daar ook meer kosmisch ‘puin’ rond.

In feite is het niet zo verwonderlijk dat de inslagen door amateurs zijn ontdekt. Op grote sterrenwachten wordt Jupiter slechts af en toe kort waargenomen, terwijl amateurs de planeet soms urenlang met hun videocamera’s bewaken om de beste opnamen er uit te vissen.

Een toenemend aantal amateurs zal de planeet – en ook Saturnus – nu in de gaten gaan houden. Zo kunnen astronomen een beter inzicht krijgen in de grootteverdeling van het puin in het zonnestelsel en maken amateurs een kans om in een vakblad te worden vermeld. Zoals Wesley en Go op 1 oktober in de Astrophysical Journal Letters.

George Beekman