'Wijze kater' zonder satire maar wel met fucky fucky

Theater De wijze kater van Heijermans door Het Toneel Speelt. Gezien 15/9 Stadsschouwburg Amsterdam. Inl. hettoneelspeelt.nl ***

Is dit een voorstelling in 2010? De wijze kater, in de nieuwe versie van Het Toneel Speelt, ziet eruit alsof hij begin jaren zestig is gemaakt. Witte gezichten, clownesk geruite jassen over lang ondergoed, een bolhoed: absurdisme 1962. Ook de speelstijl is ouderwets kluchtig. Alleen een anachronistisch ‘fucky fucky’ of ‘vet moe’ halen je zo nu en dan weer even naar deze eeuw. De traditionele setting misstaat niet; zo valt het gedateerde van de tekst minder op.

Na Op hoop van zegen en Ghetto is dit het derde stuk van Herman Heijermans (1864-1924) van Het Toneel Speelt, in de regie van Jaap Spijkers. De wijze kater (1917/ 1918) is een atypisch stuk van Heijermans, geïnspireerd door De gelaarsde kat. In het ‘boosaardig sprookje’ verlost de pratende kat de koning van een rattenplaag, verijdelt een hofintrige en krijgt voor even de macht.

De tekst is stevig ingekort, de sociaal-satirische laag is verwijderd. In het origineel haalt de vrijdenkende kat alle standen onderuit, om uiteindelijk zelfs voor de dierenrechten op te komen. De koning vindt dat te radicaal en verjaagt hem. Dat is er allemaal uitgesneden. In plaats daarvan zijn er wat seksuele verhoudingen bij verzonnen en een happy end: de koning krijgt iets moois met de kat.

Die toevoegingen zijn een aanwinst, maar kunnen de leegte die ontstaat door het verwijderen van het anarchisme niet voldoende vullen. Deze gesneden ‘Kater’ heeft geen nagels meer. Het wordt een vederlichte klucht, geestig maar met te weinig inhoud.

De kater wordt gespeeld door Camilla Siegertsz, een compacte, kleine vrouw met de juiste katse uitstraling. Ze kan loom over een sofa dweilen en fel krijsend uithalen. Normaal is de kat de ster van het stuk, maar hier is het de koning, gespeeld door Mark Rietman. Onbeteugeld mag Rietman loeien en Swieberen. Dat is aanvankelijk irritant overdadig, maar al snel blijkt dat deze voorstelling precies dat nodig heeft. Het stuk begint pas te leven als Rietman opkomt. Hij haalt zelfs een lach uit de simpelste „goeienacht”.