VS moeten proberen handelsoorlog te vermijden

De VS worstelen met de vraag hoe hun economie aan te jagen en de werkloosheid terug te dringen. De relatie met China speelt daarbij een doorslaggevende rol.

Hoeveel diplomatieke druk kun je uitoefenen zonder dat dat tot ongelukken leidt? Die vraag stond gisteren centraal in een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat met minister van Financiën Timothy Geithner. Het congres én de regering zijn het erover eens dat alles gedaan moet worden om China te bewegen zijn munt, de renminbi, te laten appreciëren tegenover de dollar. De vraag is alleen welke middelen daarvoor ingezet kunnen worden zonder dat een handelsoorlog ontstaat met alle negatieve gevolgen voor beide landen van dien.

Devaluatie van de dollar ten opzichte van de renminbi is belangrijk voor de VS. De VS kampen sinds het uitbreken van de crisis met een toenemend aantal bot geworden instrumenten om de economie aan te jagen. De Amerikaanse centrale bank heeft de rente al in 2008 tot het minimum verlaagd, waardoor verdere monetaire stimulering langs die weg uitgesloten is. En de geldpers draait ook al op volle kracht, waardoor de balans van de Fed verdubbelde sinds de crisis. Tegelijkertijd ziet de overheid de effecten van het stimulus-pakket van 800 miljard dollar van de Bush-regering langzaam wegebben uit de groeicijfers. En intussen loopt de werkloosheid op, stijgt het aantal mensen dat in armoede leeft, stagneert de groei en dreigt deflatie.

De VS hebben gezien die economische situatie belang bij een zwakkere dollar. Dat zou de export aanjagen en de handelsbalans meer in evenwicht brengen. Daardoor kan ook het tekort op de begroting terug gedrongen worden. Een zwakkere dollar wordt echter onmogelijk gemaakt door China, dat de afgelopen jaren zijn renminbi vastgeklonken heeft aan de koers van de dollar. Dat is vanuit Chinees perspectief begrijpelijk. De Chinezen zitten op 2.500 miljard dollar aan beleggingen, die bij een dalende dollar hun waarde verliezen. Daarbij is de export van China naar de VS met 2.000 miljard dollar cruciaal voor de groei van China. Voor de VS betekent het echter dat export naar China te duur is, naar schatting 40 procent.

De minimale opwaardering van de renminbi in juni was niet genoeg om het congres gerust te stellen. Sterker nog, met de kwakkelende Amerikaanse economie neemt de druk op de regering Obama weer toe om China nu eens hard aan te pakken.

Daar komt bij dat de Democratische partij van president Obama onder toenemende electorale druk staat. De Republikeinen zijn aan een ware opmars bezig en alles wijst erop dat bij de tussentijdse verkiezingen (voor het Huis van Afgevaardigden en meer dan de helft van de Senaat) de Democraten een bloedneus op gaan lopen. Het Huis, nu nog gedomineerd door Democraten, zal voor het campagnereces dat volgende maand begint, nog een daad willen stellen, zo verwachten politieke analisten in de VS.

De hoorzitting met Geithner van gisteren staat dan ook niet op zichzelf. Eerder deze week diende de VS twee klachten in tegen China bij de Wereldhandelsorganisatie WTO, een over de beperkte toegang van Amerikaanse creditcardmaatschappijen tot China en een over importbeperkingen van Amerikaans staal in China. Tegelijk diende de Democratische Senator Schummer een wetsvoorstel in dat importbarrières mogelijk maakt afhankelijk van de mate waarin China zijn munt manipuleert.

Geithner nodigde het congres gisteren uit om door te gaan met het zoeken van oplossingen om de onbalans tussen China en de VS recht te zetten. Hij wilde echter niet bevestigen dat China zijn valuta manipuleert. Geithner lijkt zijn hoop te hebben gevestigd op de WTO en de komende G20-top in Seoul in november. Maar het conflict tussen de VS en China zou wel eens te bilateraal kunnen zijn om de hele G20 mee te besmetten. Een vorm van Amerikaans protectionisme zal na november waarschijnlijk dichterbij komen.