Verschillen bestrijding doping groot

Tussen de EU-lidstaten bestaan grote verschillen in de wijze waarop doping wordt bestreden. Dat blijkt uit een rapport dat vandaag aan EU-voorzitter België zou worden aangeboden. Het onderzoek is uitgevoerd door het Asser Instituut in Den Haag.

Het onderzoek geeft antwoord op de vraag hoe de 27 lidstaten de regels van het Wereldantidopingagentschap (WADA) implementeren. Sommige landen hanteren veel strengere antidopingregels, is een van de voornaamste conclusies. Daardoor kan oneerlijke concurrentie binnen de Europese topsport ontstaan.

Uit de analyse blijken onder meer grote verschillen tussen de aantallen sporters die dagelijks hun verblijfplaats (whereabouts) moeten opgeven om beschikbaar te zijn voor onaangekondigde dopingcontroles. In Italië geldt die plicht voor meer dan 1.500 sporters. In Spanje, met een vergelijkbare bevolkingsomvang, geldt dat regime voor slechts 274 topsporters. In Polen en op Malta bestaat deze ‘geregistreerde doelgroep’ op dit moment helemaal niet. In Nederland gaat het om ongeveer 450 sporters. Een veel groter land als Frankrijk heeft een geregistreerde doelgroep van 402 sporters, het Verenigd Koninkrijk 500.

De Europese Commissie stelde in 2007 als beleidsvoornemen in het ‘Witboek Sport’ dat „de EU baat zou hebben bij een beter gecoördineerde dopingbestrijding”. Maar daar blijkt ruim drie jaar later niets van terecht te zijn gekomen, zegt senioronderzoeker Janwillem Soek van het Haagse Asser Instituut. „Als je dit ziet is er weinig uniformiteit in Europa, het is ieder voor zich.”

Volgens Soek is het binnen de EU „puur willekeurig” welke sporters de lidstaten in de geregistreerde doelgroep opnemen. „Het ene land is strenger dan het andere. Vooral Italië is streng. Daar kan de politie ’s nachts in het hotel van een sporter binnenvallen. In andere landen moeten de sporters het gewoon uitvinden. Dat zijn de extremen in Europa.”

De onderzoeker denkt dat die afwijkende aanpak in de lidstaten van de EU onder sporters die aan internationale wedstrijden meedoen „wrevel moet geven”. De landen gaven geen verklaring voor hun werkwijze, aldus Soek.

Opmerkelijke vondst in het onderzoek is dat de handel in dopingproducten binnen de Europese Unie volkomen verschillend wordt aangepakt. In een aantal EU-lidstaten valt dopinghandel onder de strafwet, in andere onder een sportwet. Maar er zijn ook nog altijd vijf EU-lidstaten die geen eigen wetten en regels hebben die de handeling in dopingproducten regelen: Polen, Malta, Slowakije, Letland en Bulgarije.