Sarkozy versus de EU

President Nicolas Sarkozy van Frankrijk had het al niet gemakkelijk in eigen land en nu ligt hij ook met de rest van Europa overhoop. Met uitzondering misschien van Italië. Wat onder leiding van EU-president Herman Van Rompuy een tweedaagse top van Europese regeringsleiders had moeten worden over het buitenlands beleid van de Unie, werd op de eerste dag gedomineerd door een ordinaire ruzie aan de lunchtafel. Met in de hoofdrollen voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie en Sarkozy.

Voorzover bekend vlogen er geen spijzen over tafel, maar het verbale geweld was er niet minder verhit om, volgens oog- en oorgetuigen. Het Franse beleid om Roma het land uit te zetten, leek het onderwerp, maar meer nog de verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog waaraan Europees Commissaris Viviane Reding zich eerder deze week vergelijkenderwijs had gewaagd. Dat had ze beter niet kunnen doen, zoals ze ook zelf later toegaf. Want zoals vaker wanneer de jaren 1940-1945 in het geding worden gebracht, gaat het dan al gauw niet meer waarover het moet gaan.

Het gaf Sarkozy de gelegenheid, „gekwetst en vernederd”, voor zowel slachtoffer als aanklager te spelen, wiens plicht het was „Frankrijk te verdedigen”. Als dramatische expressie was de rol van Sarkozy wellicht overtuigend. Maar na gisteren is er aan de situatie van de Roma binnen en buiten Frankrijk niets veranderd. En bestaat het dreigement dat de Europese Commissie een strafprocedure tegen het land begint, onverkort. Sterker nog: omdat Barroso inhoudelijk geen centimeter week, is de kans daarop eerder groter dan kleiner geworden.

Het blijft dan zaak dat feiten en niet prestige daarvoor doorslaggevend zijn. De Europese Commissie heeft tot taak toe te zien op de uitvoering van verdragen. Het Verdrag van Lissabon, de grondslag van de Europese Unie, zeker niet op de laatste plaats. Dat zegt al snel, namelijk in artikel 2, dat de waarden waarop de Europese Unie rust onder meer bestaan uit „eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren”. En iets verderop, artikel 3, dat de Unie haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht biedt „zonder binnengrenzen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is in combinatie met passende maatregelen met betrekking tot controles aan de buitengrenzen, asiel, immigratie, en voorkoming en bestrijding van criminaliteit”.

Niemand zal Frankrijk het recht ontzeggen criminaliteit te bestrijden, van eigen inwoners en buitenlanders, of om wantoestanden op kampen en andere plekken waar Roma vertoeven, op passende wijze te bestrijden. Maar evenzeer mag van de Commissie worden verwacht dat zij zich ertegen keert als maatregelen specifiek op een bevolkingsgroep worden toegepast. In dit geval de Roma. Sarkozy heeft beweerd dat de Commissie een groot land als Frankrijk niet zo mag behandelen. Maar dát nu is in geen enkel verdrag te lezen.