Robuuste aardappeltaart

Aardappeltaart

Er komen vanavond twintig mensen bij me eten, maar dat zou je absoluut niet zeggen als je me hier ontspannen achter mijn laptop ziet zitten. Waarschijnlijk ben ik zo rustig omdat ik zelf niet jarig ben. Ik geef de partij voor iemand anders en mag zelf dus lekker in de buurt van het fornuis blijven. Als ik én moet koken én pakjes moet uitpakken én moet converseren gaat er bij mij altijd onherroepelijk iets fout.

Maar veruit de belangrijkste reden voor mijn kalme gemoedstoestand is dat ik vanavond geen pasta serveer. De vorige keer dat ik veel eters kreeg was ik zo dom om als bijgerecht tagliatelle te maken en dat liep – natuurlijk – uit op een catastrofe. Naast een kuub aan elkaar geklitte slierten heb ik staan stampvoeten van frustratie. Toen het eindelijk gelukt was om vloekend en zwetend op twee dozijn borden een pluk tagliatelle te krijgen was alles, de pasta zelf en de andere gerechten die al op tafel stonden, koud.

Nadien ben ik ook nog een keer zo dom geweest om voor zestien mensen ravioli in elkaar te fröbelen. Ook al zo’n slecht plan. Ten eerste zit je een dag lang te vouwen, te vullen en te plakken en ten tweede moeten die tere deegkussens op het moment suprême, net als iedereen aan tafel gaat en er van alles aan je gevraagd wordt (Waar is de wc? Waar zit ik? Hoe heet de poes?), héél zachtaardig worden gekookt. Anders vallen ze uit elkaar of splijten ze open en dan krijg je een nare, vieze toestand.

Goed. Dat alles is nu verleden tijd. Wijzer geworden serveer ik vanavond als bijgerecht een robuuste aardappeltaart. Die kun je gewoon van tevoren maken en even opwarmen als het zover is. Alles onder controle.

7 ongeschilde kruimige aardappelen

2 eieren

100 gram geraspte pecorino

1 fijngesneden teen knoflook

peterselie

takje tijm

zout en peper

200 gram bloem

olijfolie

roomboter

Verwarm de oven voor op 180 graden. Maak van de bloem, wat zout en zoveel water als nodig is een consistent deeg. Laat dit, verpakt in folie, 20 minuten rusten in de koelkast. Dit deeg vormt, na het bakken, een tamelijk harde korst rond de vulling, bijna als een soort schaal.

Kook de aardappelen, verwijder de schil en pureer ze met wat boter. Meng de losgeklopte eieren, de pecorino, de fijngesneden peterselie, de knoflook en de tijm door de puree. Voeg zout en peper naar smaak toe. Wie rauwe knoflook te overheersend vindt, kan de fijngesneden teen eerst even fruiten in wat olie. Vet een ovenschaal in met olijfolie en bekleed die met het uitgerolde deeg. Schep de puree erin en zet de taart ongeveer 40 minuten in de oven. Snij ’m in keurige puntjes en serveer die glimlachend en in het geheel niet zwetend uit.

Janneke is met ziekteverlof. Roos Ouwehand, actrice, schrijfster en amateurkok, vervangt haar.