Parlement is nog kwetsbaar

De parlementsverkiezingen in Afghanistan morgen zullen vermoedelijk chaotisch en frauduleus verlopen, maar er is een grote belangstelling voor deelname aan de politiek.

Malalai Achakzai heeft haar kiesdistrict in de provincie Kandahar verwisseld voor Kabul. Ze is te bekend in Kandahar. „In de afgelopen vijf jaar was ik parlementslid namens een kiesdistrict in Kandahar, maar door de onveiligheid heb ik niet door de provincie kunnen reizen”, vertelt ze in Kabul.

Makkelijk herkenbaar zijn is op de meeste plaatsen ter wereld een pluspunt voor verkiezingskandidaten, maar in Afghanistan is het een belemmering. Achakzai is een doelwit van de Talibaan, die hebben aangekondigd de parlementsverkiezingen van morgen zoveel mogelijk te verstoren.

Het is niet de enige tegenstelling van deze verkiezingsstrijd: om te verzekeren dat de stemmen van Afghanen die moedig genoeg zijn om naar de stembus te gaan niet minder waard worden door dezelfde verkiezingsfraude als bij de presidentsverkiezingen vorig jaar, heeft de kiescommissie besloten ongeveer één op de zes stembureaus gesloten te houden. Er zijn zeventien miljoen stempassen uitgegeven, terwijl het aantal kiesgerechtigden op 10,5 miljoen wordt geschat. En politieke partijen mogen niet deelnemen aan de verkiezingen voor wat een parlementaire democratie moet zijn.

Veel van deze merkwaardigheden kunnen verklaard worden uit de slechte veiligheid en het bizarre politieke systeem dat werd ingevoerd na 2001, toen de internationale gemeenschap stabiliteit belangrijker achtte dan politieke participatie. Critici menen dat de beperkte deelname aan de politiek een oorzaak is van de voortdurende instabiliteit, anderen denken juist dat politieke vrijheid alleen mogelijk is wanneer het land veiliger is.

Ondanks de moeilijkheden is de belangstelling voor deelname aan de politiek groot: meer dan 2.500 kandidaten doen mee aan de race om de 249 zetels van de Wolesi Jirga, het lagerhuis, dat morgen gekozen wordt. Onder hen zijn ruim 400 vrouwen. Enkele kandidaten zijn van deelname uitgesloten wegens hun banden met gewapende groeperingen, al heeft de veel bekritiseerde selectieprocedure hen niet allemaal kunnen weren. Maar in Kabul alleen al zijn er meer dan 600 gegadigden voor 33 zetels. Veel kandidaten, zoals Achakzai hebben ervoor gekozen het veiligere Kabul tot hun kiesdistrict te maken.

De zetels worden niet proportioneel verdeeld naar het totaal aantal stemmen, zoals in Nederland, of volgens het meerderheidsstelsel zoals in het Verenigd Koninkrijk, maar volgens een combinatie van beide systemen zoals verder alleen Vanuatu en de Pitcairn-eilanden die hanteren. Het resultaat is dat het Afghaanse parlement een verzameling van 249 individuen is; politieke partijen kunnen hun invloed niet via verkiezingen verzilveren.

Parlementariërs beschuldigen de regering-Karzai er voortdurend van dat zij de macht van het parlement nog verder inperkt dan in de grondwet is vastgelegd. „Het parlement is niet zwak van zichzelf. De regering verzwakt het parlement uit eigenbelang”, vindt Achakzai. Het parlement kan de politieke agenda niet bepalen, maar die wel beïnvloeden door zijn beperkte speelruimte slim te gebruiken. Zo kan het een veto uitspreken over wetten en hoge benoemingen, waaronder kabinetsposten.

In de afgelopen termijn van vijf jaar is het parlement steeds vaardiger geworden in het oppositie voeren tegen de regering. Op dit moment werkt Karzai met een incompleet kabinet omdat het parlement tweemaal kandidaten heeft afgewezen wegens incompetentie. Ook heeft het delen van de begroting en sommige wetten afgekeurd. In Afghanistan is de politieke en uitvoerende macht voor het overgrote deel geconcentreerd in de handen van de centrale regering, en dan met name de president, en is het parlement maar al te vaak het enige controlemechanisme.

„Totdat er een sterk parlement is dat de regering ter verantwoording kan roepen zal de bevolking de regering niet vertrouwen”, zegt Shinkay Karokhail, een vrouwelijke kandidaat die in de vorige termijn van het parlement felle oppositie heeft gevoerd tegen wetsvoorstellen waarin shi’ieten gediscrimineerd werden. Volgens waarnemers hoopt Karzai dat het komende parlement volgzamer is.

Ondanks het verbod voor politieke partijen om deel te nemen aan de verkiezingen hebben partijen wel kandidaten in stelling gebracht. Ook individuele politieke leiders steunen verschillende kandidaten om zoveel mogelijk medestand te verzamelen in het volgende parlement. Abdullah Abdullah, de enige serieuze tegenstander van Karzai bij de presidentsverkiezingen, zegt desgevraagd dat hij „honderden kandidaten in de verkiezingen heeft”, van wie hij hoopt dat „er zeker zestig in het parlement zullen komen”.

Het besluit van de kiescommissie om ruim duizend stembureaus in onveilige gebieden gesloten te houden is ingegeven door de vrees dat de stembussen daar makkelijk gemanipuleerd kunnen worden, zoals vorig jaar toen er controverse ontstond rond ‘spookstembureaus’. Door het overschot aan stempassen en de gebrekkige registratie van kiezers is het moeilijk om fraude te controleren. Deze kwesties zijn niet verbeterd sinds de vorige verkiezingen.

Martine van Bijlert van de denktank Afghan Analysts Network voorziet dat de verkiezingen „chaotisch, zwaar betwist en op alle niveaus gemanipuleerd” zullen zijn. Aan de hand van een grondig onderzoek naar de fraude vorig jaar wijst ze op de valkuilen en het gebrek aan uithoudingsvermogen bij de internationale gemeenschap om dit proces tot het einde uit te zitten. „Internationale waarnemers lijken vaak heen en weer te slingeren tussen optimisme dat betere maatregelen tegen corruptie een veel schonere verkiezing zullen opleveren, en een cynische acceptatie dat Afghaanse verkiezingen van nature chaotisch zullen verlopen”, schrijft ze. „Geen van beide benaderingen is erg nuttig.”

De groepen van verkiezingswaarnemers zijn kleiner dan bij de vorige verkiezing. De VN-vertegenwoordiger in Afghanistan, Staffan de Mistura, heeft herhaaldelijk verklaard dat „het de verantwoordelijkheid van de Afghanen is om ervoor te zorgen dat de verkiezingen geloofwaardig zullen verlopen”. Daarbij benadrukte hij dat Afghanistan geen Zwitserland is.

Anders dan de houding die ze in het openbaar aannemen, geven veel diplomaten van westerse ambassades op voorwaarde van anonimiteit toe dat hun gevraagd is morgen „hun ogen open te houden maar hun monden stevig dicht”.