Ontsnapt in Rotterdam, ster in VS

Aroldis Chapman ontsnapte in Rotterdam uit het hotel van de Cubaanse honkbalploeg.

Hij vroeg asiel aan in Andorra en verdient nu miljoenen in de Major League.

De Cubaanse honkballer Aroldis Chapman is op dit moment de nieuwe ster in de Amerikaanse Major League. Dankzij de 22-jarige pitcher maakt zijn ploeg, de Cincinnati Reds, voor het eerst in twintig jaar kans om de World Series te bereiken. Tegelijkertijd is het pas een jaar geleden dat de honkballer in Rotterdam ontsnapte uit het hotel van het Cubaanse team.

In juli 2009 zou Chapman met de nationale ploeg van Cuba deelnemen aan het World Port Tournament in Rotterdam. Na aankomst in Nederland lunchte hij gewoon met het Cubaanse team, liet hij een pasfoto voor zijn accreditatie maken en ging vervolgens naar kamer 227 van het Rotterdamse Domina hotel.

Daar aangekomen zei Chapman tegen zijn kamergenoot Vladimir Garcia dat hij nog even naar buiten ging om te roken. Met een pakje sigaretten en zijn paspoort, dat de Cubaanse officials waren vergeten in te nemen, liep Chapman vervolgens het hotel uit. Daar stapte hij in een gereedstaande auto met een kennis achter het stuur. Zijn tweede vluchtpoging was geslaagd.

De Cubaan probeerde zijn land in 2008 namelijk ook al eens te ontvluchten. Zijn doel: de Verenigde Staten. Iemand met zijn honkbaltalent kan daar veel geld verdienen. Landgenoten als Livan Hernandez en Jose Contreras hadden de vlucht al eerder gemaakt en verdienden veel geld in de Major League, de hoogste Amerikaanse honkbalcompetitie.

Maar Chapmans plan om in een bootje naar de VS te varen lekte uit. Hij en zijn medevluchters werden opgepakt. Van de Cubaanse president Raúl Castro kreeg Chapman persoonlijk te horen dat hij een seizoen lang niet in de nationale competitie mocht spelen en niet zou worden geselecteerd voor de Olympische Spelen.

Een jaar later lukte het Chapman alsnog om te verdwijnen, terwijl hij pas een paar uur in Nederland was.

Vier dagen genoot Chapman in Amsterdam van zijn nieuw verworven vrijheid. Eerst belde hij zijn ouders en zijn vriendin, tevens de moeder van zijn één jaar oude dochter, om te vertellen dat hij niet meer terug zou keren naar Cuba. Hij had zijn ontsnappingsplannen voor iedereen verborgen gehouden, uit angst voor de Cubaanse autoriteiten. „Mijn vriendin is bang dat ze me nooit meer terug zal zien”, vertelde Chapman aan sportzender ESPN. „Maar ik heb haar beloofd dat we snel weer samen zullen zijn.” Vanuit Amsterdam reed de honkballer met een auto naar Barcelona, waar hij vervolgens zijn conditie op peil hield bij honkbalclub Viladecans.

De Cubaan heeft drie eigenschappen waardoor Amerikaanse ploegen hem wilden hebben: hij is jong, linkshandig en hij gooit hard. Heel hard. Als Chapman op de heuvel staat, registreert de speedgun met regelmaat worpen boven de 100 mijl (160 kilometer) per uur; een droom voor ieder team uit de Major League.

Dat Chapman ook bekend staat als een jongen die veel wijdballen gooit, bleek voor de ploegen uit de Verenigde Staten geen enkel probleem.

Doordat Chapman zijn paspoort bij zich droeg, had het talent nog een groot voordeel. Nadat hij asiel aanvraag in Andorra, kreeg hij zonder al te veel problemen een nieuwe nationaliteit. Als inwoner van het dwergstaatje vertrok de pitcher naar de Verenigde Staten. In januari van dit jaar tekende Chapman bij de Cincinnati Reds. Deze ploeg bood hem een contract aan van 30 miljoen dollar (23,3 miljoen euro) voor een periode van zes jaar.

Na een half jaar te hebben doorgebracht bij de Louisville Bats, een opleidingsteam van Cincinnati, maakte Chapman op 31 augustus van dit jaar, veertien maanden na zijn vlucht, zijn debuut voor de Reds in de Major League. Zijn eerste worp op slagman Jonathan Lucroy van de Milwaukee Brewers had een snelheid van 98 mijl per uur. Bij zijn derde worp kwam hij op 102 mijl uit.

Lucroy wist die bal maar half te raken. Maar toen Chapman daarna zijn naar binnen draaiende slider gooide, kon de kansloze Lucroy terug naar de dug-out.

Reds-manager Dusty Baker was zeer te spreken over het debuut van de Cubaan. „Toen het publiek zijn worp van 100 mijl zag, werden ze gek. Dit is waar alle fans over hadden gehoord, en ze hebben gekregen waar ze op hoopten”, zei hij tegen de dagblad The Cincinnati Enquirer. Zijn ploeggenoot Bronson Arroyo geloofde zijn ogen niet. „Er zijn misschien maar tien mensen die ooit op deze aarde hebben rondgelopen die zo hard kunnen gooien. Hij is de Usain Bolt van het honkbal.”