Onderkoelde brieven van hobbyboer George Orwell

George Orwell: A Life in Letters. Samenstelling Peter Davison. Harvill Secker, 542 blz., €27,-

George Orwell had weinig op met varkens. Dat blijkt niet alleen uit Animal Farm, waarin ze alle tinten rood uit het communistische universum vertegenwoordigen, maar ook uit een brief die hij in het najaar van 1948 aan een bevriende journalist schreef. Hierin bericht Orwell over hoe zijn debuut als varkenshouder jammerlijk dreigt te mislukken. ‘They really are disgusting brutes and we are all longing for the day when he goes to the butcher…’ Aan andere boerderijdieren beleefde hij meer plezier, temeer daar het semi-autarkische bestaan als hobbyboer bijdroeg aan zijn verlangen naar vrijheid.

De genoemde brief is opgenomen in Orwell: A Life in Letters. Aan de hand van ruim 500 brieven heeft samensteller Peter Davison geprobeerd de autobiografie te ‘schrijven’ waar de relatief jong overleden Orwell (1903- 1950) nooit aan toe kwam. Het boek bevat brieven aan zijn uitgevers, onder meer over het voorkomen van smaadprocessen, altijd een gevaar bij Orwells sarcastisch getinte sociaal-realisme. Met vrienden deelt hij zijn liefde voor, en soms jaloezie op D.H. Lawrence, James Joyce en Henry Miller, schrijvers wier boeken gevoelig lagen in Engeland. Dat merkte Orwell toen er detectives aan zijn deur verschenen om Millers Tropic of Cancer in beslag te nemen.

Om een beter beeld te krijgen van de persoon Orwell heeft Davison ook brieven aan en over hem opgenomen, zoals de onderhoudende brieven van zijn vrouw Eileen O’Shaughnessy, die vaak twijfelt of ze haar man ‘Eric’ of ‘George’ moet noemen. In de brieven komt Orwell over als een serieuze, attente en sociaal-bewogen gentleman. Na een verblijf bij zijn vriend Arthur Koestler verontschuldigt Orwell zich dat hij niet ‘Thank you for having me’ had gezegd, een zinnetje dat hij in zijn jeugd iets te vaak had moeten zeggen. Hij had er een hekel aan om een fuss te veroorzaken, zelfs niet over zijn doktoren van wie hij vond dat ze kwakzalvers waren.

Orwell berichtte regelmatig over de welstand van zijn rabarber en aardappelen, zijn koeien en kippen. Een brief aan Henry Miller onderbreekt hij om zijn geit te melken. Het vrije, maar spartaanse bestaan weerspiegelde zijn drang naar intellectuele vrijheid, zijn hekel aan de totalitaire verleiding waar zoveel collega-intellectuelen voor vielen.

Zijn wereld stortte in toen Eileen op 39-jarige leeftijd tijdens een narcose overleed. Kort daarvoor had ze Orwell, die toen tijdelijk in Parijs verbleef, nog geschreven over hoe hun tien maanden oude adoptiezoontje Richard net had leren kruipen. Orwell ging op het Schotse eiland Jura wonen, waar hij samen met zijn zus en zwager voor Richard zorgde. Met onhandige liefde. ‘It looks as if I’m giving him a good spanking, but really I’m changing his trousers,’ schrijft hij bij een meegestuurde foto.

Hoewel de onderkoelde toon blijft, krijgen de brieven een tragisch karakter wanneer Orwell door een opspelende tbc in een sanatorium terechtkomt, alwaar Richard hem lange tijd niet mocht bezoeken wegens besmettingsgevaar. Orwell liet zelfs hun koe testen, uit angst voor besmette melk. Vanaf zijn ziekbed schreef hij over plannen voor nieuwe boeken én, met zorg, over Richards toekomst. Hij hoopte dat zijn zoontje boer zou worden. Deze droom kwam uit, maar Orwell zou het nooit meemaken.