Niet-duurzaam verblijf in de index

Het was een week geleden een ranglijst om trots op te zijn voor een hele zwik Nederlandse ondernemingen. Air Franc-KLM, AkzoNobel, Philips, TNT en Unilever scoorden in hun bedrijfstak allemaal als beste in het jaarlijkse onderzoek voor de Dow Jones Sustainability Index. In het maatschappelijk verantwoord ondernemen (zowel milieufactoren als arbeidsomstandigheden worden gemeten) doen Nederlandse bedrijven het dus goed.

Voor de beurskoers van die ondernemingen is dat uitermate positief. Er zijn institutionele beleggers die in hun mandaat hebben staan dat ze bij investeringen ook naar duurzaamheid moeten kijken en de Dow Jones Sustainability Index (DJSI) is daarvoor de belangrijkste graadmeter. Daarin worden niet alleen de besten uit hun sector, maar in totaal 300 bedrijven opgenomen. En daar wil je graag bij horen. Het stuwt je koers op en levert betrouwbare aandeelhouders op die je niet bij de eerste de beste winstwaarschuwing zullen verlaten.

Ook voor de topmanagers van deze bedrijven was het een blijde boodschap van de samenstellers, informatiemakelaar en indexensamensteller Dow Jones en de in duurzaamheid gespecialiseerde vermogensbeheerder SAM. In toenemende mate verbinden raden van commissarissen bonussen aan duurzaamheidsdoelen. Vaak zijn deze gekoppeld aan de prestaties die aan bedrijven worden toegeschreven door de samenstellers van deze DJSI.

Je kunt ook hun slachtoffer worden. Zoals Shell dit jaar. De Brits-Nederlandse oliemaatschappij is uit de index gegooid. Voor concurrent BP was dat logisch, na de ramp in de Golf van Mexico. Shell lijkt als concurrent mede gestraft. De reden voor de verwijdering maken Dow Jones en SAM niet bekend, dat doen ze namelijk niet met het achterliggende onderzoek per bedrijf. Het Financieele Dagblad meldt vandaag dat de olielekkages in Nigeria – al jarenlang een strijdpunt met milieuactivisten – de reden zijn.

Het is zuur voor de Shell-managers die juist dit jaar hun bonus aan deze index gekoppeld zagen worden door hun commissaris Hans Wijers. Als topman van AkzoNobel ziet Wijers ook in mindere economische jaren zijn bonus gestut worden door duurzaamheidscriteria.

Dat is overigens precies de reden dat pensioenfondsen als APG en PGGM en beleggersclub VEB geen voorstander zijn van deze beloningsgrond: de moeilijke meetbaarheid, zeker als de toevlucht wordt genomen tot een weinig transparante graadmeter. Zelfs al blijken nu bij Shell wanprestaties uit het verleden geen garantie voor een bonus in de toekomst op te leveren.

Daan van lent