Neem toch een koekje

Joost Niemöller: De maand erna De Bezige Bij, 250 blz. € 17,90

Eigenlijk is het vreemd dat er in Nederland niet zo gek veel romans verschijnen die werkelijk gaan over de periode waarin we nu leven, over de politieke onrust en de alomtegenwoordige media, hoe de hysterie op tv, internet en kranten onze beleving van de werkelijkheid beïnvloedt. Waarschijnlijk niet toevallig dat het een voormalige journalist is die met een roman op de proppen komt die daar wél over gaat.

Joost Niemöller verwerkte in De maand erna veel van de politieke gebeurtenissen van het voorjaar van 2008: Rita Verdonk, toen nog succesvol, lanceert in de Amsterdamse Passenger Terminal haar beweging Trots op Nederland, Wilders brengt Fitna uit en steeds meer mensen op televisie en op straat zeggen dat het toch eens hoog tijd wordt om eindelijk te zeggen waar het op staat.

‘Een Marokkaan is een Marokkaan’, aldus een van de hoofdpersonen, die deze uitspraak per ongeluk, en zonder enige xenofobe gevoelens, op televisie doet, waarna hij voortdurend van wildvreemden complimenten krijgt voor zijn lef om de ‘problemen te benoemen’, of juist van racisme beschuldigd wordt.

De hele roman door laat Niemöller zien hoe het bewustzijn van mensen wordt veranderd door het mediatijdperk waarin wij leven, iets wat hij in eerdere boeken, waaronder het voor de AKO-prijs genomineerde Wraak!, ook al deed. In De maand erna staan er constant televisies aan, die zich vanuit de achtergrond mengen met de werkelijkheid van de hoofdpersonen. ‘Mariëtte Hamer, de interim-fractievoorzitter van de PvdA, staat met geheven vinger achter een tafeltje. Ze spreekt over „niet alleen benoemen, maar ook verbinden”. In de hoek haalt een verpleegster een stofzuigerslang uit elkaar, waarna ze de buis tegen het licht houdt en erin kijkt.’

Zo rijgt Niemöller werkelijkheden aan elkaar die nooit echt harmonieus samenkomen, maar nu eenmaal naast elkaar bestaan. Dat wekt een gevoel van vervreemding op dat heel goed past bij het eigenlijke verhaal van De maand erna.

Dat gaat over de stroeve familierelaties tussen Herman Blok, zijn broers, hun vrouwen en hun demente vader. Hermans zoon heeft net zelfmoord gepleegd. De familie probeert er voor elkaar te zijn in deze moeilijke periode, maar het ontbreekt aan echte samenhang.

Herman zoekt afleiding in het kijken naar de televisie, en af en toe denkt hij daar iets te herkennen dat met zijn eigen leven te maken lijkt te hebben. ‘„Ik zag een documentaire over krijgsgevangenen die met mandjes met tien kilo natte aarde een slappe dijk op moesten. Of ik bedoel eigenlijk over twee mannen die daarover spraken met elkaar, dat was veel later, en die mannen wilden het tot leven laten komen. Maar ze waren zo onhandig. Ze keken elkaar niet aan.” „Wil je iets eten?” vraagt Anet. „Ik heb bastognekoeken.” ’

Door de vele tragikomische dialogen heeft De maand erna bijna het karakter van een toneelstuk. Niemöller zet zijn personages graag tegenover elkaar in dramatische confrontaties. Daar komt hij een heel eind mee, in de dialogen komen de hoofdrolspelers vaak mooi tot leven.

Maar als roman is De maand erna toch niet helemaal bevredigend. Het verhaal gaat uiteindelijk helemaal nergens naar toe: de familieruzies, de affaires, het oorlogsgeheim van de demente vader, alles blijkt volstrekt willekeurig te zijn – net zoals het leven zelf, zou je kunnen zeggen. Maar als een roman het van zo’n metawaardering moet hebben, weet je eigenlijk al dat er iets niet in de haak is.

Als je de laatste bladzijde van De maand erna hebt omgeslagen is het niet de willekeur van ons leven in de huidige ontheemde politieke en mediawerkelijkheid die je bijblijft, maar vooral de willekeur waarmee Niemöller zijn roman heeft gecomponeerd. En dat kan toch moeilijk de bedoeling zijn.