Lekker warm toch, zo'n vosje

Bont is mooi en verleent status. En al die dode wasbeerhondjes? „Ik zou graag wat voor die dieren terugdoen, maar wat?”

Nederland, AMsterdam, 17-9-2010 Bontkragen op de Albert Cuyp. foto: Bram Budel

Tegen zijn volle bontkraag steekt het hoofd van Radouan mooi af. Dat weet hij. Daarom heeft hij bijna 300 euro voor deze winterjas betaald. Echt bont. Hij is zestien en zit in vier vwo van het Berlage Lyceum in Amsterdam. En, vallen de meisjes erop? Ja, zucht zijn vriend Dennis die elke dag met de bus uit Volendam naar school komt. Hij heeft geen geld voor echt bont. Radouan wel, hij was koerier. Niet drugs, zeggen ze lachend, maar pizza.

Het wordt kouder en dus komen ze weer tevoorschijn: de wasbeertjes, vossen en konijnen. Maar dan in kraagvorm. Bij Leathers op de Albert Cuypmarkt hangen ze voor volwassenen. Stevige kragen, vol en regenbestendig. Voor 350 euro heeft een vrouw een halflange zwarte winterjas met zo’n mooie kraag. Of een lange voor 469 euro. Voor 100 euro heeft ze een losse vossenkraag, die ze om haar nek kan draperen.

Verderop op de markt, bij Springertjes en Studio Chicas, hangen kinderjasjes met konijn en vossenbont. Allemaal echt. Er hangen ook jasjes met nepbont, voor eenderde van de prijs van echt. Een geoefend oog ziet het meteen: nepbont is dun en verslapt onmiddellijk als het regent. Veel ouders die hier shoppen, vertelt de verkoopster, geven rustig 285 euro uit voor een kinderjasje van het merk Pinko met een kraag van echt konijnenbont.

Echt bont heeft status onder tieners, tot verdriet van Claudia Linssen, voorzitter van Bont voor Dieren. Haar stichting spant zich in voor een verbod op de verkoop van echt bont. De jongens van zestien jaar „met een lastige achtergrond” bereikt de stichting maar moeilijk. „Als je echt één op één met ze praat in een klas, willen ze nog wel inzien dat het niet door de beugel kan. Maar echt bont dragen is ook een teken dat je lak hebt aan de maatschappij.” En het is gewoon mooi. Radouan en zijn vrienden lachen onverschillig wanneer je vraagt naar het leed achter de kraag. „Ik zou graag wat voor die dieren terugdoen, maar wat?”

De verkoper bij Leathers begint zich spontaan te verontschuldigen. „De wasbeerhonden die voor onze kragen zijn gebruikt, zijn heel vervelende dieren in Amerika. Ze zijn een plaag. Ze komen binnen via het kattenluik en eten de huisdieren op. Kinderen maken er jacht op.”

Toch worden wasbeerhonden vooral gefokt, in Finland, vertelt Linssen. „Omdat de naam niet goed ligt bij de consument, wegens de associatie met honden, heet die vacht Finnraccoon.”

Met spuitbussen dragers van bontjassen belagen, is zó jaren tachtig. Bont voor Dieren pakt het anders aan. Binnenkort komt de stichting met radiospotjes waarin ‘rolmodellen’ als oud-voetballer Patrick Kluivert, actrice Georgina Verbaan en de acteurs van de razend populaire serie Spangas zich uitspreken tegen echt bont. Ben jij een fashion victim? Fashion heeft ook victims, zeggen ze. „Zij hebben op veel jongeren wel invloed.”

De stichting lobbyt ook in Den Haag. Op 5 oktober stemt de Eerste Kamer bijvoorbeeld over het verbod op de nertsenfokkerij in Nederland. Want elk jaar worden vijf miljoen nertsen in Nederland gefokt voor de bontindustrie. Chinchilla’s, vossen en wasbeerhonden mogen al niet meer gefokt worden. Maar in Finland wel, en hoe verder men naar het oosten reist, hoe meer er wordt gefokt. Heel veel in India, zegt de Pakistaan met een kledingkraam op de Albert Cuyp. Hij haalt een vuilniszak vol vossenvachtjes. „Meisjes vinden het mooi.” Hij drapeert een vos om zijn nek. Zeventig euro maar, en wárm.

Geïmporteerd mag het allemaal wel worden. Nog wel, want ook dat moet verboden worden als het aan Bont voor Dieren ligt. Het bericht, eind juli, dat er dozen vol dode wasbeerhondjes langs de A2 waren gedumpt, haalde de kranten. Drieduizend dode wasbeerhonden, zegt Claudia Linssen die erheen reed na een tip. „Het was luguber. In elke doos zaten 500 beesten die helemaal intact waren, behalve de rug. Die was eruit gesneden. Precies die rug wordt gebruikt voor de kraag.”