'Kroket of biefstuk, dat maakt niet uit'

De tassenwinkel krijgt een likje verf. Winkeliers op de Lijnmarkt in Utrecht doen van alles om klanten naar hun zaak te lokken, nu de crisis voortduurt.

Een failliet bedrijf dat helemaal niet failliet blijkt. Een nieuwe winkel met vrolijke designkleding. Een stroom nieuwe klanten dankzij een keurig ingelijste licentie. Een nieuwe vestiging in Chicago. Een donkerbruin café dat heropent als frisse lunchroom. In de Utrechtse Lijnmarkt lijkt de economische malaise helemaal voorbij.

Dat is niet zo, de crisis is niet voorbij. Het CBS meldt voor de detailhandel in het eerste kwartaal een daling van 1 procent omzet ten opzichte van vorig jaar, wat al een slecht jaar was. De krimp blijft beperkt, maar het is toch weer krimp. Sommige winkels in de straat hebben het zwaar. Maar opvallend veel winkels hebben grote plannen.

Eerst naar de Marlboro Classics Store, voor stoere mannenkleding. In de vorige aflevering was te lezen hoe een vrachtwagen onverwachts de winkel leeg kwam halen. De Nederlandse importeur bevestigde het faillissement.

Nu is de zaak weer open. Op de planken liggen truien, in de rekken hangen shirts. Sommige hoeken zijn nog leeg. Achter de toonbank staat eigenaar Roy Zegel.

Ja, hij is blij dat we langskomen, want de winkel is niet failliet, terwijl iedereen dat nu wel denkt. Het zit zo: de importeur vond dat Zegel bepaalde afspraken niet was nagekomen en liet beslag leggen op de inboedel. Onterecht vindt Zegel, en hij legt zich er niet bij neer. Ondertussen doet hij gewoon zijn winkel weer open. Hij haalt de kleding nu rechtstreeks uit Italië. Zijn winkel in Hilversum blijft wel gesloten.

„Ik heb ontzettend veel reacties gekregen op het stuk in de krant”, zegt Zegel. „Vijf weken dicht zijn is niet goed voor je winkel. Maar gelukkig komen de klanten alweer terug.”

In het rijtje aan de waterkant zit ook Tailors & Co, voor maatpakken. Huib van Schayik, eigenaar van de keten, is net een dag terug uit Chicago en daar is hij vol van.

Van Schayik, strak gekleed, kuif, stralende lach, gaat er een filiaal openen. De winkel gaat Scoglio heten, ‘rots’ in het Italiaans. De naam Tailors & Co zou in de VS de verkeerde indruk wekken, want een tailor is een hersteller van kleding. De winkel komt heel gunstig naast een bruidszaak van een Italiaan. „Hij de bruiden, wij de bruidegoms”, zegt Van Schayik.

De ondernemer laat de pakken voor zijn Nederlandse winkels in Portugal maken en zal dat ook voor zijn Amerikaanse winkel doen. „Een avontuur ja”, maar als het niet lukt is er geen paniek, want de vier winkels in Nederland draaien gewoon door.

Is er in de VS dan geen crisis? Jawel, maar die biedt ook kansen, denkt Van Schayik. Er staan veel panden leeg. Bovendien hebben Amerikanen vaker „afwijkende maten”, dus dat is een enorme afzetmarkt. „En ze geilen op alles wat uit Europa komt.” 

Een nieuw filiaal openen in deze tijd is een gok. Een bestaande winkel openhouden is al moeilijk. Youssef Milad van de Egyptische kunsthandel Samira op nummer 39 ziet zijn omzet in kunstartikelen dalen en overweegt in de toekomst meer reizen op maat naar Egypte te gaan organiseren. De belangstelling daarvoor is gegroeid , ondanks de crisis. „Of je nu kroketten verkoopt of biefstukken, alle wegen leiden naar Rome”, zegt hij.

Wim Heijmans van Foto Patent van nummer 36 zucht ook even. „Het valt niet mee”. Zijn omzet neemt ook nog steeds een beetje af.

Hij heeft nog niemand hoeven ontslaan. Als het komende half jaar niet nog slapper wordt, dan kan hij ze nét allemaal in dienst houden. „Ik moet steeds kijken wat ik erbij kan doen. We verdienden als speciaalzaak bijvoorbeeld nog best wat met filmrolletjes, maar fabrikanten leveren ze steeds minder. Het assortiment wordt kleiner.”

Hij kijkt nu welke accessoires hij bij de toestellen kan verkopen, zoals adapters en statieven van Novoflex. Ook houdt hij goed de nieuwe reflexcamera’s zonder spiegel in de gaten. „Daar is nog niet eens een naam voor. Van nieuwe dingen weet niet iedereen hoe ze werken. Daar heb je als speciaalzaak nog wat toe te voegen.”

Heijmans is zijn werk nog lang niet beu. „Hier werken allemaal fotografen. We zien het nog steeds als hobby en ik vind het nog altijd leuk om dingen uit te proberen.”

Het is „pittig”, zegt ook Engeline Stalenhoef van tassenwinkel Bag-It van nummer 44. Ze heeft geen personeel meer en staat nu „om kosten te besparen” zelf in de winkel. „We doen ons best om boven water te blijven.”

Haar omzet daalt nog steeds wat, zegt ze. „Misschien komt het omdat we nog geen regering hebben. Er is gedoe over de hypotheekrenteaftrek, over de pensioenen. Mensen weten niet wat er met hun geld gebeurt.” En het valt haar op dat het op zaterdag zo rustig is geworden in de straat. „Vroeger haalde ik dan 80 procent van mijn weekomzet. Nu is het gewoon een doordeweekse dag.”

Ze houdt de moed erin. Doordat ze nu zelf vier dagen in de winkel staat, hoopt ze op beter contact met de klanten. De winkel krijgt een likje verf en wordt lichter en strakker. En naast haar is een nieuw winkeltje met designkleding gekomen, op de plaats van herenkledingwinkel Suitable die is verhuisd naar een groter pand, verderop aan de gracht.

Het nieuwe winkeltje is „een aanvulling in de straat”, vindt Stalenhoef. Ze drinkt wel eens een kopje koffie op straat met de nieuwe buurvrouw.

Die buurvrouw is Eline Duinker van designkleding Lien & Chiel. Ze staat achter de toonbank en schetst met viltstift een nieuw borduurpatroon voor een toekomstige laars of damesmantel. „Dit werk heb ik van mijn moeder geleerd”, zegt ze.

Samen met haar compagnon Michiel Vegt heeft ze inmiddels vijf winkels. Vegt is een oud-collega die ze ontmoette bij Air Holland. „Na het derde faillissement hadden we het daar wel gezien”, zegt Duinker.

Ze begonnen aanvankelijk een groothandel in woonartikelen, maar dat beviel niet. „We hadden slapeloze nachten”, herinnert Duinker zich, „We hadden heel veel kleine klanten en die betaalden niet.” Ze besloten verder te gaan met alleen eigen winkels.

„We zijn een heel eigenwijs kledingmerk”, zegt Duinker, „We maken laarzen, jassen en jurken van folkloristische stoffen die we zelf over de hele wereld uitzoeken.” Wandkleden uit Peru zijn bijvoorbeeld verwerkt in een paar uitbundige dameslaarzen. Er is geen enkele andere kledingzaak in de stad met zulke kleurige, opvallende ontwerpen die ondanks het gebruik van handwerkstoffen er heel modern uitzien.

Duinker had zich al eerder in Utrecht willen vestigen, maar dit pandje werd een jaar geleden voor haar neus weggekaapt. „Tot onze verbazing kwamen we het weer tegen op Funda. Toen hebben we meteen besloten het te doen. Binnen een dag was het geregeld.”

Maar is het nu wel het juiste moment om een winkel te openen?

„Het kan in crisistijd”, zegt Duinker opgewekt. „Wij zijn niet zo heel duur. Voor honderd euro ben je hier vrolijk gekleed.”

Dokter Su, de Chinese acupuncturist een paar pandjes verderop, is ook al vol goede moed. De verslaggevers worden met enthousiasme ontvangen. Hij wijst op de ingelijste acupunctuurlicentie die hij heeft gekregen, en daardoor krijgen klanten hun behandeling vergoed van de verzekering.

De licentie helpt, hij krijgt „veel meer” klanten. In moeizaam Engels: „Het was niet goed, nu is het wel goed.” Su heeft direct 15 euro op de prijs gedaan. Een half uur acupunctuur kost nu 50 euro in plaats van 35, „maar er zit wel massage bij.”

Hij vestigde zich in Utrecht vanuit Londen, omdat daar de crisis echt voelbaar was. Tegen zijn oude collega’s in Londen vertelt hij niet al te enthousiast over Utrecht, zegt Su. Hij lacht. „Dan komen ze allemaal hierheen.”