Kraakmans kracht

Waarin schuilt precies het talent van actrice Maria Kraakman, die deze week de Theo d’Or kreeg? Zijn het haar ranke gebaren of is het haar immer beweeglijke gezicht?

De stoere naam voorspelt een dijk van een vrouw, maar als je haar voor de eerste keer op het podium ziet, kun je verbaasd zijn door haar frêle verschijning. Die verschijning is verraderlijk. Er schuilt wel degelijk onverzettelijke kracht in deze vrouw. Speelt Maria Kraakman (35) een doelloze twintiger, zoals in Er moet licht zijn (2010) van toneelgroep Oostpool, dan met de energie van Bob de Bouwer. Op het speelvlak – een metalen rechthoek van rechtopstaande groene flessen – staat een actrice die graag haar mouwen opstroopt, zoals nu eenmaal de mores is in haar woonplaats Rotterdam. Daarbij is ze een perfectionist. Dat is een beetje lastig, want op de bühne gaat het nooit helemaal zoals je wilt. En dus deelt ze voortdurend klappen uit aan het eigen lichaam, speelt percussie op armen en bovenbenen. Om aan te geven dat ze bij de les moet blijven.

Streng is ze voor zichzelf, maar begripvol voor anderen. Op het podium van Er moet licht zijn glimlacht ze als haar collega’s het woord nemen, moedigt hen aan die hondsmoeilijke tekst van Hannah van Wieringen tot een goed einde te brengen. Is dit dan haar kwetsbare plek: de neiging om aardig gevonden te willen worden? Misschien is ze gewoon wel aardig, en weeft ze die karaktertrek door al haar personages heen. Zelfs de libertijnse kraker Alice geeft Kraakman in de film My Queen Karo (2009) een zekere huiselijkheid mee. Niet zij, maar tegenspeelster Deborah François wordt daardoor de bitch.

Voor ranke gebaren zijn Kraakmans polsen gemaakt; haar vingers grijpen snel vast wat ze voor zich vinden. In een theater springt dat meer in het oog dan op een bioscoopdoek. In de film Hunting & Zn (2010) ziet de kijker haar in het voorbijgaan uit blijmoedig ongeduld een vijfvingerige roffel op de eettafel loslaten. In Olivier etc (2007), van dezelfde regisseur Sander Burger, is het de manier waarop ze een aangebakken koekenpan uitschraapt met een houten spatel. Schoonheid schuilt beslist in details.

In Olivier etc zit Carola, een verlegen hoboïste (kleurspoeling: kastanjebruin), het liefst de hele avond met haar ruitjessokken op de bank. Verlegen knippert ze met haar ogen als de nietsnut Olivier haar verleidt; als een meisje dat zulke avonturen nog niet vaak genoeg overkomen is. In Hunting & Zn is Kraakman getransformeerd in Sandra, de fitnessverslaafde vriendin van een fietsenmaker in Den Oever: blond, grote oorbellen, braaf gezicht. Ook dat is acteren, opgaan in het plezier van een verkleedpartij. De manier alleen al waarop ze bij de kassa van een voordeeldrogist te veel tandvlees laat zien. Zo verzeker je de ander dat je niet zult bijten.

In deze films van Sander Burger speelde Kraakman tegenover Dragan Bakema, ook buiten de set haar partner. Gedrieën schreven ze de scenario’s, die opvallen door dialogen vol pijnlijke stiltes en onbegrip. Bakema, recent te zien in de televisieserie In therapie, speelt twee keer een loser die zijn eigen onzekerheden overschreeuwt; Kraakman vertolkt de stille vrouw die haar sores voor zichzelf houdt. De eerste film toont een ontluikende liefde, de tweede een uitgebluste relatie. Om dat overtuigend te doen, is grote intimiteit tussen de spelers vereist.

Maria Kraakman is uitzonderlijk tenger. „Je moet meer eten”, wordt haar in Eline Vere (2006) bij Het Nationale Toneel op het hart gedrukt. Dat is eigenlijk ook de boodschap in Hunting & Zn. Daar krijgt Sandra, na weer een lange avond fitness, door haar vriend Taco een vol bord spaghetti voorgezet. Dapper gaat ze ermee aan de slag. Met dezelfde jachtigheid waarmee ze zich eerder die avond de roeimachine te lijf ging, draait ze nu de slierten pasta om haar vork. Machinaal kauwt ze de spaghetti tot moes, opdat er een volgende vork kan worden gedraaid. Haar wangen staan bol, ze maakt een kokhalzende beweging, er lijkt gal uit haar mond te komen. Dit is wat ‘met lange tanden eten’ wordt genoemd. „Het is lekker Taco!”, veinst ze nog.

Zwijgende vrouwen – Kraakman heeft de reputatie dat ze die goed kan vertolken. Dat dankt ze vooral aan haar hoofdrol in Guernsey (2004), waarvan de mysterieuze filmposter – waarop Kraakman als eenzaam naakt poseert – spannender was dan de film zelf. In Guernsey werd het talent van de actrice tot haar gezicht beperkt. Dat van Maria Kraakman deed in zijn emotieloze blankheid aan dat van Isabelle Huppert denken.

Op het toneel is het moeilijker mysterieus te zijn. In Eline Vere was Kraakman het vrolijke jongensmeisje dat haar afspraak met het grote geluk mist. ‘Gemaakt’, wordt haar lach in het stuk genoemd, maar ook dat heeft zijn charme. Als deze Eline een feest bezoekt, gaan de stoelen en tafels aan de kant. Kraakman speelt zo’n vrouw naar wie je bij binnenkomst wel kijken moet. In het eerste bedrijf zwiert ze over het podium als de grote animator van het Haagse salonleven, een jonge vrouw die liever danst dan met haar heupen wiegt. Maar als het dan toch moet, dat heupwiegen, dan als parodie op een wufte Parisienne. Eline Vere wordt zo een Hollandse girl next door. Iedereen heeft wel zo’n Eline in zijn vriendenkring.

Vorig seizoen speelde Maria Kraakman bij Oostpool de rol van Orlando, in een bewerking van Virginia Woolfs gelijknamige roman. Een meesterproef, want hoe speel je iemand die tot zijn dertigste een jongen is, en daarna opeens een vrouw?

Als jongeman gaat Orlando gekleed in een doorschijnend hemd. De toeschouwer krijgt Kraakmans borsten te zien, maar als ze beide handen in haar nek legt, zoals bodybuilders doen, worden die gereduceerd tot jongenstepels. Daarbij showt ze verrassend gespierde schouders en bovenarmen. Uit haar blik, die ze vaak over het hoofd van het publiek laat gaan, spreekt jongensachtige bravoure. Buiten adem bijna vertelt ze wat het betekent om een man te zijn. Wat een plezier het geeft om ombekommerd verliefd te worden op een meisje!

Na dertig jaar ontwaakt ze op een middag in het lichaam van een volwassen vrouw. Orlando weigert zich in eerste instantie aan te passen. Ze draagt een broek, dus waarom zou ze niet met haar benen wijd op de bank gaan zitten? Lang houdt ze het niet vol. Hoewel zij van binnen dezelfde is gebleven, zijn de blikken die de wereld op haar werpt veranderd. Men verwacht van haar dat ze voortaan kuis, kies, gehoorzaam en goed geparfumeerd is.

Op het toneel wordt Orlando dan voor een tweede keer geboren. Op hoge hakken en in een doorschijnende jurk toont ze haar borsten en billen aan het publiek. Orlando is in een prachtig keurslijf geperst; alleen al als je naar haar kijkt, word je op haar verliefd. Het geeft de vrouw een ongekende macht. Als Orlando haar geliefde bedriegt, is hij niet langer kwaad als zij haar tranen met tuiten huilt. Zo speelt een vrouw een man die in een vrouw (die doet alsof ze huilt) veranderd is: vertrokken gelaat, tranen die met een gekromde wijsvinger uit het oog worden geveegd, kwijnende wegwerpgebaren. Emotionele chantage: het toneelspel dat we graag samen met onze geliefden spelen.

Maar waarin schuilt hier precies de kunst van Kraakman? Dat wordt pas duidelijk aan het einde, als Orlando een zwart colbert krijgt aangetrokken. Opnieuw kijkt ze met jongensachtige energie – of is het vrouwelijk enthousiasme? – de zaal in. Ze denkt na, ze observeert. En het is allemaal af te lezen op haar immer beweeglijke gezicht, dat fronsend vragen stelt en met een glimlach de resultaten registreert. Dit is ons droomgezicht, het gezicht dat we aan niemand anders tonen dan de nacht.

„Als je ergens het begin van ziet, dan zie je nooit het einde”, zegt Kraakman terwijl ze dromerig de zaal in kijkt. Einde stuk. De overige spelers komen naar voren en nemen het applaus in ontvangst, maar op de voorgrond ziet Kraakman nog altijd het einde niet.

De schijn ophouden, dat worden acteurs geacht te doen, maar slechts weinigen kunnen het masker zo opzetten dat je gefascineerd blijft kijken naar het gespeelde oppervlak. Iedereen neemt in het dagelijkse leven verschillende rollen aan. Maria Kraakman heeft het talent te tonen dat er zo al snel een tweede huid ontstaat. Afstropen is geen optie meer.

Daniël Rovers is de auteur van de roman ‘Elf’, en de essaybundel ‘Bunzing’.