Is het een kauw, een roek, een zwarte kraai, een raaf of een kroek?

Niet alle zwarte vogels zijn kraaien. Er zijn ook kauwen en raven en zelfs wel een s een kroek. Schilderde Vincent van Gogh dezelfde vogels als Jan Mankes?

Kraaien lijken op elkaar. Ze zijn allemaal zwart, ze zijn slim en je komt ze overal tegen. Maar een ‘gewone’ kraai bestaat niet.

Vroeger had ik een kleine kraai, ook wel kauw genoemd. Hij zat op mijn schouder, hipte vandaar op mijn hoofd en greep zich aan mijn haar vast met zijn nagels. Reed ik op de fiets, dan zat hij triomfantelijk op het glimmende stuur. Met zijn scherpe, helderwitte ogen hield hij alles in de gaten. Een kauw kan heel verlegen zijn, vooral als je hem recht aankijkt. Dan pikt hij met zijn zwarte snavel in zijn poot. Deze kleine kraai met lichtgrijze kop heet ook wel torenkraai. De naam kauw komt van het geluid dat hij maakt, een metaalachtig kiá.

Veel mensen noemen alle zwarte vogels die je in de stad en op het land tegenkomt kortweg een kraai. Maar ‘de’ kraai bestaat helemaal niet. Er zijn vijf soorten kraaien die allemaal in Nederland voorkomen.

Veel dichters en schilders laten zich door kraaien inspireren. Vincent van Gogh maakte een beroemd schilderij met kraaien boven een helgeel korenveld in Zuid-Frankrijk. De Friese schilder Jan Mankes maakte een prachtig portret van een Kraai op een berkenboom. .

Zwart is natuurlijk de kraaienkleur. Maar welke kraaien schilderden Van Gogh en Mankes? Je hebt behalve de kauw ook de zwarte kraai, de roek, de bonte kraai en de raaf. Al lijken ze misschien op het eerste gezicht sterk op elkaar, de vogels zijn soms heel verschillend. De kauw of kauwtje is de kleinste en als enige kraaiachtige heeft hij een lichtgrijze kop. Hij leeft in grote groepen, vooral in de stad. Kerktorens vindt hij een heerlijke plek om te leven, te broeden en te slapen. Als je boven de stad hele vluchten kraaien ziet, dan zijn het kauwen. Ze maken veel kabaal.

Dan heb je drie soorten die zo op elkaar lijken, dat ze ook weleens met elkaar paren. Dat zijn de zwarte kraai, de roek en de bonte kraai. De zwarte kraai is, zoals de naam al zegt, helemaal zwart. Van snavelpunt tot staartpunt, bijna een halve meter: gitzwart. Dat zijn de kraaien van Van Gogh. De zwarte kraai is tien centimeter groter dan de kauw. Je ziet ze vooral in weilanden. Maar in het weiland komt je ook de roek en de bonte kraai tegen. De roek is precies als de zwarte kraai, maar heeft een naakte, witte plek rond de snavel. Hij is een aaseter, net als de gier. Daarom is het begin van die snavel zonder veren, anders zouden daar vieze bacteriën in komen.

De bonte kraai zien we hier alleen ’s winters, dan komt hij uit het noorden. Hij heet bont vanwege het grijze lichaam met de zwarte vleugels en zwarte kop. Soms vormen zwarte kraaien en roeken een stelletje en krijgen ze jongen. Die kun je dan ‘kroeken’ noemen. Maar dat is geen officiële naam.

De raaf is de grootste kraai van meer dan zestig centimeter. Hij is ook helemaal pikzwart en heeft reusachtig grote, afgeronde vleugels. Die zie je vooral in de bossen van de Veluwe en in woest berglandschap. Jan Mankes tekende de raaf, Van Gogh de zwarte kraai.

Als je kraaien tegenkomt zeg dan niet gewoon ‘kraai’, maar kauw, roek, zwarte kraai, bonte kraai of raaf. Heb je echt gestudeerd in de kraaienkunde dan zeg je: „Kijk, daar vliegt een kroek!” En dan leg je uit wat een kroek is. Dat maakt indruk.

Kester Freriks