In isolatie, snel de route bestuderen en dan gáán

Op het EK sportklimmen strijden 66 deelnemers in de discipline boulderen.

Ze mogen de af te leggen klimroutes van tevoren niet zien en moeten in isolatie.

Het is donderdag nog vroeg in de ochtend wanneer de deur van het kleine kerkje tegenover het marktplein in Innsbruck met een smak wordt dichtgeslagen. Af en toe opent een man de deur, wappert die wat heen en weer om hem vervolgens wederom te sluiten. „I take care of the fresh air”, roept hij, om uit te leggen waar hij mee bezig is.

De frisse lucht is wel nodig ook, want binnen zitten 66 klimmers opgesloten, die meedoen aan de discipline boulderen op het Europees kampioenschap sportklimmen. Een groot deel van de klimmers is al enthousiast begonnen aan een warming-up op één van de vier inklimwanden, waardoor een muffe zweetlucht het kerkje vult.

De deelnemers moeten wachten tot ze mogen beginnen aan hun eerste wedstrijd boulderen. Bij die discipline moeten de klimmers, zonder touwzekeringen, vijf zware korte routes afleggen op klimwanden van ongeveer vijf meter hoog. Maar die wanden – de boulders – mogen ze van tevoren niet zien.

Bij elke wand krijgen ze namelijk in totaal vijf minuten de tijd om de route te bestuderen en in zo weinig mogelijk pogingen de top te bereiken. „Om in één keer boven te kunnen komen, moet je goed bekijken waar de grepen hangen en hoe je die het beste kunt gebruiken”, legt Casper ten Sijthoff (27) uit. Hij is een van de vijf Nederlandse boulderaars die meedoen aan het EK in Oostenrijk. „Je hebt een voordeel als je andere klimmers naar boven ziet gaan, die voor jou aan de beurt zijn. Daarom moeten we een half uur voordat de wedstrijd begint met zijn allen in isolatie.”

De boulderaars die het hoogst staan genoteerd op de wereldranglijst zijn de eersten die aan de wedstrijd mogen beginnen. De laatste klimmers zijn pas rond twaalf uur aan de beurt en moeten dus drieënhalf uur in de kerk verblijven. Zij liggen op de grond te slapen met een sweatshirt onder hun hoofd, hangen onderuitgezakt in stoelen met een koptelefoon op, of spelen een computerspelletje. In de hal staan drie Russische klimmers nog een balletje te trappen. „Iedereen bereidt zich voor op zijn eigen manier”, zegt Ten Sijthoff. „Ik probeer zo rustig mogelijk te blijven en me te focussen op de wedstrijd.”

Vlak voordat de klimmers mogen beginnen aan hun wedstrijd worden ze door twee medewerkers in tweetallen naar een grote witte tent aan de overkant van de weg gebracht, de zogenaamde tussenisolatie. Met hun klimschoenen en hun zakjes magnesiumpoeder, dat ze nodig hebben voor een betere grip, over de schouders geslagen lopen de boulderaars achter hun begeleiders aan. De klimmers mogen alleen naar links kijken want aan de rechterkant op het marktplein staan de klimwanden die zij nog steeds niet mogen zien. „Dat valt nog mee”, zegt Wouter Jongeneelen (32), boulderaar en sinds vorig jaar tevens bondscoach van de Nederlandse klimmers. „Ik heb weleens meegemaakt dat ik met een emmer over mijn hoofd naar de tussenisolatie werd gebracht, zodat ik echt niets kon zien.”

In de tussenisolatie maken de klimmers zichzelf helemaal wedstrijdklaar. Dan mogen ze eindelijk achter het gordijn vandaan komen om de eerste wand te bestuderen en te beklimmen. Na elke route krijgen ze vijf minuten rust voordat ze beginnen aan de volgende wand.

Tijdens de rust moeten de boulderaars voor het podium plaatsnemen met hun rug naar de klimwanden toe gekeerd zodat ze de tactieken van hun concurrenten ook niet op het laatste moment kunnen afkijken. En zo schuiven de deelnemers door tot ze alle 66 zijn geweest.

Ten Sijthoff presteert het beste van de Nederlanders en plaatst zich voor de halve finales die morgen plaatsvinden. Drie van de toppen bereikt hij in één keer en voor twee toppen heeft hij twee pogingen nodig. „Deze boulders zijn mij op het lijf geschreven”, zegt Ten Sijthoff tevreden na de wedstrijd. „Soms hebben routes vooral kleine greepjes en dan komt het op je vingerkracht aan. Daar ben ik minder goed in. Deze grepen waren gelukkig lekker groot.”

Vanuit zijn ooghoek had Ten Sijthoff tijdens het doorschuiven naar de tweede wand ook al gezien dat de klimmer op de vijfde wand een sprong moest maken. „Voor een sprong moet je je lichaam goed aanspannen om de zwaai die je maakt bij het springen op te vangen, zodat je niet te veel uit balans raakt en naar beneden valt. Vanaf boulder twee ben ik die sprong voor mezelf gaan visualiseren. Daardoor ging het een stuk makkelijker en kon ik ook de top van de vijfde wand gewoon in één keer bereiken. Maar de halve finales zullen een stuk lastiger worden.”