Hier een 'credocrisis', elders triomfeert het christendom

P. Quarles van Ufford, Jaap Breetvelt (red.): Als uw leerlingen tussen de volken. Boekencentrum, 300 blz. € 19,90

Toen de kerk nog bloeide, was Nederland een echt zendingsland. Honderden zendings- en missiewerkers werden overzee gestuurd om de bijbelse boodschap te verspreiden en maatschappelijke hulp te geven.

In de protestantse zending, die ronduit kolonialistisch was, stond Indië centraal. De eerste hervormde predikanten die naar de Oost trokken waren in dienst van de VOC. De roomse en Lutherse leer werden aanvankelijk geweerd. In de 19de eeuw begon het Nederlands Zendings Genootschap predikanten naar Indië te sturen, maar ook van hen waren sommigen in dienst van het gouvernement. Bekeren én beschaven van wilden was het doel. Later kwamen er andere zendingsgenootschappen en kreeg ook de roomse missie toestemming om in Indië te gaan werken. Bekeerlingen werden vooral gemaakt onder de aanhangers van de animistische religies, onder de moslims nauwelijks. In 1938 waren er in Indië 2,25 miljoen christenen op een bevolking van 60 miljoen.

De emancipatie van het roomse volksdeel in Nederland leidde ook daar tot een groot missionair bewustzijn. Nederlandse priesters, paters en nonnen zwierven in groten getale uit over de hele wereld.

Inmiddels is van dat missionaire elan weinig meer over. De kerken zijn al jaren op hun retour, de secularisatie grijpt steeds verder om zich heen. De kerk heeft het druk met haar eigen overleven. De Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Evangelisch Lutherse Kerk zijn gefuseerd tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), maar het aantal kerkleden blijft dalen. Daardoor is er steeds minder geld en mankracht beschikbaar. Werkten er voor de diverse zendingsorganisaties in de periode 1971-1980 nog 221 zendingswerkers in het buitenland, in de periode 1991 was dit gedaald naar 99. Ook de periode dat mensen uitgezonden werd korter.

Intussen is er een omgekeerde stroom op gang gekomen: buitenlandse priesters gaan in Nederlandse parochies aan de slag. En met de stroom migranten komt een nieuwe vorm van christendom uit de Derde Wereld ons land binnen, met eigen liturgieën, met een veel enthousiastere geloofsbeleving en eigen sociale netwerken. Nederland telt op dit moment 1200 christelijke kerken met een niet-Nederlandse achtergrond.

De bundel Als uw leerlingen tussen de volken laat zich lezen als een uiterst kritische evaluatie van het werk dat de kerken in het buitenland deden en doen. De vorming van de PKN heeft ertoe geleid dat het oorspronkelijk kerkelijke zendingswerk in feite plaats heeft gemaakt voor door de overheid betaalde ontwikkelingshulp.

Het boek boeit vooral doordat het ook op een metaniveau naar het zendingswerk kijkt. In feite constateert het dat de kerken twijfel hebben over hun eigen boodschap. Er is sprake van een ‘credocrisis’. Men is de weg kwijt, het perspectief is verloren gegaan.

Maar in West-Europa mag het christendom dan op zijn retour zijn, in de rest van de wereld groeit het als nooit tevoren. Alleen: de westerse kerken weten niet wat ze aan moeten met dat niet-westerse christendom.

Het boek raadt de Nederlandse kerken aan zich te ontdoen van het westerse markt- en management-denken, te stoppen met het opstellen van nota’s of het zoeken naar nieuwe organisatiestructuren. Kortom los te komen van ‘Eurocentrische eenkennigheid’, die de westerse kerken tot gevende partij maakt. In plaats van het eenzijdig overdragen van een boodschap moeten ze zich richten op de gezamenlijke ontmoeting rondom de Bijbel.

Concentratie op de ontmoeting kan bovendien heilzaam zijn voor de verhoudingen in Nederland, constateert Wout van Laar van de Nederlandse Zendingsraad. ‘In een tijd waarin de vreemdelingenhaat en racisme gevaarlijke proporties aannemen, is de christelijke gemeente in haar multiculturele verscheidenheid bij uitstek toegerust om in het debat rond integratie en identiteit het alternatief zichtbaar te maken waaruit zij zelf leeft.’