Het Westen overschat zichzelf

Een oosterling waarschuwt het Westen dat zijn ondergang nabij is. ‘The New Asian Hemisphere’ werd een bestseller, maar heeft het ook effect gesorteerd?

Het was alsof Nederland erop had zitten wachten: een boek waarin de duizelingwekkende economische opkomst van Azië werd verbonden aan een scherpe kritiek op het Westen. Want toen dat boek in 2008 verscheen, kreeg het hier een ontvangst die je maar zelden ziet. Van grote kranten tot de website maroc.nl en Krisis (‘tijdschrift voor actuele filosofie’), van het economische nieuwsprogramma RTL-Z tot Buitenhof, overal werd aandacht besteed aan The New Asian Hemisphere. De auteur, de scherpzinnige diplomaat en intellectueel Kishore Mahbubani uit Singapore, werd in korte tijd een begrip, een fenomeen. Ministeries, denktanks en studentengenootschappen nodigden hem uit voor spreekbeurten. En keer op keer legde de Aziaat zijn Europese gehoor beleefd maar dringend uit dat de tijd van de westerse dominantie in de wereld voorbij is, en dat het goed zou zijn als men dat hier eens onder ogen zag.

Wat minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen indertijd stoorde – hij schreef voor de Internationale Spectator – was dat Mahbubani Westerse politici die elders in de wereld opkomen voor de mensenrechten ‘ideologisch triomfalisme’ verwijt. Dat doet Mahbubani inderdaad. Vooral sinds het einde van de Koude Oorlog, schrijft hij, heeft het Westen zich op een moreel voetstuk geplaatst, alsof het iedereen de les kan lezen op het gebied van democratie en mensenrechten. De liberale democratie met een vrijemarkteconomie werd gezien als een universeel toepasbaar recept. De 5,6 miljard mensen die niet in het Westen wonen stond maar één ding te doen, was de gedachte: ‘culturele klonen van het Westen worden.’

Triomf

In werkelijkheid zag het Westen ‘in zijn blindheid en arrogantie’ over het hoofd, stelt Mahbubani, dat juist op het moment van zijn grootste triomf, de ondergang van het communisme, in Azië oude culturen bezig waren hun zelfvertrouwen, culturele eigenwaarde en economische dynamiek terug te vinden. En zo zitten we nu in ‘het tijdperk van de ontwestersing’, een 21ste-eeuwse versie van de ondergang van het avondland. Kijk maar naar de opkomst van China en India, naar de dynamiek in Vietnam en Indonesië, en naar de moeizame worsteling in de VS en vooral in Europa om de onstuimige oosterse groei bij te houden. Het is een machtsverschuiving van historische betekenis.

Ben Knapen, die als correspondent in Jakarta als een van de eerste Nederlandse journalisten over Mahbubani schreef (in Maandblad M 03-02-07 en Boeken 11-07-08), constateerde al dat hij weliswaar ‘de intellectuele motor’ was geweest achter de zogenoemde ‘Aziatische waarden’, waarmee autoritaire leiders in landen als Maleisië en Singapore zich in de jaren tachtig en negentig afzetten tegen de westerse preken voor democratie, mensenrechten en ander ‘cultureel imperialisme’. Maar nu de Aziatische opkomst het Westen zo duidelijk naar de kroon stak, was Mahbubani op dat punt niet zo fel meer – ‘die democratie komt er wel’. Zij het niet omdat het Westen er steeds weer over begint, maar omdat het een voorwaarde is voor optimale ontwikkeling van een land. Voorlopig is China nog lang geen democratie, maar er heeft zich volgens Mahbubani wel een ‘democratisering van de menselijke geest’ voltrokken. ‘Honderden miljoenen Chinezen, die dachten dat ze voorbestemd waren om tot in lengte van dagen armoede te lijden, geloven nu dat ze door hun eigen inspanningen hun levens kunnen verbeteren.’ Een inderdaad indrukwekkende omslag, waar het Westen geen oog voor zou hebben.

Met zijn boek wilde Mahbubani uitleggen, schreef hij, hoe de wereld er door niet-westerse ogen uitziet. En als zijn westerse lezers zich daar ongemakkelijk bij voelen, des te beter. Zolang ze niet onderkennen dat de machtsverhoudingen in de wereld echt aan het verschuiven zijn, en ze zich daaraan niet aanpassen, zullen ze nog heel wat meer ongemak ervaren.

Erkenning

Maar sinds verschijning van The New Asian Hemisphere zijn er dingen aan het veranderen die laten zien dat de opkomst van Azië en andere nieuwe economieën wel degelijk erkenning vindt. Windt Mahbubani zich nog op over de eenzijdige samenstelling van de G8, de club van grote industrielanden, inmiddels is de plaats van dat overlegorgaan op het wereldtoneel overgenomen door de G20 – waarin ook China, India, Indonesië en Zuid-Korea zijn vertegenwoordigd. De groeiende Chinese bemoeienis met Afrika en Latijns-Amerika wordt in het Westen niet alleen nauwgezet gevolgd, maar soms zelfs toegejuicht. En de erkenning van Azië komt ook tot uiting in benoemingen op hoge internationale posten: de chef-econoom van de Wereldbank is een Chinees, de directeur van het Internationaal Atoomenergie Agentschap is een Japanner, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties een Zuid-Koreaan.

In Nederland zijn alleen al van de vertaling van Mahbubani’s boek ruim 18.000 exemplaren verkocht. Maar nog altijd onderschatten Nederlandse ondernemers de concurrentie uit China. Nog altijd zijn we in het publieke debat vooral met onszelf bezig. En de Europese Unie, volgens Mahbubani de enige mogelijkheid voor Europese landen om een antwoord te formuleren op de groeiende economische en politieke macht in Azië, wordt in de Nederlandse politiek op zijn best genegeerd. Dat de boodschap van Mahbubani is aangekomen, is zo bezien moeilijk vol te houden.

Kishore Mahbubani: The New Asian Hemisphere. The Irresistible Shift of Global Power to the East. Perseus Books Group, 314 blz. 5 17,99. De vertaling, De eeuw van Azië, verscheen bij Nieuw Amsterdam