Hard slaan maar wel in het roze

Kickboksen is populair onder Marokkaanse meisjes. Zeven striptekenaars hebben het leven van Nederlands-Marokkaanse kickboksende meiden uitgebeeld. Sheila Kamerman

Uitgeput en bezweet liggen ze op de rode matten van sportschool Mousid-gym in Amsterdam-Oost. Vier meisjes. Twee van Marokkaanse afkomst, één Nederlandse en één Hindoestaanse. Voor de Marokkaanse meisjes was het de eerste les na de vastenmaand ramadan waarin ze niet trainden. Hajar (18) was zelfs eerder al gestopt. Haar ouders vinden het niet goed dat ze kickbokst, maar vandaag trok ze het niet meer en is ze gewoon gegaan. Ze slaat nog steeds keihard maar haar conditie is flink minder. „En ik ben aangekomen”, hijgt ze.

Kickboksen is populair onder Marokkaanse meisjes. Zeven Nederlandse striptekenaars hebben het leven van Nederlands-Marokkaanse kickboksende meiden uitgebeeld in stripvorm. Gisteren ging bij Imagine IC in Amsterdam-Zuidoost de tentoonstelling Chicks, Kicks and Glory open, gebaseerd op een onderzoek van antropologe Jasmijn Rana.

Rana wilde weten waarom zoveel Marokkaanse meisjes kickboksen. Cijfers zijn er niet. Maar bel een willekeurige kickboksschool en ze bevestigen het beeld. Vooral de ‘lady’s only’-lessen zijn gewild onder Marokkaanse meisjes die vaak liever niet sporten met jongens erbij. Dat geldt trouwens ook voor autochtone meisjes. In de sportschool van meervoudig wereldkampioen Nourdin El Otmani bijvoorbeeld, in Amsterdam Nieuw-West, is eenderde van de kickboksers vrouw. Vooral van Marokkaanse afkomst.

Antropologe Jasmijn Rana trainde mee met de meisjes, sprak ze in de kleedkamer en na de lessen. Ze ontdekte dat kickboksen een toegankelijke sport is voor Marokkaans-Nederlandse meisjes. Het kan vaak in hun eigen wijk in buurthuizen, gymzalen en sportscholen. Soms horen de meisjes van hun moeder die taalles volgt in het buurthuis, dat er ook sportlessen zijn. Dat is dan kickboksen. De overheid stimuleert het aanbod; weerbaarheidstrainingen.

Als een Marokkaans meisje eenmaal op kickboksen zit en het leuk vindt, neemt ze haar vriendinnen mee. Zo groeit de belangstelling binnen de groep, zegt kampioen Nourdin El Otmani. Er zijn bekende vrouwelijke Marokkaanse vechters in Nederland, zoals wereldkampioenes Soumia Abalhaja en Amina Negadi. „Dat zijn hun rolmodellen”, zegt Jasmijn Rana. „Net als Nederlanders massaal gingen darten toen Barney steeds won. Dan denken ze: o ja, darten.” El Otmani: „Ze zullen niet snel gaan tennissen of hockeyen. Tussen autochtone meisjes voelen ze zich niet op hun gemak.”

De meisjes zelf zeggen dat ze gaan kickboksen om wat aan hun conditie te doen. En om af te vallen of slank te blijven. „Ik kan mijn agressie kwijt”, zegt Hajar. Kickboksen is een sport waar je fysiek maar ook mentaal sterker van wordt, zegt Jasmijn Rana. „Zoals trouwens van de meeste fysieke sporten. Het voelt heel goed, zeggen de meisjes dan.”

Jasmijn Rana compileerde vijf scenario’s uit de levensverhalen die ze van de meisjes optekende. Ze sprak zo’n 65 meisjes van wie 15 zeer uitgebreid. Sommige verhalen zijn samengesteld uit gesprekken met twee of drie meisjes, maar ze zijn herkenbaar en levensecht. Deze scenario’s inspireerden de zeven striptekenaars, Farida Laan, Sandra de Haan, het duo Henrike Olasolo en Cristina Richarte, Maaike Hartjes, Mike Kok en Peter Pontiac. Daarnaast keken ze allemaal mee tijdens een training. Behalve Peter Pontiac, die bang was dat hij daardoor te veel zou gaan letten op allerlei technische details die in de tekening dan exact moeten kloppen.

Tekenaars Henrike Olasolo en Cristina Richarte kennen migratie uit eigen ervaring. Zeven jaar geleden kwamen ze samen uit Spanje naar Nederland. „Je wordt toevallig ergens geboren”, zegt Henrike Olasolo. „Dat is niet per se waar je thuishoort. Soms moet je zelf op zoek naar een plek om gelukkig te worden.”

In hun strip vertellen ze het verhaal van een professionele Marokkaanse kickbokser die naar Nederland komt omdat ze denkt dat ze daar meer kans maakt op een carrière. Ook dat komt in werkelijkheid voor. Wereldkampioene Amina Negadi, die nu lesgeeft in de Amsterdamse sportschool Mousid-gym, is zo’n vrouw. Henrike Olasolo en Cristina Richarte tekenden hun stripfiguren in een gefotografeerde achtergrond. In dit geval een speeltuin in Amsterdam-Oost. „De speeltoestellen in de vorm van een olifant en een eend verbeelden de vervreemding die een immigrant kan voelen in het nieuwe land”, zegt Henrike Olasolo.

In hun strip zitten een Marokkaanse en een Nederlands-Marokkaanse kickbokster met hoofddoek in de speeltuin. Uit hun gesprek blijkt hoe Nederlands de moslima met haar hoofddoek is. Zij is er opgegroeid en legt haar vriendin uit dat Nederlanders Marokkanen nu eenmaal niet vertrouwen. De kickbokster zonder hoofddoek ziet er geïntegreerd uit, maar zegt dat ze teruggaat naar haar land, terug naar haar familie en een man zoeken. „Met het contrast tussen die twee vrouwen willen we vragen oproepen”, zegt Henrike Olasolo. „Hoe ziet een Nederlander die twee vrouwen? Komt dat wel overeen met de werkelijkheid?”

Tekenaar Mike Kok laat zich voor zijn strips inspireren door de Japanse manga. Hij tekent zijn hoofdpersoon Rachida met hoofddoek. Omdat er geen mannen bij zijn, trainen meisjes in werkelijkheid bijna nooit met hoofddoek. Tijdens wedstrijden zijn hoofddoekjes niet toegestaan. Als vrouwen wedstrijden vechten moeten ze accepteren dat daar mannen bij zijn. „Tekenaars vinden hoofddoeken bij dit thema inspirerend”, zegt Rana. „Alleen als ze een meisje tekenen in een hemdje met een hoofddoek, heb ik er wat van gezegd. Dat klopt echt niet.”

Rachida wil in de strip van Mike Kok graag op kickboksen, net als de stoere vriend van haar broer. Haar ouders vinden een vechtsport niets voor meisjes. Rachida gaat stiekem trainen, biecht dat uiteindelijk op en overtuigt haar ouders. Maar de buren en kennissen van vader uit de moskee, blijven het gek vinden. Dan nodigt ze iedereen uit om te komen kijken tijdens een wedstrijdgala waar ze zal vechten.

Rana hoorde allerlei strategieën die meisjes gebruiken om hun ouders te overtuigen. Soms nemen ze hun moeder mee om te laten zien dat er echt alleen vrouwen in de les zitten. Anderen stellen dat de islam voorschrijft dat je goed voor je lichaam moet zorgen. De profeet hield ook hardloopwedstrijden met zijn vrouw. Uiteindelijk lukt het om ze te overtuigen, zegt Jasmijn Rana, al weet ze natuurlijk niet hoeveel meisjes wel zouden willen, maar niet mogen. Ze kent maar één meisje dat stiekem traint.

„Het thema kickboksen past bij manga”, zegt Mike Kok. „Het gaat om vechten en om het overwinnen van moeilijkheden.” Hij stapte via deze strip ook zelf een nieuwe wereld in, vertelt hij. Hij woont in de Transvaalbuurt in Den Haag maar kende eigenlijk geen Marokkanen. „Voor mij was het een ontdekkingsreis.”

Peter Pontiac woont in de Baarsjes in Amsterdam en ziet dagelijks een hele stroom kickboksende Marokkaanse meisjes langstrekken op weg naar school. „Nou ja, ik weet natuurlijk niet of ze kickboksen, maar ze zien er wel zo uit. Krachtig en sterk.” Hij tekende geen verhalen maar posters, een parodie op de kitscherige posters waarmee kickboksgala’s worden aangekondigd. Hij wilde iets maken waar de meisjes zelf trots op kunnen zijn.

Pontiac vond het wel een glibberig en moeilijk onderwerp. „Het gaat al snel over de islam en zo.” Hij gaf de meisjes op de posters vechtersnamen: Knock Out Karima, Hammer Hanan en No Mercy Nadia. Op één poster tekende hij een meisje met een hoofddoek. „Als ik ook haar zo’n vechtersnaam zou geven, associeer je haar misschien met een terrorist of zo.” Hij noemde haar Halima en loste het dilemma op door haar te laten vechten tegen Infidella. Gelovige Halima vecht tegen een ongelovige tegenspeelster.

De strip van Maaike Hartjes zou qua stijl en verhaal zo in een tienerblad als Tina passen. Het verhaal is een tikje cliché maar wel geloofwaardig. Nadia danst graag maar mag niet op ballet van haar moeder. Uiteindelijk mag ze wel op kickboksen en wordt ze bekend als Nadia de dansende kickbokster, vanwege haar elegante trappen. Ook deze strip is gebaseerd op een bestaand meisje. Maaike Hartjes tekent de meisjes met veel roze. „Je ziet veel roze onder de kickboksvrouwen”, zegt Jasmijn Rana. „Zo kunnen ze hun vrouwelijkheid benadrukken.”

Nadia heeft geen ambities om wedstrijden te vechten, blijkt uit de strip. Op het laatste plaatje zien we haar shoppen met vriendinnen. „Dat zie ik toch het meest”, zegt Jasmijn Rana. „Sporten is leuk, maar er zijn maar weinigen met de ambitie om tijdens gala’s te vechten. Er moet wel tijd overblijven voor andere dingen.”

Hajar, in de Amsterdamse sportschool Mousid-gym, slaat en trapt met doffe dreunen tegen de stootkussens die haar trainster vasthoudt. Ze danst over de mat, stilstaan mag niet. Vuisten in rode bokshandschoenen voor haar gezicht. Wat haar ouders ook zeggen, ze gaat door. „Zonder kickboksen kan ik niet leven.”

Het stripboek ‘Chicks, Kicks and Glory’ verschijnt dit najaar bij Forum. Inl: forum.nl