Elk woord een nieuw raadsel

Mijn vriend spreekt Duits met onze kinderen. Al strompelend steek ik iets op van wat mijn kinderen komt aanwaaien. Inmiddels kan ik een gesprek redelijk volgen.

Mijn vriend - nooit te beroerd om in me te geloven - raadde me aan Die Untergeher van Thomas Bernhard te lezen. Het verhaal wordt verteld door een medestudent van Glenn Gould. Op de eerste pagina’s beschrijft hij hoe het hem duidelijk werd dat hij nooit het genie van Gould zou kunnen bijbenen.

Hij schenkt zijn vleugel aan een kind, dat het instrument binnen de kortste keren vernielt: „...ich verschenkte meinen Steinway eines Tages an eine neunjährige Lehrertochter aus Neukirchen bei Altmünster, um nicht mehr von ihm gequält zu werden. Das Lehrerkind hat meinen Steinway in der kürzesten Zeit ruiniert, mich schmerzte diese Tatsache nicht, im Gegenteil, ich beobachtete diese stumpfsinnige Zerstörung mit perverser Lust.”

Ik identificeerde me onmiddellijk met de leraarsdochter. Hoe verder ik me door het boek worstelde, des te groter de vernielingen die ik aanrichtte. Elk woord een nieuwe klank. Elk volgend woord een krampachtige beweging, een raadsel of hindernis.

Vaak begreep ik niet precies wat er stond. Ik interpreteerde er op los, en bleef steken bij het woord ‘Klavierradikalismus’.

Alleen al voor dit woord is het de moeite waard geweest met Duits te beginnen. Wat een woord! Wat een kracht en wanhoop ligt erin besloten. Het is een woord om te dragen als een sieraad. Ik doe het nooit meer af.

Ik probeer - aangemoedigd door ‘Klavierradikalismus’ - de Duitse krant te lezen. In Zeit Magazin lees ik een verhaal van Sebastian Schlösser (Holstein, 1977), dat kracht en wanhoop net zo gemakkelijk aanbiedt als wegrukt. Het bestaat uit tien brieven die Schlösser schreef vanuit een psychiatrische inrichting toen hij leed aan een ernstige depressie. Hij richt zich tot zijn zoontje Matz.

Voor het eerst heb ik geen woordenboek nodig. Schlösser legt alles geduldig uit. Hij gebruikt geen woord te veel. Elk woord is raak.

Schlösser vertelt dat zijn medepatiënten zo verdoofd zijn dat ze niet meer op het idee komen naar buiten te gaan. Hij legt uit wat een depressie is, wat het is om – in het Duits - „een mees in de kop te hebben”. Wat het is om ouder te worden en het rijke gevoelsleven van een kind te missen.

Vlak voordat hij instortte, kwam het kinderlijke gevoelsleven bij Schlösser terug. Hij was dronken van geluk. Alles straalde en was intens. Kort daarop verloor hij het vertrouwen in zichzelf, in de wereld, en stond hij als verlamd voor de acteurs die hij als regisseur moest aansturen.

Genezen van een bipolaire stoornis blijkt een stroef afscheid te zijn van de wilde ‘Meise’, de vogel in zijn hoofd: „Mein lieber Matz, ich werde wirklich immer ruhiger. Es ist komisch. Die Meise scheint stillzuhalten. Es fühlt sehr leer an.”

Hoewel ik gelukkig ben met het feit dat ik Schlösser zonder woordenboek kan lezen, mis ik het gefladder van onbegrip in mijn hoofd. Ik speel nu netjes een melodie maar mis de radicale klanken van vernietiging. Es fühlt sehr leer an.