Een partij voor normale mensen

Zelfs de Zweden zijn niet ongevoelig voor belastingverlagingen.

De centrum-rechtse regering lijkt na zondag opnieuw te gaan regeren.

Het is zo stil in het winkelcentrum van Rinkeby, een woonwijk in het noordwesten van Stockholm, dat de eigenaar van de meubelzaak de hele dag koffie kan drinken bij de schone verkoopster van gekleurd nephaar in de boetiek een paar deuren verderop. De buurman, baas van ‘Indische en Arabische muziek en films’, heeft de rolluiken voorgoed gesloten.

Dit is exemplarisch voor wat de centrum-rechtse regering met Zweden doet, zegt Carlos Alfaro Aldana. De zeventigjarige Zweed van Guatemalteekse komaf deelt bij het winkelcentrum folders uit voor de Milieupartij. Dit is het hart van een zwarte buurt. Eén op de tien bewoners is allochtoon. De werkloosheid is hier hoog, maar de sociale cohesie was er altijd groot, zegt Alfaro Aldana. Tot de lokale overheid zich terugtrok.

Het centrum-rechtse gemeentebestuur verkocht het winkelcentrum aan een commercieel bedrijf. De huren zijn sindsdien verdubbeld. En de aanloop slonk sinds het stadsdeelkantoor, het politiebureau, het postkantoor en de sociale dienst uit de buurt verdwenen. Winkeliers gaan een voor een kopje onder. Als de centrum-rechtse coalitie zondag de landelijke parlementsverkiezingen wint, zegt Alfaro Aldana, luidt dat het faillissement van heel Zweden in.

Veel meer dan met het koningshuis, Ikea, meren of bossen identificeren Zweden zich met de verzorgingsstaat. En toch lijkt het erop dat de Zweden de centrum-rechtse regering, die de afgelopen vier jaar juist aan de fundamenten van dat sociale stelsel kwam, opnieuw het regeermandaat zullen verlenen.

Een tweede zege op rij van de Alliantie – zoals het verbond van de ‘Moderaten’, de Centrumpartij, de christen-democraten en de Volkspartij wordt genoemd – zou opmerkelijk zijn. Tussen 1932 en 2006 domineerde de sociaal-democratische partij bijna onafgebroken de kabinetten. Bovendien is de huidige regering verantwoordelijk voor een reeks impopulaire hervormingen. Ze verlaagde de werkloosheidsuitkeringen, zette een limiet op ziekteverlof, stuurde zelfs terminale kankerpatiënten naar het arbeidsbureau. En ondanks die pijnlijke ingrepen steeg het werkloosheidscijfer tijdens deze regeerperiode van 6,5 procent in 2006 tot 8 procent dit jaar.

Niettemin staat de Zweedse economie er ondanks de crisis heel behoorlijk voor. Anders Borg, de flamboyante minister van Financiën – paardenstaart en oordbel – wist de Zweedse arbeidsplaatsen bij de verkoop van Volvo en Saab goeddeels te behouden, hield de staatsfinanciën op orde en wist dat in de aanloop naar de verkiezingen handig uit te venten. Daarbij verlaagde de regering de inkomstenbelasting. Wel vier keer. Als de Alliantie straks wint, gaan de belastingen een vijfde maal omlaag. Daar blijken zelfs de Zweden niet ongevoelig voor.

De verkiezingscampagnes gaan de laatste weken vrijwel uitsluitend over banen en belastingen. En hoe vaker het over economie gaat, hoe meer de Alliantie profiteert. Premier Fredrik Reinfeldt, lijsttrekker van de Moderaten, appelleert expliciet aan een groep die politici door alle zorgen om de zwakkeren in de samenleving bijna waren vergeten: de werkende middenklasse. Tegelijk flirt Reinfeldt met de linkerzijde van het electoraat, door zijn partij consequent ‘de enige echte arbeiderspartij’ en de partij ‘voor normale mensen’ te noemen. De Alliantie heeft voor het eerst gezegd dat ze de verzorgingsstaat in grote lijnen wil behouden.

In hun poging het electorale midden terug te winnen, beloven de sociaal-democraten bij winst niet alle belastingverlagingen terug te draaien. Volgens de peilingen baat het niet. Die voorspellen dat de sociaal-democratische partij voor het eerst sinds 1917 niet de grootste zal worden.

Het linkse en het rechtse blok hebben ongeveer dezelfde samenleving voor ogen, zegt Jenny Madestam, politicoloog aan de Universiteit Stockholm. „Maar ze verschillen wat betreft hun ideologie en focus. De Alliantie richt zich op de werkenden, terwijl de oppositie zich concentreert op jongeren, ouderen, zieken en werklozen.” Over iets anders gaat het debat zelden nog. Niet of nauwelijks over de oorlog in Afghanistan of het milieu. En beide partijen hebben afgesproken het thema immigratie te negeren uit angst dat de ‘Zweedse Democraten’ dat debat kapen.

Die partij met een uiterst rechts gedachtegoed zou volgens de peilingen voor het eerst de kiesdrempel van 4 procent halen en zo het parlement kunnen bereiken. De twee grote coalities gruwen niet alleen van het anti-islamitisch denken van de Zweedse Democraten, maar vrezen ook dat zij een stabiel meerderheidskabinet onmogelijk zullen maken. De beide blokken hebben samenwerking met de Zweedse Democraten op voorhand uitgesloten. Wat er wél gebeurt als zij de kiesdrempel halen, durft niemand te voorspellen.